scene24.net
Spaanse Pyreneeën, zomer 2005
Wednesday, August 10th, 2005 | Tags:
Verslag volgt. Bekijk voorlopig het uitgebreide fotoalbum.
Vierdaagse langs de Semois
Sunday, May 8th, 2005 | Tags:
De voorbije snipperweek leek ons ideaal voor een avontuurlijk eindje stappen. Met tent en rugzak trokken we van zondag 1 mei tot woensdag 4 mei door het (naar Belgische normen) ongerepte rivierdal van de eeuwig kronkelende Semois (zie ook dit overzichtskaartje). We maakten gebruik van een stukje van de 200km lange GR AE (Grande Randonnée Ardenne-Eifel) die er de verschillende dorpjes met elkaar verbindt aan de hand van de bekende rood-witte streepjes.
Onze tocht begon in Menuchenet; vandaar ging het naar het leuke toeristenstadje Bouillon; dan naar Membre, het voorlaatste Semoisdorp voor de Franse grens om dan tenslotte te eindigen in Orchimont. Geen wandeling in lusvorm, waardoor we de eerste dag gebruik moesten maken van een lift. Onze tocht komt grotendeels overeen met deze uit een wandelboek van Sjef Vandepoel, dat ik mezelf deze winter cadeau had gedaan.
Alles bij elkaar een goede 65km, niet echt veel voor vier dagen stappen. We hebben het echter heel rustig aan gedaan en veel tijd uitgetrokken voor een boterham in het zonnetje, pootje baden, bloemetjes determineren en alles wat daar verder bij hoort. Heel ontspannen en ontspannend. Bovendien was het voor Julie de eerste keer dat ze met een (relatief) zware rugzak (12kg) ging stappen, dus we gingen niet meteen voor een medaille of een afstandsrecord.
Voor de stuk langsheen de Semois gebruikten we de speciale (groene) stafkaart Bouillon-Rochehaut van het Nationaal Gegrafisch Instituut, op schaal 1:25.000, dat een aantal standaard (blauwe) stafkaarten deels overlapt. Te verkrijgen in elke deftige kaartenwinkel, zoals Atlas Zanzibar in Gent. Voor het deel vanaf Membre vertrouwde in volledig op de GR aanduidingen, zonder kaart. Niet zo verstandig, zou ik achteraf inzien.
Zondag, 1 mei 2005
We parkeren de auto rond de vroege middag aan het station van het gehucht Gedinne-la-gare, het beoogde eindpunt van onze vierdaagse en versieren een lift richting het verkeersknooppunt van Menuchenet 25km verderop. Een Vlaams koppel dat die dag toevallig ook ging wandelen in de streek pikt ons met plezier op. Een weinig later staan we er weer alleen voor. Rugzak op de schouders, de Leki-stokken op de juiste lengte, een fantastisch lentezonnetje… die eerste meters hebben altijd weer iets bijzonder als het een tijdje is geleden dat je bent gaan stappen.
Tijdens de vroege namiddag passeren we twee stille, vergeten zusterdorpjes op weg naar het dal van de Semois: Sensenruth en Curfô. Het landschap bestaat hier uit een lappendeken van kleine bosschages, akkers, weiden met koeien en enkele schaarse heuvels met wat villaatjes ertegen. De echo’s van de drukke verbindingswegen rond Menuchenet maken plaats voor het gefluit van een zwartkop, roodborstjes, winterkoninkjes en het vrolijke gekwetter van talloze zwaluwen. Al snel duikt het pad de dichte bossen in die de oevers van het Semoisdal bedekken. Het is er opvallend koeler dan op het bewerkte land. Uit de vochtige bosgrond stijgen geuren op die ik al een hele tijd niet meer geroken had. We worden vergezeld van groepjes zondagswandelaars wanneer we de ijzeren uitzichttoren (’belvedère’) naderen die uitkijkt over het 150 meter lager gelegen Bouillon. Beslist de moeite!
Het fort van de beruchte kruisvaarder Godfried van Bouillon waakt strategisch over het kleine stadje, prachtig omarmd door een meander van de Semois. We duiken nu naar beneden langs de steile helling van het rivierdal en pauzeren even aan één van de drie bruggen die naar de stad leiden. We steken even onze neus binnen in het fort, maar besluiten onze euro’s toch maar liever uit te geven aan een streekbiertje voor mezelf en een crèmeke voor Julie. Op minder dan een uur tijd zien we het kleine stadje volstromen. Het lijkt wel alsof zowat iedereen met een motor in West-Wallonië had besloten er op dat moment een pint te gaan drinken. We kopen nog snel een cramique (een soort suikerbrood met rozijnen) en vluchten weg uit dit Ostende-à-Semois. Even buiten de stad leggen we ons anderhalf uurtje te soezen aan de oevers van de Semois met de voetjes in het water. Wanneer de zon langzaam haar kracht verliest, stappen we verder langs de rivier tot bij het ietwat vreemd ogende klooster Notre-Dame de Clairefontaine. Het is half zeven. We bellen aan, want we zijn moe en zien een slaapplaatsje in de tuin van het klooster best zitten. Een lief nonnetje van rond de dertig is heel begaan en wijst ons een plekje aan onder een oude linde met zicht over het rivierdal. Onze dag is compleet. Genietend van een warme zonsondergang maak ik een stevige trekkersmaaltijd klaar voor Julie die nog geen tien minuten later als een blok in slaap valt.
Maandag, 2 mei
Het regende wat tijdens de nacht, maar de ochtend begint nu even stralend als de dag voordien. De cramique uit Bouillon doet uitstekend dienst als ontbijt samen met een warme chocolademelk. We installeren ons op een bankje in de zon. De dag kan al niet meer stuk, zo lijkt het. Een half uurtje later zijn we weer op weg. We dalen af in het dal van het klooster langs de Semois en worden spoedig omarmd door versgroene loofbossen waaronder uitgestrekte tapijten van bloeiende Daslook hun bijzondere geur verspreiden.
Euh, ja, een uitgesproken lookgeur. Een uurtje later houden we halt bij een open plek onder de zon waar een vrolijk ruisend beekje zich samenvoegt met het rustige water van de brede Semois. Nu beginnen we aan de eerste kuitenbijter van de dag. We moeten de helling op die uitkijkt over Le Tombeau du Géant, waar we zonet zijn langsgelopen. Deze ‘graftombe van de reus’ dankt zijn naam aan de bijzondere vorm die een meander van de Semois in het landschap heeft uitgesleten. Dit zou een van de meest gefotografeerde plekjes van de Ardennen moeten zijn, lezen we in onze topo-gids.
We besluiten onze eerste beklimming van de dag te vieren met een streekbiertje in het nabijgelegen dorpje Botassart terwijl het lentezonnetje van daarnet volledig verdwijnt achter een onheilspellend grijs wolkenplafond. Wanneer de eerste druppels vallen zetten we koers naar Rochehaut en passeren daarbij een oude kampplaats van de scouts aan de voet van le Gros Bois. De regen houdt het hierna gelukkig voor bekeken. Dit stuk van de GR AE is zondermeer spectaculair. Je gaat er deels over de beruchte Promenade des Echelles. Zoals de naam doet vermoeden moeten we ons geregeld langs trapjes en rotswanden over het pad bewegen. Speeltijd! Naarmate we Rochehaut naderen slingert het pad verder kriskras omhoog en worden daarbij getrakteerd op unieke doorkijkjes over de Semois. In Rochehaut aangekomen slaan we wat proviand in en besluiten nog een eind door te stappen, onze pijnlijke voeten ten spijt. Frahan (’han’ betekent ‘bocht’ by the way), een sprookjesachtig dorpje op een steenworp afstand van waar we ons bevinden, lokt ons terug naar beneden vanuit alweer een nieuwe meander van de Semois. Het leek aanvankelijk niet eenvoudig een slaapplaats te vinden in het kleine dorp met het charmante wandelbrugje dito kerkje. Dan maar de boer op? In Frahan woont er één. Veel keuze is er bijgevolg niet. Maar we hebben geluk! Een Vlaams koppel dat er een vakantiehuis huurt, doet een goed woordje voor ons. De boerin staat aarzelend toe ons tentje voor één nacht in haar voortuin op te zetten, al riskeert ze hiervoor wel een bekeuring.
Dinsdag, 3 mei
Tijdens een groot deel van de nacht en de vroege ochtend gaat Frahan gebukt onder het geweld van een voorjaarsstorm. Ons tentje houdt gelukkig stand. Helaas kan ik hetzelfde niet zeggen van mijn Thermarest slaapmatje dat opeens lek blijkt te zijn. De harde ondergrond herinnert me aan de tijd waarin we het nog deden met ouderwetse kunststoffen matjes. Vroeger was niet alles beter! Toch ben ik blij dat mijn inmiddels vijf jaar oude Thermarest het hier laat afweten, en niet tijdens één van onze winterescapades. Dat zou dramatisch geweest zijn! We ontbijten bij het koppel dat ons gisteren aan een slaapplaats had geholpen. Ze vertellen ons wat meer over de recente geschiedenis van Frahan, de streek en de mensen. Nog niet zolang geleden had de Waalse regering beslist dat het uitzicht op het dorp geklasseerd moest worden. Bijgevolg viel de bijl voor de talrijke campings die zich aan de oevers van de Semois rond Frahan hadden genesteld (ze staan nog op de stafkaart!). De volledige middenstand, die leefde van het toerisme ging kopje onder. Al wat rest is die éne boer met zijn boerin, een ongastvrij restaurant en een dertigtal Vlaamse en Nederlandse gezinnen die hier een vakantiehuis huren… en de leegstaande huizen van de autochtone bevolking.
Maar we laten dit dorpsdrama niet aan ons hart komen en genieten met volle teugen van het eerste deel van onze tocht van vandaag dat over de Crêtes de Frahan loopt: de dicht beboste, rotsachtige heuvelrug die het dorp van de wereld afsnijdt. We passeren onwetend een kasteelruïne en profiteren van een aantal mooie doorkijkjes op het Semoisdal. Na een uurtje wandelen priemt de zon alweer door het wolkendek. Het ziet er goed uit. Uiteindelijk naderen we het relatief grote dorp Alle waar we ons eerste terrasje van de dag doen (leeggangers!).
De GR gaat vanaf hier een zeer steile boshelling op om dan weer af te dalen naar Mouzaive, een piepklein straatdorpje met alweer een enig wandelbrugje over de Semois. Onderweg botsen we op het kadaver van een wild zwijn waar de oren zijn van afgesneden. Bizar. Meteen volgt een tweede zware klim naar de Point de vue de Naglémont, dat een fenomenaal uitzicht biedt over Mouzaive, Alle, en, heel in de verte, Rochehaut vanwaar we gisterenavond naar Frahan zijn afgedaald. Het uitzicht is er dermate indrukwekkend dat we er een uurtje blijven plakken en de aanval inzetten op ons verse lading paté, brood, worst en olijven die we in Alle hadden gekocht. Ik haal zelfs mijn vuurtje boven om thee te maken. Het GR pad daalt nu langzaam terug naar beneden. We passeren Chairière en duiken even snel de bossen weer in. De zon moet even wijken en een drukkende stilte daalt neer over de natuur. Na een lange lus raakt het pad opnieuw de oevers van de Semois, die nu in quasi loodrechte lijn richting Vresse loopt tot aan het fotogenieke oude voetgangersbrugje. In Vresse zijn tal van restaurants, winkels en cafeetjes. We laten ons opnieuw verleiden en vleien ons op een terras waar we na enig aarzelen allebei een wafel met ijs en slagroom bestellen. Dan nog een Orvalleke, en daarna nog één. Schandalig, ik weet het. Maar fervente wandelaars zullen het wel weten: zwaar bier kruipt in de benen en haalt de wandeldrift flink naar beneden. Ons laatste stukje van de dag, een aantal kilometer tot in Membre, wegen dan ook erg zwaar. Bovendien zijn we vergeten water bij te tanken in Vresse! In Membre vinden we op het eerste gezicht geen geschikte kampeerplek en we overwegen om op de tanden te bijten en nog eens stuk door te stappen naar Orchimont. De avond valt. Ik doe een gok: ik bel aan bij een huis met een grote weide ernaast. Tot ons grote verbazing worden we opnieuw in het Nederlands aangesproken. Jeannine is de naam, en het is geen enkel probleem om daar te overnachten. Zeker niet ‘omdat jullie Vlamingen zijn’, voegt ze er nog aan toe. We konden zelfs een kamer krijgen als we dat wilden.
Woensdag, 4 mei
Julie wordt die nacht ziek. Alles eruit. Net op tijd uit de tent. Fiew! Iets verkeerd gegeten? Die paté wellicht. Het blijft regenen, ook ’s morgens wanneer we rond half acht opstaan om koffie te drinken bij onze gastvrouw. Jeannine is een kranige weduwe. Haar man had het huis voor haar gebouwd, maar overleed enkele jaren erna. Voorlopig lukt het haar om het hele huishouden zelf te bestieren. Zij vertelt ons ook wat meer over de streek, waar ze intussen al twee decennia vast verblijft.
Volgens haar laat de kwestie Brussel-Halle-Vilvoorde zich voelen tot in deze uithoek van België. De spanningen tussen Vlamingen en Walen zijn er nog nooit zo scherp geweest, meent ze. Je merkt het aan kleine dingen: een gedempte snauw van de garagist, of een ‘sales Flamands‘ die komt overwaaien uit de tuin van de buurman die met zijn vrienden tijdens een barbecue de actualiteit bespreekt. De streek lijkt wel een Vlaamse kolonie, zo gaat ze verder, sommige dorpen bestaan uit 40 tot 50% Nederlandstaligen (dat zijn er verhoudingsgewijs meer dan in Brussel), en meestal zijn het deze met de grootste villa’s, de restaurantuitbaters en de grotere zelfstandigen. Anderzijds werkt op andere plaatsen meer dan 80% van de ‘inheemse’ bevolking voor de gemeente: boswachters, politie, bestuur… De mentaliteit is er al te vaak één van ‘fatigué, congé payé, creveré, gevoed door het decennia lange wanbeleid van de Waalse socialisten. Toeval of niet: op onze tocht tijdens de laatste drie dagen zijn we meerdere keren geholpen door Vlamingen, terwijl we nog geen woord Frans hebben moeten spreken. Laat ons dat houden op toeval.
Terug naar de tocht. De niet aflatende regen doet ons twijfelen of we toch niet beter een bus zouden nemen naar Gedinne, waar de auto op ons wacht. Ik wil liever nog even doorbijten tot Orchimont. We verlaten de GR AE die de Semois verder volgt richting Frankrijk en wisselen deze voor de GR 126 die naar het noorden loopt. Orchimont is een uniek dorp, heel anders dan wat we tot nu hadden gezien. Het rust als een adelaarsnest op een hoge beboste heuvel en is slechts te bereiken via een hoofdbaan die steil omhoog slingert. In het dorp hangt een griezelige stilte, enkel doorbroken door het druppelen in dakgoten en waterplassen. Er brandt een enkel licht in een klein hotelletje, uitgebaat, zo blijkt, door alweer twee Vlamingen. We worden erg vriendelijk onthaald en krijgen een flinke boterham voorgeschoteld. Wanneer we terug opstappen, duwt de waardin ons ok nog een grote fles drinkwater in handen. Op naar Gedinne nu. Nog 15 km. Maar dan gebeurt iets dat ons alle zin om onze tocht te beëindigen zal ontnemen. Na alweer twee uur stappen komen we uit in… Orchimont. Verkeerd gelopen, volledig gedesoriënteerd door de dichte bossen en het ontbreken van de zon. Dat zal me leren om zonder stafkaart te stappen! Een pijnlijke les. Het is twee uur. We zijn kletsnat en besluiten de rest van de tocht te liften. Dat lukt. Een vriendelijke dame pikt ons op en dropt ons mooi weer af bij de auto in Gedinne-la-gare. U mag drie keer raden welke taal ze sprak.
Na afloop…
Behalve de laatste dag misschien, hebben we er een zeer geslaagde tocht opzitten. Een aanrader voor iedereen die de dagelijkse beslommeringen even wil ruilen voor een brok puur natuur in één van de mooiste plekjes die Wallonië te bieden heeft. Zo goed als gratis, je hebt genoeg met een lang weekend en het is niet ver!
Voor de geïnteresseerden: hier nog wat meer fotootjes.
Col du Grand Saint Bernard
Monday, February 14th, 2005 | Tags:
Hieronder volgt het nogal lang uitgevallen relaas van onze jongste wintertrekking nabij de Col du Grand Saint Bernard, op de grens tussen de Zwitserse en de Italiaanse Alpen. Zou het kunnen dat de weergoden deze weblog lezen? Mijn smeekbede van vorige week werd blijkbaar wel gehoord: we genoten van vier dagen volle zon tussen de besneeuwde toppen. Lees het verslag hieronder of bekijk gewoon even de foto’s (dank aan kpi).
Zondag, 6 februari
Na een nacht zonder files (en dat tijdens de krokus!) naderen we het punt waar autobestuurders in de zomer moeten kiezen hoe ze de Col du Grand Saint Bernard oversteken: via de tunnel of via de hoge bergpas. De pas is tijdens de wintermaanden gesloten door de tonnen sneeuw die hogerop op de weg rusten. Wij slaan er af en parkeren de wagen aan de voet van een bescheiden skigebied. Een felle winterzon in een staalblauwe hemel doet ons onmiddellijk naar de zonnebril grijpen. We verdelen het eten, water en whisky, passen de gamaschen en wandelstokken en beginnen tenslotte omstreeks half elf aan onze eerste beklimming. De besneeuwde asfaltweg van de pas doet tijdens de wintermaanden dienst als skipiste. De sneeuw is goed bewerkt waardoor we snel opschieten. Al na een kilometer slaan we af aan een klein bruggetje naar een zijflank van de pas. Hier moeten we de sneeuwschoenen aantrekken. Dit moment zal de geschiedenis ingaan waarop Tom en ikzelf voor het eerst op sneeuwschoenen zullen lopen. Pieter en Lieven hadden het vorig jaar al eens kunnen uitproberen. Nu, veel is er niet aan overigens: je loopt wat eend-achtig in het begin, maar al na enkele uren besef je niet eens meer dat je die dingen aanhebt.
Veel inlooptijd is ons echter niet gegund, want de klim naar ons eerste doel, de Col du Bastillon, is behoorlijk stevig. Bovendien is de zon verdwenen achter de bergen en beukt een ijzige wind genadeloos in op onze blozende wangen. We volgen een spoor dat tourskiërs (skiërs die te voet een berg oplopen en weer afglijden) in de flank hebben uitgesneden. Naarmate we stijgen, komt de zon af en toe nog eens boven de kammen piepen, wat enkele mooie winterprenten oplevert.
Helaas zakt de zon sneller dan wij kunnen lopen: niet lang daarna is het hele landschap in een koude schaduw gehuld. Ingepakt in vestkappen, mutsen, fleecen en windstoppers bereiken we omstreeks half vijf een plateau op ongeveer 2600m aan de voet van de Col du Bastillon waar we onze tenten opzetten vlakbij twee bevroren meertjes. De hoogste tijd: want iedereen heeft zijn eerste portie wel gehad voor vandaag. Alle veertig tenen beginnen pijnlijk te bevriezen.
Een uurtje later liggen we ingeduffeld in onze slaapzakken sneeuw te smelten in de voortent voor een soepje en een zakje trekkersmaaltijd van Mount Everest (chili con carne heerst!). Ik loop enkele minieme brandwonden op door met mijn blote handen de metalen pannetjes en het bestek te hanteren. Die dingen blijven bij -20°C gewoon plakken aan je vel! De hele organisatie van het kookgebeuren verloopt in onze tent (die van Tom en ikzelf) nogal chaotisch: materiaal vergeten in de rugzakken (die buiten blijven staan), een nooit eerder gebruikt vuurtje dat natuurlijk niet wil werken zoals het hoort, plaatsgebrek in de voortent, etc… Vloeken! In tent twee genieten Lieven en Pieter van het entertainment dat wij ongewild aanbieden. Tijdens de daarop volgende nacht lijken onze slaapzakken gelukkig bestand tegen de strenge sub-zero condities. Ik raak zelfs oververhit in mijn splinternieuwe Valandré Freya… which is nice.
Maandag, 7 februari
Nog vroeg in de nacht maakt een bescheiden sneeuwstorm zijn intrede. Althans, zo lijkt het toch. Onze tent schudt luid heen en weer en wordt onophoudelijk gebombardeerd door miljoenen ijspartikels. Dit blijft duren tot de ochtend. Ik sta als eerste op om te plassen (ook vergeten de dag ervoor). Tot mijn grote opluchting ziet de hemel niet grijs, maar even strak blauw als gisteren! Van een sneeuwstorm was helemaal geen sprake: een sterke wind raast over de oppervlakte van het plateau, sneeuw en ijs voor zich uit drijvend. Dat quasi ‘woestijnzand’ was de oorzaak van onze sneeuwstorm-illusie. De rugzakken zijn volledig verdwenen onder de stofsneeuw, net als al de rest van het materiaal in de voortent dat — vooral Tom en ik — hebben laten rondslingeren. Rondom de put waar onze tenten in staan, hebben zich aan de boorden overhangende ijssculpturen gevormd: een boeiend en hoopgevend decor voor mijn urinerende zelve, al voelen mijn tenen binnen de kortste keren opnieuw ijskoud aan. Ik kruip snel de warme slaapzak weer in om aan het ontbijt te beginnen. Die gebeurtenis verloopt al even wanordelijk als het avondmaal. Zowel de muesli, de koffie, de chocolade én de thee (het hele ontbijt met andere woorden) ligt nog in tent twee. En geloof me vrij: de ‘andere tent’ lijkt op zo’n moment driehonderd meter ver verwijderd. De extreme koude zorgt voor een harde les: we zweren beiden dat we voor de volgende nacht alles piekfijn zullen regelen voor we de slaapzak induiken.
Het doel voor vandaag is de oversteek maken van de Col du Bastillon naar de vallei met de Lacs du Ferret. Na anderhalf uur ontbijten, opbreken en klaarmaken voor de tocht beginnen we aan de klim. Alles verloopt oneindig veel langzamer in de winter: je moet immers je drinkwater koken voor de komende dag en juist dat koken verloopt nog eens extra traag door de hoogte en de koude. Na een uurtje klimmen bereiken we de kam die naar de Col du Bastillon loopt.
Het zicht bovenaan is toverachtig mooi in het stralende winterlicht. Als arenden kunnen we honderden kilometers ver kijken, onder andere tot aan het Massif du Mont Blanc. Maar het duurt niet lang voor we de grootste vergissing moeten inzien van onze tocht: het steile pad dat aan de andere kant van de Col afdaalt is helemaal ondergesneeuwd. Zonder touw is een afdaling gekkenwerk. Het is hier, op deze mooie plek dat we ons hele reisplan moeten overhoop halen. Een les in bescheidenheid, zeg maar: ook al plan je iets tot in de puntjes, de bergen blijven baas. We zullen terug moeten afdalen in het dal van waaruit we waren gekomen om dan onze vooropgestelde lus in de andere richting af te leggen. Er zit niets anders op. De teleurstelling wordt getemperd door een snelle en bijzonder leuke afdaling in de zachte diepsneeuw. Op sneeuwschoenen lijkt het dan alsof je op wolken loopt. De wind die tijdens de nacht onze tenten had gegeseld is nog steeds van de partij. De afdaling heeft af en toe iets weg van een poolexpeditie. Dezelfde situatie zou zonder zon wel eens bijzonder onaangenaam kunnen geweest zijn. We genieten onderweg geregeld van het schouwspel veroorzaakt door de jagende wind, de poedersneeuw en het schuin invallende zonlicht. Net drijvende, levende, witte kwik over de besneeuwde bodem van de vallei.
De keuze van onze volgende slaapplaats is niet eenvoudig. Omstreeks vier uur komt de weg van de bergpas opnieuw in zicht. We bevinden ons op een kleine richel in de flank van de vallei. Het is nog te vroeg om te stoppen met wandelen, maar volgens de kaart zijn verderop maar weinig alternatieven. We besluiten het rustig aan te doen en zullen ter plekke blijven. Het ideale moment voor een stukje worst, wat kaas en een borrel. De logistieke bezigheden van de daaropvolgende avond, nacht en ochtend verlopen heel wat vlotter dan de laatste keer. Dat heeft ongetwijfeld alles te maken met de betere organisatie van het materiaal in en rond onze tent, de mildere temperaturen en de beschutting die de richel ons biedt.
Dinsdag, 8 februari
De derde dag begint naar vast gewoonte met een stralende ochtendzon. Na een rustig ontbijt lopen we de flank af waarop we hebben gekampeerd. Aan een kleine stuwdam steken we de bevroren beek over die de vallei doorkruist. We bevinden ons nu opnieuw op verharde sneeuw van de bergpas samen met enkele tourskiërs die ons vergezellen tijdens de lange weg naar de Col du Grand Saint Bernard. Enkel aan een kleine kapel pauzeren we even om de suikerreserves aan te vullen. Tegen de middag bereiken we na een ijzige klim (geen zon op dat stuk van de col en een scherpe wind recht in het gezicht) het hoogste punt van de bergpas, l’Hospice, een eeuwenoud toevluchtsoord voor de reizigers en handelaars. De Col du Grand Saint Bernard heeft overigens zijn naam niet gestolen: de gelijknamige honden (met het tonnetje) werden hier voor het eerst gekweekt om slachtoffers van lawines op te sporen (inmiddels werden deze viervoeters vervangen door een kleiner hondenras). Enkele geslaagde en minder geslaagde namaakhondjes en embleempjes herinneren je al te regelmatig aan dit wapenfeit van de geestelijken die nu nog steeds de gebouwen bewonen en openstellen voor de talrijke zomer- en wintertoeristen (die al dan niet geïnteresseerd zijn in hun katholieke thema’s … Gerade du brauchst Jesus!). Wij grijpen ons bezoek aan l’Hospice aan om onze watervoorraad aan te vullen en op hetzelfde moment dankbaar gebruik te maken van de toiletten. Aan de walm in en rond de gebouwen te merken, blijken we niet de enige te zijn die op dit idee zijn gekomen.
We zetten onze tocht verder langsheen het grote meer aan de Col vanwaar we een duidelijk zich hebben op de rest van de route: de Pain de Sucre (2900m) en de Mont Fourchon (2902m). Beide toppen torenen quasi oninneembaar boven ons uit. Het lijkt onwezenlijk dat wij morgen van op één van die toppen zullen neerkijken op de plaats waar we nu lopen.
De weg op Italiaanse bodem loopt nog enige tijd verder naar beneden, via een diep ondergesneeuwde autotunnel, van waar we plotseling rechts moeten afslaan om in de brede vallei onder de twee toppen terecht te komen. Dit laatste stuk is steil en zuigt de laatste restjes energie uit onze arme benen. Onder het oranje licht van een late zon zijn we erg blij om ons in de slaapzak te kunnen nestelen. De zuid-oost oriëntatie van de vallei belooft een vroege zon, dus dat zit ook mee. Het lijkt een koude avond te worden. Ik vrees de hevige rukwinden die we de eerste dag hebben meegemaakt aan de Col du Bastillon. Aan de ijstekeningen van de vallei valt af te lezen dat het hier af en toe lelijk aan toe kan gaan. Gelukkig verloopt de nacht bijzonder rustig, zonder het minste windje (tenzij die van ons dan). Het is misschien net iets té rustig, want Tom en ik kunnen helemaal niet meer inslapen door de drukkende stilte. Rond 3.00 staan we even op om naar de sterren te kijken. Iedereen die ooit in de bergen kampeerde, hoef ik niet uit te leggen hoe dramatisch verschillend het hemelbeeld er wel niet is van dat van onze verlichte stad-staat. Helaas hangt aan die schoonheid een prijskaartje: pijnlijke vriestenen.
Woensdag, 9 februari
In het kort, de inmiddels gekende routine: zon, wateren, water smelten, thee of koffie, muesli en chocolade binnenspelen en dan de boel opruimen. Vandaag halen we de top van de Mont Fourchon! We besluiten onze rugzakken achter te laten op de overnachtingsplaats om het comfort van de klim enigszins te verhogen. Je wandelt een pak sneller zonder rugzak, daar hoef ik geen tekening bij te maken.
De Mont Fourchon geeft zich niet zomaar gewonnen. Op sneeuwschoenen blijft het een zeer behoorlijke klim van enkele uren. De top is er sneller dan je denkt, maar dat is slechts schijn: je bereikt eerst een klein ondertopje dat je vooraf niet of nauwelijks opmerkte. De échte top ligt nog zo’n 20 meter hoger.
Dat laatste stukje is echt klauterwerk waar je de sneeuwschoenen voor moet uittrekken. Bovenaan: magnifiek! 360 graden pure postkaarten, al moet je natuurlijk geluk hebben met het weer. Op de top kunnen we de Col du Bastillon duidelijk zien liggen waar we twee dagen geleden onze plannen hebben moeten wijzigen. De blik op de ‘gemiste vallei’ vormt een magere troost voor de gebroken wandellus.
Na een half uurtje genieten dalen we terug af langs de zelfde route. We pikken de rugzakken weer op, en voor we het beseffen naderen we alweer l’Hospice. Daar doen we nog eens precies hetzelfde scenario over: onze flessen en hun beerputten vullen. We staan nu voor de keuze: of nog een nacht kamperen in de bergen of gewoon afdalen tot aan de auto aan de voet van de bergpas 5 kilometer naar beneden. We kiezen voor de laatste optie: als je geen doel meer voor ogen hebt, is kamperen een vrij zinloze bedoening. Anderhalf uur later bereiken we de auto, in de late schaduw van de bergen. We laten ons verleiden door een standaard hotdog in het cafetaria van het skigebied. De warmte binnen daalt op ons neer als een verlammende mokerslag. Doe daar nog eens een aantal Ename biertjes bij (die ik had meegenomen in de auto) en je kan je voorstellen dat de verwende Westerling in ons het opnieuw voor het zeggen krijgt: we verlangen alweer naar een bed en degelijk voedsel. We zijn rijp voor de terugweg.
Maar dat is buiten onze Volkswagen Caddy gerekend: die laat het, helemaal bevroren, totaal afweten. We proberen de auto al duwend tot leven te wekken, maar het is tevergeefs. In het duister van de tunnel (waar we de auto hebben proberen induwen) moet een lokale garagist de wagen komen takelen. Dat wordt een nachtje hotelzitten… op kosten van de verzekering natuurlijk. ’s Avonds wordt het nog gezellig. Ik herinner me vaag iets van een kaasfondue met peper en whisky.
Drie dagen Vogezen
Friday, December 31st, 2004 | Tags:
Sinds gisterenavond terug van een behoorlijk fikse wandeling met tent en slaapzak in de Vogezen, hier nog geen 500km vandaan. Reisgenoot kpi en ikzelf hadden losjes een mooie lus uitgestippeld in de bosrijke omgeving van de Hohneck (1363m) en de Tanet (1292m).
Dinsdag, 28 december 2004
Dinsdag vertrokken uit Gent om 6.30u. Al in Wallonië kwamen we de eerste sneeuw tegen. De wegen lagen er verschrikkelijk bij: zowel in België, Luxemburg als in Frankrijk tot en met onze bestemming. Hier en daar zagen we een auto of een vrachtwagen sierlijk van de baan glijden. Helaas had al dat spektakel ook zijn impakt op onze gemiddelde reissnelheid: 60km/uur! Tegen 15.30u parkeerden we uiteindelijk onze wagen op Col de la Schlucht (1135m). Ter plaatse was een bescheiden sneeuwstormpje aan de gang: ijzige wind, stofsneeuw en veel mist. We hadden nog ongeveer een uurtje om een slaapplaats te vinden voor de zon zou ondergaan. Na 2km stappen vonden we een ideaal verdoken plekje voor onze tent nabij ‘Le Haut Fourneau’ op de kam waar de GR 5 langsloopt. Nog gauw een Balisto en een slok wiskey whisky en de slaapzak in. Toen voor de kleintjes Tik-Tak begon, lagen wij al te dromen.
Woensdag, 29 december 2004
Woensdagochtend. Het was de hele nacht blijven sneeuwen. De tent lag gebukt onder een dikke witte laag (note to self: sneeuw pas van de tent schudden nadat slaapzak en matje zijn opgeborgen). Er lag nu wel erg veel sneeuw, veel meer dan we hadden voorzien. Op sommige plaatsen zouden we vandaag tot ons middel wegzakken. Ploeteren door een meter sneeuw zonder sneeuwraketten schiet echt niet op. Maar dat maakte het er achteraf gezien eigenlijk alleen maar leuker op. In totaal legden we vandaag een 8-tal kilometer af. Op de top van de Tanet (32 U 354935 5327418) waren de omstandigheden behoorlijk ruig: snoeiharde wind, vriestemperaturen, mist, slecht begaanbaar terrein over rotsen en een pad waarvan we inmiddels al een hele tijd niet meer wisten waar het precies lag. Echt fun dus! Onmiddellijk na het Tanet-inferno doken we een wit toverbos in waar de rust in onze zielen terugkeerde tot we ons aan de bevroren oevers van het Lac Vert bevonden. We aten wat (voornamelijk worst, worst en worst met worst). Later op de dag kruisten we als twee zonderlingen met een grote rugzak een aantal commerciële skipistes. We lieten ons evenwel verleiden tot een koele pint in een berghut: dat hadden we wel verdiend. Met een prachtige plaats voor de tent konden we tegen 16.00u de dag tevreden afsluiten.
Donderdag, 30 december 2004
Donderdag zijn we veel te lang blijven liggen (bijzonder slechte nacht gehad, bijna gevochten ;-). De hemel was helemaal opgeklaard. We genoten van een typisch trekkers-ontbijt in een levende kerstkaart. Prachtig! We hadden niet zo veel kilometers meer af te leggen, dus we besloten het op het gemak te doen langsheen een aantal alternatieve routes. Eén daarvan, langsheen de Hirchsteine-kloof was verbluffend mooi en maagdelijk onbetreden in dit seizoen waardoor we ons een beetje als ontdekkingsreizigers gingen voelen (al moesten we dan wel de aangelegde staalkabel wegdenken). Vlakbij de Col de la Schlucht vanop de Spitzenfels (32 U 353427 5325350) trakteerden we onszelf op een laatste slok ‘bergwater’ (whisky dus… het water was echt wel op nu!) waar we van een mooi uitzicht konden genieten op de Hohneck en de omliggende heuvels. We vermoedden zelfs helemaal in de verte de toppen van het Jura gebergte te kunnen bespeuren, al zou ons dat iemand moeten kunnen bevestigen.
Na Afloop…
Zeer geslaagde twee- of driedaagse wintertocht! Kijk nog eens naar de fotootjes, voor wie zin heeft. Nu ga ik eten, lekker eten. Prettig nieuwjaar.
« Ouder Nieuwer »
Tags
1 ster 2 sterren aannemer actualiteit adobe agenda airdisk airport alias apple arcanto aws barnaby bartok bbc beethoven belgië bezoek bijloke blog blogging boeken cartografie cijfers classical cms computer concert conditie courier css dbz debian distiller dns druk dvorak dyndns email entourage fantasy feestje fietsen film fotografie gadgets gavere gedachten gent gezondheid gmail google guide hagen haydn howto id3 imac impositie indesign internet iomega iphone ipod itunes jazz kaarten kater kerst kinepolis klassiek klimmen kommer kultuur kurtag lezen linux logo longhorn lorem ipsum lossless lotr mac maya meeting microsoft mp3 music muziek natuur nerdisme netwerk ngi office oss outlook palin pc pdf planten pmachine politiek quark quartett radio rdc reiskriebels reisverhalen remote roken samenleving scouts seizoen series shostakovich sport stokje strijkkwartet stubru switch sync synchronisation tables tagging tags tolkien tuin tutorial typografie updates urban legend verbouwen verhuizen verveling vnc vriendschap welden werk windows zeldman ziek
Archief
August 2008 (1) May 2008 (3) April 2008 (1) October 2007 (2) September 2007 (1) August 2007 (1) June 2007 (2) March 2007 (5) February 2007 (1) November 2006 (1) October 2006 (1) September 2006 (2) July 2006 (1) June 2006 (1) May 2006 (2) March 2006 (6) February 2006 (1) January 2006 (4) November 2005 (1) October 2005 (2) September 2005 (1) August 2005 (4) July 2005 (4) June 2005 (1) May 2005 (2) April 2005 (4) March 2005 (4) February 2005 (4) January 2005 (15) December 2004 (5) November 2004 (10) October 2004 (13) September 2004 (7) August 2004 (4) July 2004 (5) June 2004 (7) May 2004 (4) April 2004 (7) March 2004 (7) February 2004 (11) January 2004 (15) December 2003 (7) November 2003 (18) October 2003 (11) September 2003 (14) August 2003 (18) July 2003 (17) June 2003 (9) May 2003 (11) April 2003 (14) March 2003 (25) February 2003 (22) January 2003 (21) December 2002 (19) November 2002 (2)
















