scene24.net

Provence, Frankrijk 2002

Thursday, October 21st, 2004 | Tags:

Heerlijk ontspannende, maar ook inspannende natuur/cultuur-reis met ons tweetjes van 16 tot 26 juli 2002. Van camping naar camping met de tent en onze witte Volkswagen Caddy (ideaal!). Dit was voor ons beiden toch één van onze mooiste reizen ooit. In die heerlijke Provence hebben we nu al — zoals zovelen — ons hart verloren.

Dinsdag 16 juli 2002

Vertrek om 6.15u in Zingem. Reims, Tonnere, Bourges, Clermont-Ferrand, St. Flour en tenslotte Florac. Rond 20 uur zijn we beginnen zoeken naar een camping. Uiteindelijk kwamen we terecht in Ispagnac op camping L’aiguebelle. Zeer mooie, rustige, niet toeristische camping langs de Tarn. Zeer goed ontvangen. Goedkoop (11 euro per nacht).

Woensdag 17 juli 2002

Opgestaan om 9.15 uur. Fre is croissants gaan kopen op de camping. We hebben alles opgeruimd en parkeerden onze auto op de parking van de camping. Om 11 uur zijn we vertrokken naar het dorp met de bus om te gaan kanovaren (19 euro). Hoewel we eerst geopteerd hadden voor de tocht van 15 km hebben we uiteindelijk toch maar beslist om die van 6 km te doen omwille van het slechte weer. Tot onze grote spijt hadden we onze fototoestellen en de verrekijker in de auto laten liggen want bleek dat we een waterdichte ton meekregen. Het was een korte maar zeer mooie tocht. Om 13 uur kwamen we al aan in Prades. Er was echter één probleempje; de organisatie kwam ons pas oppikken om 15 uur en dus brachten we een bezoekje aan Prades. Gezien: azuurblauwe kevers, grote mierenhoop, oude vervallen ruïnes. Rond 15.30 uur vertrokken we richting Florac. Eens in Florac kochten we brood en een zeer lekker geitenkaasje. Vanuit Florac reden we helemaal omhoog richting Causse Méjean. Het panorama Rocher de Rochefort gaf ons een prachtig uitzicht over Florac en de Parc National des Cévennes. We hebben daar 2 à 3 uur rondgereden. Af en toe had Fre geluk met zijn zoektocht naar vogels: Slangenarend, Tapuit, Grauwe klauwier (‘zoro’). We verlieten Causse Méjean richting Meyrueis. We zochten naar de camping die op onze kaart aangeduid stond maar bleek dat die niet bestond. Het begon laat te worden dus besloten we om op de camping in Ayres te verblijven. Zeer toeristisch, kotjescamping met weinig privacy, toeristisch dorp, prijs: 14 euro. Die avond maakte ik een lekker home made slaatje.

Donderdag 18 juli 2002

Route: Meyrueis - Le Vigan (D 986-D48) doorheen Parc des Cévennes. Gestopt aan parkeerplaats en wat foto’s genomen van de citroenvlinder en een blauwe hommel. De kolibrievlinder hebben we helaas niet kunnen vastleggen op foto. Mooi panorama… De fauna en flora waren na onze stopplaats helemaal anders: Le Vigan, Ganges, Nîmes, Arles, Saintes Marie de la Mer (Camargue)
Naarmate we de Camargue naderden steeg de temperatuur enorm. Naast de hittegolf was er ook een toeristengolf. Bij het binnenrijden van Saintes Marie de la Mer — een historisch omstreden dorpje aan de Middellandse zee — veranderde de architectuur. Er waren veel haciënda-achtige huizen met rijen wachtende paarden waarmee je een wandeling kon maken. We zijn doorgereden naar het centrum waar de massa mensen langs de dijken liep op zoek naar een plaatsje op het strand. We zochten naar campings maar vonden er slechts één. En wat voor één. Een massacamping en verschrikkelijk duur. 20 euro per nacht voor 2 personen met wagen. We waren eerst van plan om naar Arles terug te rijden maar we wilden absoluut de tellines proeven, een typisch streekgerecht (platschelpen met look en peterselie of aîoli). Maar de restaurants gingen pas open rond 19 uur. Na wikken en wegen besloten we om toch onze tent op de toeristische camping op te slaan. We trokken naar het centrum waar we wat hebben rondgelopen. We zijn een knap winkeltje met streekproducten tegengekomen waar we aîoli en een geitenkaasje kochten (5.35 euro). Het geitenkaasje, Le Besace, was een hard parmezaanachtig brokkelig kaasje maar zacht van smaak. Na wat rondslenteren gingen we eten. We namen allebei een menu. Julie: kirr, tellines, gambas grillées, aardbeienijsje. Frederik: pastis van de streek, tellines, steak de torro en citroensorbet. Deze menu’s samen met een heerlijke frisse rosé-streekwijn kostte slechts 50 euro. Na ons restaurantbezoek bezochten we het stadje ietwat grondiger. Er was een heel mooi kerkje in mooi beige natuursteen. Fre proefde het lavendelijs maar vond het niet lekker. We namen dan maar cassis-papaya (2.40 euro). Rond 21 uur trokken we richting camping. We passeerden de prachtige haven en een mooi avondpanorama over de Camargue met zonsondergang en de vele flamingo’s. s’ Avonds op de camping vlogen vleermuizen ons rond het hoofd met op de achtergrond een muziekje van krekels en kikkers. Jammer genoeg konden we niet lang blijven zitten want de muggen trokken zich weinig aan van de muggenmelk en de essence de citronelle. Gespotte vogels die dag: onder andere enkele wouwen, een zwartkopmeeuw, flamingo’s en zilverreigers.

Dag 4 - Vrijdag 19 juli 2002

Het eerste typisch provençaalse dorpje waar we zijn gestopt na de Camargue was Le Paradou, gevolgd door Maussane-Les-Alpilles. Daar zagen we voor het eerst de typerende dorpslanen met platanen en ook een statig gemeentehuis dat tegelijkertijd dienst doet als school.
Dan reden we door naar Les Baux de Provence: een authentiek, historisch dorp gelegen op een hoge rots met uitzicht over de streek. De rots en de architectuur lopen in elkaar over, waardoor het geheel een magisch karakter krijgt. Hoewel het vreselijk is om te parkeren — de meeste plaatsen zijn betalend en meestal allemaal bezet — en het stikt van de toeristen, is het een stadje dat je moet gezien hebben. Mooi kasteel (ingang 6.50 euro per persoon) van waaruit je een prachtig uitzicht hebt over het Pays d’Aix, de Montagne Sainte-Geneviève en de Cevennes. Smalle middeleeuwse winkelstraatjes met knappe winkeltjes waar ze typische provençaalse producten verkopen maar nogal duur. We kochten een zak zeer lekkere koekjes bij bicuitier La Cure Gourmande.
Later, in Saint-Remy-De-Provence hebben we gezocht naar een camping maar alles was reeds volzet. We zijn doorgereden naar Saint-Étienne-Du-Grès. Daar botsten we op een gemeentelijke camping. Zeer goedkoop en deftig, 15.40 euro voor twee nachten. Niet te veel toeristen en heerlijk veel schaduw dankzij de vele platanen die een soort dak vormden. We hebben de tent opgezet en zijn teruggereden naar Saint-Remy om een plaatsje te reserveren voor de oehoe-tocht (10 euro) en enkele boodschappen te doen. We zijn daar in een onhygiënische epicerie terechtgekomen. De oven was al in jaren niet meer gekuist en de kazen hadden een dikke croute door uitdroging. We gingen terug naar de camping waar we genoten van ons zelfgemaakte maaltijd: meloen met Italiaanse ham, spaghetti en een lekker flesje rode wijn. Na wat rusten vertrokken we naar Eygalières.
Eygalières ligt in het hart van het massief van de Alpilles en is omringd door amandel- en olijfbomen en wijngaarden. Het was er bijzonder rustig en stil. Geen toeristen (behalve wij dan) te bespeuren. Smalle straatjes, mooie pittoreske huisjes en een onbeschrijflijk adembenemend panorama bij zonsondergang. We genoten… Dit was tot nu toe één van de mooiste dorpjes die we gezien hadden.

Zaterdag 20 juli 2002

Een beetje rust ingelast. We stippelden de route uit voor de komende dagen. Het was heerlijk koel onder de platanen. Frederik deed een dutje terwijl ik nog wat in de Trotter las en wat heb opgeruimd. Rond 15 uur vertrokken we naar Saint-Rémy de Provence. Daar was er een marktje met artisans en hun producten. We konden de verleiding niet weerstaan, proefden aan elk standje van de lekkernijen en haalden ons geld boven. We kochten: een geitenkaasje (2 euro), heerlijke tapenade van groene olijven van het merk Moulin de Calanquet (3.15 euro), een rosé-wijn (Cuvée Pétrarque et Laure Cabenet, 2001, mis en bouteille à la propriété S.C.A. Cellier De Laure, Bouches-Du-Rhône, 2.75 euro), een gigantische worst met provençaalse kruiden (18 euro), rode wijn AOC Bouches-Du-Rhône (4.5 euro), rosmarijnhoning (3 euro) en last but not least koekjes met chocoladesnippers. We hadden geen tijd meer om te gaan eten dus bestelden we een pizza die we op straat opaten.
Op zoek naar Oehoes!We trokken naar l’Office du tourisme voor de oehoe-tocht. De gids was aan de late kant en er waren veel kinderen. De goesting verminderde maar we gingen toch mee. En het was de moeite waard. Door de hitte was er een verandering in de planning. We zijn met de auto naar een zone rouge (brandgevaar) gereden waar we meer kans zouden hebben om oehoe’s te zien. Daar wandelden we een stukje tot op de top van een berg. Daar hadden we een prachtig uitzicht over rotsen. We aten wat in afwachting van de zonsondergang. We hoorden een viertal oehoe’s en zagen er eentje in de verte. We konden ook nog een boomvalk heel goed observeren en Frederik flipte door toen hij plots het geluid van een nachtzwaluw opving. We waren wel de muggenmelk vergeten en hielden er zeer veel beten aan over. Het was een zeer interessante wandeling. Ik had blijkbaar iets wat insecten aantrok want tot tweemaal toe kwamen er zich vreemde beestjes op mijn T-shirt neervlijen. Na veel moeite hebben we er toch eentje kunnen fotograferen. Aan de auto van de gids beluisterden we een aantal geluiden en kregen we een klauw van een oehoe te zien. Toen we aan de camping kwamen vond ik een bidsprinkhaan (mannetje). Gigantisch wijs beest! Spijtig genoeg konden we geen foto nemen. Frederik hoorde bij het ontwaken een Wielewaal zingen.

Zondag 21 juli 2002

We stonden om 8 uur op en vertrokken met volle moed naar l’ Isle-sur-la-Sorgue. Daar hebben we de rommelmarkt gedaan die slechts uit één straatje bestond. Het was een beetje teleurstellend want veel mooie meubeltjes waren lelijk gepatineerd en afschuwelijk duur. Er was wel een heel grote markt (braderie). Daarnaast was er ook een folkkloreshow op het water waar ze de vroegere visvangsttechnieken demonstreerden. En inderdaad, l’ Isle heeft zijn naam niet gestolen met het Venetië van het graafschap Venaissin. Kuierend door het oude stadsgedeelte ontdekten we een oude watermolen en huizen met een terras aan de rand van het water. Jammer genoeg was er verstikkend veel volk. Les savons de MarseilleDesalniettemin worstelden we ons erdoor en kochten we enkele zaken: meloenen, zeep, look, bordje om look fijn te malen, kaas, frans brood en notebrood. We hadden nood om uit te blazen en namen plaats aan een gezellig terrasje tussen de menigte waar we genoten van een frisse pastis. De massa groeide alsmaar aan en de hitte werd quasi ondraaglijk. We kregen ruzie en besloten om te vertrekken vooraleer de dag om zeep was. Maar Frederik beloofde me om ooit nog eens terug te komen in een laagseizoen.
We vertrokken naar Fontaine de Vaucluse in de hoop daar wat minder volk te treffen. Pech: alle parkings volzet. We besloten eerst een camping op te zoeken en vonden er even later eentje nabij Rousillon, Camping Arc en Ciel. Prachtige gelegen in een bosje, lekker koel met een plezant plonsbad en goedkoop. We zetten de tent op en rustten wat. Tegen 16 uur vertrokken we terug naar Fontaine de Vaucluse. Er was al iets minder volk maar nog steeds geen mogelijkheid om te parkeren zonder te betalen (3 euro). Het was wel duidelijk dat dit een supertoeristische plek was maar we trotseerden de hitte en stapten naar de beroemde bron in de rotsen. Een kleine ontchoocheling: de bron was helemaal uitgedroogd door de hitte en de uitzonderlijke droogte. Zonsondergang boven RousillionMaar we gaven er een positieve draai aan en lieten onze voetjes in het ijskoude water van de rivier zakken: prachtig helder water dat een diepgroene tint kreeg door de waterplanten die de bodem bedekten. We zijn dan naar de Auchan in Cavaillon gereden om te tanken maar de kaart werkte niet. Dus dan maar naar een Total waar er service was. Naar Gordes gereden, enkele foto’s genomen maar iets te chiqué.

Het volgende dorpje op onze lijst was Rousillon. Prachtig! Dit is beslist het kleurijkste dorp dat we zijn tegengekomen. Terracottarood, okergeel, azuurblauw, dennegroen en dit in combinatie me de paarsblauwe hemel. Gezellige kleine straatjes, weinig toeristen, muziekje dat in de straten weergalmt, prachtige gevels en deuren, fijne klokketoren, prachtige huizen,… Bovendien genoot het dorp van een uniek zicht over de bergen van de Luberon en de gekleurde rotsen. Volgens de legende is deze aarde rood van het bloed va de mooie Sirmonde, die zich van de rotsen wierp omdat ze niet verder wilde leven zonder haar minnaar, een jonge knappe troubadour, die werd gedood door haar man Raymond d’Avignon. We aanschouwden de zonsondergang dat een prachtig lichteffect wierp op het kleurrijke dorp. We werden stil bij het zien van het Dal der Feeën (Le val des Fées: de rode rotsen in het westen).
Onder de indruk van het mooie Rousillon keerden we terug naar de camping waar we smulden van spaghetti, brood, tapenade, brie, geitekaas en onze lekkere rosé uit Saint- Rémy. We genoten met volle teugen van de rust en de natuur bij onze theelichtjes. We zagen er nieuwsgierige eikelmuizen en hoorden een nachtzwaluw. Frederik ging op zoek naar de vogel maar vond hem niet. s’ Nachts werd hij nog wakker in de tent en schreef zijn ervaring in mijn dagboek: “De stilte, de oorverdovende, zelfs beangstigende stilte… Geen krekel of cicade meer. Plots hoorde ik in de verte het gesnor van de nachtzwaluw. Maar anders niets. Mijn oren suisden. Ik durfde onze tent zelfs niet te verlaten om te plassen uit vrees de buren te wekken.”

Maandag 22 juli 2002

We sliepen tot 10 uur. Frederik nam een plons in het mini-zwembad en bleef een halfuurtje in het zonnetje liggen. Lekker genieten van het vakantiegevoel. Douchen zat er voor mij echter niet in want het water was koud. We ruimden alles op en vertrokken met een beetje spijt naar het volgende dorpje. Ménerbes strekt zich in de lengte uit over een steile bergkam. Heel charmant, maar verder niets bijzonders. We spotten enkele bijeneters en een putter.
We reden later door Lacoste om uiteindelijk in Bonnieux te stoppen. Daar gingen we eten in, door de Trotter aangeraden Café Clerici: La Flambée. Frederik at een pizza berger (geitekaas, tomatesaus, hesp en verse tomaten). Ik at ‘un pain au chèvre et salade verte’, een dubbelgeplooid brood gevuld met warme geitekaas en kruiden. Samen met wat wijn en water en een weids uitzicht over de Mont Ventoux (24 euro). Bonnieux op zich was een architecturaal zeer charmant dorp. Mooie oude deuren, bogen, kleine steegjes en vooral mooie winkeltjes die zich in kelders bevonden zoals je die in oude kastelen zou zien. Bij Pâtisserie Henri Tomas waagden we ons aan de galette provençale, gevuld met praliné en amandelcrème. Heel lekker behalve het bodempje gekonfijt fruit.
We reden verder en passeerden zonder verwijl de ietwat lelijke stad Apt en Saigon, alweer een typisch provençaals plaatje. Op de weg van Saignon naar Auribeau zagen we uitgestrekte lavendelvelden. De lavendel stond zelfs langs de weg. Ik plukt een trosje. Sivergues is één van de kleinste dorpen van de Luberon, dat aan het eind van een doodlopende weg ligt. Er staat een schattig kerkje uit de 16e eeuw. In Bûoux namen we een kijk op de duizelingwekkende rotswanden rond het dorp. Camping gezocht in Cadenet maar volzet. Gebeld naar Bonnieux maar ook volzet. Cucuron niet meer te bereiken. Doorgereden naar la Roque d’Anthéron. Camping gevonden maar wel duur en toeristisch (18 euro).

Dinsdag 23 juli 2002

Vroeg vertrokken. Richting Cavaillon gereden. Langs de weg gestopt om fruit te kopen maar het was niet lekker. We stopten in Cavaillon om in Auchan te winkelen. Gezocht naar een apotheek waar we compeed konden kopen. Naar Avignon gereden en ons geparkeerd buiten de stadswal in de parking Les Italiens (gratis en bewaakt). Pont d’Avignon gezien. Geslenterd in straatjes. Chateau des Papes gezien. Nog wat geslenterd. We gingen iets drinken op het grote plein bij de kathedraal, vooral omdat we allebei dringend moesten plassen. We konden genieten van enkele stunts van artiesten die er waren voor het Festival d’Avignon. Frederik kocht een poster en een t-shirt van het festival. Nog wat rondgelopen en dan terug naar de parking. Rondgebeld naar campings. Plaats in Bédoin. Camping Municipal la Pinède: rustig, in bos gelegen, gemeentelijk zwembad, goedkoop (11 euro per nacht) vriendelijke ontvangst, veel grote bosmieren en termieten.

Woensdag 24 juli 2002

Les SantonsGeslapen tot 9 uur. We besloten op deze camping te blijven vanwege de centrale ligging tussen enkele dorpjes die we nog wilden bezoeken en de Mont Ventoux.
Vaison-la-Romaine is een Middeleeuwse stad die zich uitstrekt over de beide oevers van de Ouvèze. Mooie beklimming langs de steile straatjes naar de top. Verdraagbaar aantal toeristen. Frederik ontdekte een mooi tuintje van een lokale bewoner maar werd weggejaagd. Naar Intermarché gereden om boodschappen te doen. Séguret is opnieuw een zeer gezellig, autovrij dorpje, ietwat geïsoleerd op een heuvel met mooi gerestaureerde straten en huizen. We bezochten een miniatuur potterie, een mooie fontein, bekeken er de bekende santons (kleine geschilderde poppetjes). Er waren echt weinig toeristen voor de vele souvenirshops.
We stopten even in Gigondas en later nog eens in Vacqueras, waar we langs de charmante straatjes omhoogklommen naar het kasteel. In Beaumes-de-Venise, bekend om zijn Muscat de Beaumes. De beste van heel Frankrijk naar het schijnt. Ik zou die de volgende dag in een restaurantje proeven en inderdaad… het is een zeer lekkere en fijne muskaatwijt.
In Lafare proefden we van het water van de rivier de Salette. Het had een heel lichte zoute smaak, een beetje Vichy-achtig. We bleven daar een tijdje en fotografeerden de prachtige libellen. Suzette zijn we gauw even doorgewandeld. Er was hier geen toerist meer te zien. Frederik nam wat panorama-foto’s terwijl ik het kerkhof bezocht en dennebollen en beige stenen raapte. Op de terugweg zagen we in de verte tussen het groen een gigantisch kasteel liggen. In Bédoin gingen we een pannekoek met suiker halen. We kropen vroeg in bed zodanig dat we vroeg konden opstaan voor onze nachtelijk uitstap naar de Mont Ventoux.

Donderdag 25 juli 2002

Om 4 uur opgestaan. De slingerende weg naar de top van de Mont Ventoux stond volgekladderd met namen van wielrenners. De heuvel is begroeid met ceders, groene en witte eiken, beuken, en hogerop sparren en lorken, die naar de top toe plaatsmaken voor stenen, om te eindigen in een soort maanlandschap. Even gestopt onderweg om tanden te poetsen en extra kleren aan te trekken. Daar aangekomen was het nog donker maar de dag brak langzaam aan. Ik ben nog even in de auto blijven zitten want het was verschrikkelijk koud. Frederik waagde zich naar de top. Ik ben eventjes uitgestapt en liep als het ware naar de top voor een foto om daarna terug te lopen naar de auto om mij te kunnen verwarmen. Tegen 6.20 uur kwam de zon op. Het was nogal bewolkt dus was het wachten om de zon te kunnen zien. Maar wanneer ze tevoorschijn kwam was het magnifiek: een fel oranje hemel over de ontwakende steden van de Alpen tot aan Notre-Dame-de-la-Garde. De berg heeft zijn naam niet gestolen want ik waaide bijna weg, zo sterk was de wind. Toen we naar beneden reden kwamen we een kudde schapen tegen. Tijdens de rest van terugweg heb ik geslapen. Frederik is vaak uitgestapt om bloemen te fotograferen en de uitgestrekte lavendelvelden. Hij bracht me zelfs een ontbijt van ovenverse croissants en brood. Op de weg naar les Gorges du Nesque fotografeerde Frederik een koppel zwarte wouwen door zijn verrekijker. De weg naar les Gorges was spectaculair, soms zelfs beangstigend. We zijn enkele keren gestopt voor foto’s. De vermoeidheid sloeg toe en die ging gepaard met onnozelheid. Op de camping rustten we uit. ’s Middags aten we spaghetteria en soep met brood. We sliepen en speelden en vochten en beten. Frederik kreeg buikpijn, ik belde naar mijn ouders om te weten welke medicamenten hij best zou nemen. s’ Avonds trokken we naar Bédoin om iets te eten. Daar troffen we een gezellig restaurantje aan Pasta e Basta. Het werd een mooie afsluiter want het eten was uitzonderlijk lekker, de sfeer was gezellig en de bediening uitstekend. Frederik at het volgende: pastis, surprise du chef au fondant de chèvre chaud et son coulis de légumes, pavé d’agneau à la crème d’ail et vin rouge, assiette de fromage à l’huile d’olive et aux noix et raisins, coupe glace pistache-vanille-framboise. Julie: muscat de Beaumes-de-Venise, medaillon de foie gras maison sur lit de salade et magrets de canard, aiguillettes de poulet aux champignons et ses raviolis à la brousse truffée, assiette de fromage, nougat glacée au coulis chocolat, grappa. Een halve liter rode wijn. Prijs: 52.5 euro.

Vrijdag 26 juli 2002

Om 7 uur opgestaan. Alles opgeruimd maar het kantoor was nog gesloten dus gingen we eerst ontbijten op een terrasje in Bédoin. We kochten nog wat proviand voor onderweg, keerden terug naar de camping, betaalden en vertrokken huiswaarts.

Meer…

Tijdens de reis volgden we grotendeels de tips en raadgevingen van de Trotter (vertaald uit het Frans). We zijn erg tevreden over deze reisgids.

Alle foto’s van deze reis kan je bekijken op Flickr.

Trekking en Canyoning in de Mediterane Alpen (FR)

Saturday, September 18th, 2004 | Tags:

Mijn arme reisgenoten van deze zomer wachten er al meer dan een maand op. Maar hier zijn ze dan: de foto’s en het verslag van onze viertiendaagse naar de Zuidelijke Alpen (een week bergwandelen en een week canyoning).

Pointe des Angelieres

Maandag 9 Augustus 2004

Voor dag en dauw zijn we op weg naar Italië. Het is een grijze dag, maar diep in Frankrijk komt de zon erdoor. Na een filevrije doorrit via de Mont Blanc tunnel, arriveren tenslotte ‘s middags in Aosta. We eten wat en moeten op zoek naar een vervangstuk voor Pieter’s gasbrander. Daarna rijden we door naar Cogne, een klassieke uitvalsbasis voor veel dagjestoeristen. Ook hier doen we de nodige inkopen en genieten zelfs van een ijsje. Tegen de avond gaan we nog iets dieper de vallei in tot aan Valnontey. Het begint flink te regenen. We zoeken een plaatsje op een camping en kruipen vroeg onder de veren, na het degusteren en het ‘handnosen’ van een van Pieter’s traditionele bergwhisky’s.

Dinsdag 10 Augustus 2004

OntbijtHet is een heldere ochtend. We ontbijten gezapig in het zonnetje met zicht op de hoge wanden die we straks zullen beklimmen. Alta Via, here we come! We parkeren de auto even buiten de camping op een grote toeristenparking en beginnen daarna aan de eerste klim van de dag. Een steil pad leidt ons langzaam kronkelend door dichte bossen uit de vallei. We passeren een ronkende waterval. Er is behoorlijk wat volk, maar niemand draagt zoveel gewicht als wij met onze rugzakken. Eenmaal boven de beboste helling verpozen we aan enkele grote zwerfstenen in een bloemenweide. De eerste besneeuwde troppen zijn in zicht. Frederik demonstreert hoe krekels best lekker kunnen zijn. We lopen nu in meer open, vlakker terrein en gaan aan enkele vervallen huisjes voorbij. We houden voor een tweede keer halt wanneer we de rivier weer oversteken. Na een laatste, kort en energierovende stukje, komt de Rifugio Vittorio Sella (2584m) in zicht. We zijn niet van plan hier te blijven en overleggen enige tijd waar we best onze tent kunnen opzetten. Hier in de buurt van de refuge of een aantal kilometer verderop? We opteren voor het laatste. Het is intussen laat aan het worden en enkele dichte wolken sluipen de hoge vallei binnen. Na nog een half uur klimmen langs talrijke bloemen (huislook) en alarmerende alpenmarmotten, komen we oog in oog te staan met een grote kudde mannetjessteenbokken. Ze zijn helemaal niet schuw en laten zich goed benaderen. Maar dan gebeurt het: uit de mist duikt een parkwachter op met zijn herdershond. Hij is duidelijk niet goed gezind. We kunnen hier niet verder, maar moeten terugkeren naar de refuge op straffe van… Er is geen compromis mogelijk. Bastard! Er zit niets anders op: we nemen een vierpersoonskamer en koken later die avond ons potje onder een afdak buiten de refuge. Het is weer gaan regenen. De waard biedt ons een lokale likeur aan, die we moeten drinken uit een ruwhouten pot. We nestelen ons even later nog in het café, en kruipen er dan maar in.

Woensdag 11 Augustus 2004

Domper! We staan voor een moeilijke keuze. Of we doen de Alta Via uit mét onze zware rugzakken en slapen in refuges, of we keren terug en wagen onze kans elders. Een uur en veel gediscussieer later, vertrekken we pas als laatsten aan de refuge om dan toch terug op onze stappen terug te keren. Weer beneden aan de parking tegen de middag, bestuderen we een van de infoborden aan de ingang van het park. Er staat dat “kamperen enkel is toegelaten op de daartoe voorzien plaatsen”. Wat ze er niet bijschrijven is dat die plaatsen er gewoon niet zijn! Zeg dat dan meteen, verdorie! Tompie spreekt een vloek uit over alle Italianen. We verlaten het land. Vive la France! Als nieuwe uitvalsbasis kiezen we het sympathieke Franse grensstadje Briançon, bekend om z’n grappige toiletten. We ontdekken een fijn restaurantje in de hoofdstraat waar een al even sympathieke Angélique onze vier harten steelt. Ze verwijst ons later die avond door naar een camping iets verderop. Het is al laat en volstrekt duister als we er arriveren. Gelukkig mogen we nog binnen. We installeren de tent en praten nog tot een stuk in de nacht over trivia als geopolitiek en globalisatie onder een heldere sterrenhemel. Frederik ontdekt Tom Waits (Watch her disappear).

Donderdag 12 Augustus 2004

Na een mooie avond gaan we er nu echt voor: een twee- of driedaagse rond en over de Mont Thabor. Helaas moeten we ook hier opteren voor overnachtingen in refuges, maar zo lang er geen Italianen meer aan te pas komen, lijkt Tom er vrede mee te kunnen nemen. We verlaten de camping en gaan richting Névache. De auto vertrouwen we toe aan een boom langs de weg. Het is bloedheet. We kruipen de helling op langs de weg door allerlei struiken en kruiden. Een paadje brengt ons al spoedig parallel aan een vrolijk bruisende rivier, met langs de oevers duizenden bloemen en vlinders (Apollovlinder!). Heerlijk! Na een flink uur stappen bereiken we de kleine Chapelle Saint-Michel en houden er een korte pauze. De vallei die naar de Col du Vallon (2645m) leidt, biedt vanaf hier een heel verschillende indruk. Na nog een uur stijgen door de kale, bloemenarme weides, enkel bevolkt door enkele schapenkuddes, bereiken we de col. Hier beleven we onze eerste grandioze ‘wow’. Het panorama is fantastisch en er staat een extreem harde, maar warme, wind. We schreeuwen het uit! Vanaf hier kunnen we in het Noordoosten de Mont Thabor zien, ons doel voor morgen. In het zuiden zijn de toppen van het Ecrins-massief zichtbaar.
Nu volgt een lange afdaling, langs zeer gevarieerde landschapstypes. Aan een boswachtershuis vullen we onze flessen. Het is al behoorlijk laat en we maken ons zorgen om een plek in de refuge. Deze keer hebben we geen tent bij! Een telefoontje stelt ons gerust. Als we maar niet te laat aankomen, luidt het. We dalen verder tot we bij de Pont de la Fonderie uitkomen. Dit idyllische brugje tussen dennenbomen ligt op ongeveer dezelfde hoogte als onze startplaats. Maar de 1500 pas afgedaalde meters laten zich niet zomaar terugwinnen. Vooral het eerste deel van de klim op weg naar de Col de la Vallée Etroite is een kuitenbijter. Het wordt later, enkele druppels vallen. We passeren een uitgestrekte bergvallei en moeten daarbij een ondiepe rivier over. Nog een hele tijd gaat voorbij tijdens de klim onder een grijs plafond in een schraal landschap. Maar uiteindelijk is ze in zicht: de Refuge du Mont Thabor! Een alsmaar dreigender mist- en regenoffensief sluit de deur achter ons dicht. De refuge zit nokvol en het is er tropisch warm. Ideaal om een depressietje te ontwikkelen. Nog nooit hebben we de tent zo hard gemist. Zeker als dan ook nog eens blijkt dat in dit park kamperen wel mag, “onder bepaalde omstandigheden”. Kan iemand klaarheid scheppen, alstublieft? We bereiden een maaltijd op een van de tafels en nestelen ons dan op de brede gemeenschappelijke stapelbedden tussen de andere gasten. Bloedheet, gesnurk, koolstofmonoxide…

Vrijdag 13 Augustus 2004

De ochtend aan de refuge doet de wolken uit het dal omhoog kruipen. Het is een toverachtig tafereel in het ijle zonlicht. We nemen de tijd voor een ontbijt. Frederik houdt zijn digitale schatten nauwlettend in de gaten in aanwezigheid van een bende rehabiliterende delinquente pubers (sic) die met ons de tafels delen. Onze tweede dag beginnen we vol goede moed. We moeten een stukje terug voor we aan de beklimming van de Thabord kunnen beginnen. We passeren het staalblauwe Lac du Peyron en enkele kleinere plassen waarbij her en der bosjes veenpluis bloeien. Na een lange aanloop langs de rotsen van Chanches du Peyron naar de Col des Méandres (2727m) bevinden we ons dan tenslotte aan de voet van de hoofdbeklimming. Vanaf nu gaat het zeer steil omhoog. Ons groepje valt uiteen en iedereen stijgt naar eigen godsvrucht en vermogen. Tom is dé man: hij schiet ons als een pijl voorbij. In het zuiden dreigen de indrukwekkende tanden van de Grand Seru. Minstens evenveel indruk laat een kortgebroekte Italiaanse schone na. Het allerlaatste stukje over steenpuin naar de Chapelle du Mont Thabor is echt afzien. Er is heel wat volk op de top. Iedereen geniet met volle teugen van de magnifieke vergezichten. Er staat ook hier een stevige wind! Frederik spelt de naam van zijn geliefde op de flanken van de top met losse stenen. Ellen flasht het volledige massief.

Ons volgende doel is de uitgestrekte Vallée des Muandes. De weg daalt via een adembenemende kom vanaf Mont Thabor langs de Pointe des Angelières over een uitgestrekte puinhelling. Na enig aarzelen, moeten we zelfs enkele honderden meters over een sneeuwvlakte, waarbij Tom ongelukkig zijn wandelstok naar de eeuwige jachtvelden verwijst (althans het onderste stukje). Het gesteente op de richel waar het pad op uitkomt is pekzwart. In de verte blijven de toppen van Les Ecrins ons gezelschap houden. We zien – heel ver – twee gemzen op een sneeuwvlakte. We volgen de richel over de Roche du Chardonnet (2950m) naar de Col des Muandes (2828m), het begin de Valle des Muandes. Deze vallei herbergt vele kleine en grotere meren. Hoever is het nog naar ons eindpunt Refuge des Drayères? Of zouden we de voorspelling dat die volgeboekt is geloven en proberen rechtstreeks naar Névache te gaan? De gids zegt: “Mensen met masochistische neigingen zouden kunnen doorploeteren naar Névache”. De vorige nacht in gedachten, kiezen we unaniem voor ‘doorploeteren’. De omweg naar Névache is bovendien ook esthetisch gezien meer dan de moeite waard. We slikken omdat we nog meer moois en nieuws mogen meemaken. Na de allerlaatste afdaling uit de vallei bereiken we de autoweg waar we een lift terug naar de auto aangeboden krijgen van een sympathiek koppel uit Corsica. Ze komen speciaal naar deze streek om frambozen te plukken. Ze vertellen ons dat ze aan de oogst goed kunnen merken dat de natuur zich nog niet geheel hersteld heeft van de hittegolf van vorig jaar. We keren terug naar de camping van twee dagen geleden en maken ons klaar om, ondanks onze vermoeide benen, nog een stapje in Briançon te wagen. We vermijden bewust een nieuwe confrontatie met de bevallige Angélique. De avond gaat over in de nacht als een cocktail van Franse chansons, Belle Hélène, (te) veel Afflighem-bier, één chartreuse, een kloon van een oude bekende en een lift naar een bijzonder dubieuze karaoke-bar. In het holst van de nacht strompelen we op de tast de camping weer binnen. De auto moeten we helemaal vooraan laten staan.

Zaterdag 14 Augustus 2004

FluffyWe moeten voor elf de camping uit, willen niet nog een dag extra betalen. Het wordt vechten tegen katers. Wasted day ahead. Wij rijden naar Briançon, waar Pieter en Ellen zelfs de kracht niet meer bezitten om zich van de achterbank te hijsen. Tom en Frederik schikken zich op een zonnig terras om er – pastisnippend – de voorbijgaande françaises naar waarde te schatten. Vier uur later zoekt ons nu licht beschonken duo de pas ontluikende slapers op. Samen gaan we op zoek naar een winkel waar men kaarten en boekjes verkoopt ter inspiratie voor een volgende tocht. Dan volgen zeer uitgebreide boodschappen in de lokale supermarkt om dan uiteindelijk nieuwe zuidelijkere oorden op te zoeken bij het massief van de Mercantour. Menig uren achter het stuur later landen we ter hoogte van XXX waar we niet al te kieskeurig een plaatsje uitkiezen voor de nacht aan de ingang van de camping.

Zondag 15 Augustus 2004

We verlaten onze bivak-camping behoorlijk vroeg in de ochtend. Een uurtje later parkeren we de auto op de Col de la Cayolle (2326m). We ontbijten ter plaatse op enkele zwerfstenen in het zonnetje. Rond half negen beginnen we aan de klim. Er is behoorlijk wat volk op de been wanneer we de eerste top naderen. Bovenaan hebben we zicht op een blauwe parel van een bergmeer, iets lager gelegen. Er is geen zuchtje wind en het is zeer heet. We dalen af langs het meer. Na enkele meters houdt Ellen het voor bekeken wegens pijnlijke knieën. Ze gaat terug naar de auto. Wij dalen verder af en wisselen de ene bergflank voor de andere. Het gaat nu definitief omhoog richting Mont Pélat. Na een tijd valt de flora weg. Het is bakken op de kale stenen onder de vlakke hand van de zon. In het park van de Mercantour gaat de erosie stevig te keer: je ziet haast alles afbrokkelen. Hier en daar staan bordjes die je vragen de paden niet te verlaten omwille van de erosie. De laatste eindspurt naar de Mont Pélat lijkt, vanop een afstand, een niemendalletje, maar dat is slechts bedrog. Het is stevig klimmen, maar niet voor lang.

Boven genieten we op het arendsnest een tijdlang van de zonovergoten omgeving: de richels, de kammen, de rotsen, de verre meren… prachtig. Er scheert een zweefvliegtuigje langs onze hoofden voorbij. We dalen af langs een lichtjes andere weg waar we even verpozen aan een watervalletje. Later naderen we opnieuw het blauwe meer nabij de top van deze morgen. We verfrissen ons aan het koele water. De kleren gaan af, er worden gekke foto’s genomen. Er is ook een filmpje (op aanvraag verkrijgbaar). De zon boet langzaam in aan kracht terwijl we weer bij de auto komen. Samen met Ellen eten we wat. We rijden de col af en houden halt bij het dorpje XXX. We zoeken een restaurant waar we de avond over ons heen laten vallen. In het dorp is een feest aan de gang. We gaan even kijken, maar het lijkt ons maar niets. Een degelijke camping zoeken blijkt niet eenvoudig. We belanden uiteindelijk op een vreselijk geval waar ze bovendien te veel geld voor vragen. Pieter is razend. Vroeg in bed.

Maandag 16 Augustus 2004

Als de bliksem doeken we onze bivak aan de ingang van de camping op. We rijden Zuidoostwaarts richting Sospel, onze uitvalsbasis voor het tweede gedeelte van onze reis: canyoning in de Maritieme Alpen! We bezoeken onderweg een grote sportwinkel en een gigantische supermarkt (met 3D schermen). In de loop van de namiddag bereiken we Sospel en zoeken een camping op aanwijzingen van Klaas en Johan die hier eerder al waren (zij het heel kortstondig). In afwachting van de groep die ons weldra zal vervoegen, rijden we naar een winkeltje waar ze canyonmateriaal verhuren en verkopen. Tom en Frederik geven groot geld uit. Een tweedehandspak voor Frederik en elk een canyon rugzak. ’s Avonds begroeten we eindelijk de nieuwelingen (Ben, Luc, Lieven en Lincy) in een restaurant in de hoofdstraat van Sospel. Het is al donker. Dan gaan we samen naar de camping waar we een mooi plekje voor hun tenten hebben gereserveerd.

Dinsdag 17 Augustus 2004

‘s Morgens gaan Lincy, Luc en Ellen een pak huren in de canyonwinkel. Helaas zijn er geen tweedehandspakken meer te koop: die kosten vaak evenveel als vier dagen huren. Frederik heeft geluk gehad gisteren. Vandaag doen we onze eerste canyon! We achten de Vallon du Guiou een waardige starter. Bovendien ligt deze op slechts een kwartiertje rijden van de camping in Sospel, en dat is echt luxe voor canyonliefhebbers! De beide auto’s gaan aan de kant van de weg bij een brugje. Alle materiaal wordt deskundig verdeeld: musketons, gordels, helmen. Iedereen neemt zijn (gehuurd, gekocht of geleende) canyonpak mee op de schouders. Het is een behoorlijk eind stappen langs een hete beboste helling tot we na een uurtje aan een beschaduwde wandelbrug uitkomen over het stomende water van de canyon. Nu pas gaat alles aan: de spanning stijgt! Eenmaal in het water gedragen we ons als kleine kinderen: ploeteren, spetteren en luidkeels lachen en spelen. Het prettig kolkende water werkt aanstekelijk, zeker na een week in de bergen of een dag in de auto. Er zijn heel wat kleine sprongetjes en plaatsen waar je vanaf een hoek of een kant verschillende keren een duik kan wagen. Het is op en top genieten. ‘s Avonds kokkerellen de dames op de camping.

Woensdag 18 Augustus 2004

De tweede canyon op het programma is de Rio Barbaira, op Italiaanse bodem. Tom wordt overhaald. De auto moeten we parkeren in de straten van Ventimiglia, om dan langs het dorp heen de flanken naast de canyon te bereiken. Zo lopen we verder, het traject van de rivier volgend. Naar goede gewoonte zweten we liters onder de blakende zon terwijl we diep in de canyonkloof mensen horen joelen in het koele water. Uiteindelijk bereiken we een smalle brug over de rivier. Het stenen ding is acht meter hoog en je kan er een sprong wagen in het diepe water. Lincy gaat als eerste: de hoogte is echt wel ontzagwekkend! Als dan blijkt dat er eentje de spong heelhuids heeft overleefd, is het gedurende een half uur een op en af lopen van kandidaat springers die telkens opnieuw een ander kunstje ten tonele voeren. Beneden kijkt de rest toe, gezellig dobberend in hun canyonpakken. Maar goed: we moeten dringend verder. De canyon is heel open, een brede kloof met slechts een schaarse begroeiing. De afgeronde kalkstenen blinken uitnodigend in de namiddagzon. Een van de watervallen vormt een uitdaging voor de beginnelingen in ons gezelschap, maar alles verloopt vlot. Frederik beleeft het genoegen een private photoshoot te mogen verzorgen voor beide dames uit het gezelschap (foto’s niet op aanvraag verkrijgbaar). Aan het eind van de canyon staat een grote betonnen constructie vanwaar je opnieuw kan duiken. Er liggen nog enkele late dagjestoeristen te zonnen. Vandaar moeten we te voet terug naar het dorp. Onder een veelbelovende avondhemel rijden we tenslotte terug naar Sospel. ’s Avonds gaan we eten in een van de restaurantjes in de oude stadskern.

Donderdag 19 Augustus 2004

Een pijnlijke rug speelt Lieven parten en Lincy en Ben willen het even rustiger aandoen. Zij blijven op de camping. Pieter, Frederik, Luc en Ellen kiezen een kleinere canyon uit voor vandaag: de Vallon de Basséra. De auto gaat langs de baan aan een bruggetje en voor we het beseffen, trotseren we alweer de hitte langs beboste paden. De feature bij uitstek van deze Basséra is de zeer lange tobogan of glijbaan helemaal in het begin. Erg plezierig. De smalle, overschaduwde canyon heeft voor de rest geen spectaculaire afdalingen te bieden, maar moet het vooral hebben van zijn stille schoonheid onder de overhangende takken en bomen, de verborgen hoekjes, de ruwheid van het terrein en de subtiele verlichting door een voor de rest afwezige zon. Onderweg helpen we een lokale johnny die met twee van zijn bimbo’s aan de canyon was begonnen zonder touw, zonder pak. We komen uiteindelijk samen bij de auto’s, waar Pieter zich van zijn lichtzinnigste kant laat zien.

Vrijdag 20 Augustus 2004

Houd u vast aan de takken van de bomen! Het beste hebben we voor het laatst bewaard: él horribile Clue de la Maglia. Het was in deze canyon dat Bever, één van onze vrienden, deze zomer nog met de heli moest gerescued worden uit een wel zeer penibele situatie. Zijn volledige rechterbeen was verbrijzeld na een slecht ingeschatte sprong in het onbekende. We vragen ons af of we uit zijn beschrijvingen zullen kunnen opmaken wanneer we de precieze plek des onheils naderen in de canyon. Is het daar echt zo gevaarlijk? Dit monster vraagt wel enige logistieke voorbereiding: zo moet je beschikken over twee auto’s, één aan het begin en een op het einde van de canyon. Rond de middag zijn we er allemaal klaar voor: we bevinden ons hoog aan de canyon, op een parking die slechts te bereiken is via een nauwe, aarden weg langs een afgrond. Nog geen kwartier later zitten we met onze voeten al in het kolkende water.
En dan is er slechts plaats voor superlatieven… De Maglia is een echte must! Voorbij het midden van de canyon stort het water een 10 à 15m lange koker in. Wij volgen, maar missen daardoor een kleine omweg die naar verluidt zeer de moeite loont. Niets aan te doen. De grillige wanden van de grot zijn prachtig gekleurd. Het geraas van het water overstemt alles terwijl je je aan het touw laat zakken. De Maglia eindigt als een metershoge waterval in een diepe vijver. Frederik en Ben wagen een duik vanaf de rotswanden. Frederik haalt daarbij zelfs een canyonhelm op tot zijn grote (financiële) vreugde, maar moet die terug afgeven aan de rechtmatige eigenaar tijdens de wandeling terug naar de auto. Wat een dag! Hélène aan de plageTerug aan de camping wordt er gekookt. ‘s Avonds op zoek naar etablissement. Luc haalt zware toeren uit met auto in smal steegje, later vreemde nachtelijke figuren aan het zwembad. Later op de avond ontdekken Frederik en Tom zowaar een schorpioen in de tent.

Zaterdag 21 Augustus 2004

Weemoed. Onze laatste dag. We ruimen op en betalen een flinke rekening. Daarna de baan op, meerbepaald de Italiaanse autostrades op zoek naar een strandterras aan de beroemde kuststreek aldaar. Vandaag is toeristendag: denk hierbij aan het geluid van aanstekelijke Italiaanse strandaerobics voor kleuters, huisvrouwen en niet zo erg goed validen. Of nog: Lieven en Pieter die zich uitleven op een hobbelpaard na het drinken van enige bieren op een jaren tachtig strandcafé. Tegen de avond eten we zeer uitgebreid in een visrestaurant. De aangeboden schotels (groepsmenu) zijn enorm én lekker. Na dit laatste avondmaal in een Italiaans kuststadje zonder naam, vertrekken we ’s nachts huiswaarts.

Bekijk ook het volledige fotoalbum.

Twee weekjes Toscane

Wednesday, July 21st, 2004 | Tags:

Fotoverslag

Toscane, Italië 2004

Monday, June 7th, 2004 | Tags:


« Ouder     Nieuwer »

 


Tags


Archief

August 2008 (1) May 2008 (3) April 2008 (1) October 2007 (2) September 2007 (1) August 2007 (1) June 2007 (2) March 2007 (5) February 2007 (1) November 2006 (1) October 2006 (1) September 2006 (2) July 2006 (1) June 2006 (1) May 2006 (2) March 2006 (6) February 2006 (1) January 2006 (4) November 2005 (1) October 2005 (2) September 2005 (1) August 2005 (4) July 2005 (4) June 2005 (1) May 2005 (2) April 2005 (4) March 2005 (4) February 2005 (4) January 2005 (15) December 2004 (5) November 2004 (10) October 2004 (13) September 2004 (7) August 2004 (4) July 2004 (5) June 2004 (7) May 2004 (4) April 2004 (7) March 2004 (7) February 2004 (11) January 2004 (15) December 2003 (7) November 2003 (18) October 2003 (11) September 2003 (14) August 2003 (18) July 2003 (17) June 2003 (9) May 2003 (11) April 2003 (14) March 2003 (25) February 2003 (22) January 2003 (21) December 2002 (19) November 2002 (2)