scene24.net
De Bijloke 2008-2009
Tuesday, May 20th, 2008 | Tags:
Terwijl het concert van vrijdagavond stilaan begint te bezinken, kijk ik uit naar het nieuwe seizoen van De Bijloke in Gent. Deze concerten heb ik alvast een plek gegeven in mijn agenda. De sterretjes geven mijn prognose weer in hoeverre de vonken er zullen van afvliegen. Maar ‘alles is veel voor wie niet veel verwacht’, zei Bloem. Dat hou ik altijd in het achterhoofd.
- 10.10.2008 — * Accordone, Marco Beasley. John Dowland in Italië. Liederen van Dowland en tijdgenoten. Beasley heb ik ooit eens aan het werk gezien in Het Capitool en de cd ‘Homo fugit velut umbra..‘ blijft bij ons thuis in de hitlijsten hangen. En Dowland… ahh, Engeland, schone liedjes, puur ende fyn!
- 14.10.2008 — ** Jason Moran and The Band Wagon. Hedendaagse jazz op piano. De cd gaat er hier thuis ook wel in.
- 05.11.2008 — * Manderling Quartett. Strijkkwartetten van Britten (3e), Smetana (1e) en Mendelssohn (6e). Britten ken ik van een gelauwerde cd door het Belcea Quartet, maar ik moet toegeven dat ik me nog niet echt verdiept heb in de muziek. Er is nog geen ‘klik’ geweest. Smetana wordt meezingen en Mendelssohn is een plezante jongen. Ik verwacht geen wonderen.
- 16.11.2008 — * Paul O’Dette. De drie Orfeo’s. Italiaanse Luitmuziek uit de vroegrenaissance. Vooral Julie is verzot op luitmuziek, maar ik wil deze gezellige hobbit (hij ziet er toch zo uit) ook wel eens aan het werk zien. Kan ook volledig verkeerd aflopen…
- 04.12.2008 — ** Edding Kwartet. Strijkkwartetten van Haydn (1e), Beethoven (11e), Mendelssohn (4e) en een enkele fugasalto’s van Bach (1 en 6). Grote klassiekers worden uit de kast gehaald, inclusief mijn lievelingskwartet van Beethoven, het fameuze Opus 95, waarin hij de grote kanonnen laat aanrukken. En een beetje Kunst der Fuge gaat er altijd wel in bij mij, zelfs op viool (De Emersons deden dit overigens op onnavolgbare wijze!).
- 13.12.2008 — * Ensemble Organum. Romeinse gezangen (7de-13de eeuw). Twee cd’s hebben mij deze jongens al gekost. Ik zal niet beweren dat ik ze vaak beluisteren, maar als dat dan eens gebeurt is het altijd raak. In kleine dosissen, zeer gesmaakt.
- 10.01.2009 — ** Christoph Prégardien, Andreas Staier. Schwanengesang. Aiaiai… weak spot: Schubertliedjes. Wanderer, Sehnsucht, Am Fenster,… Romantiek van de bovenste plank. Bring your own cleenex.
- 21.01.2009 — *** Hagen Quartett. Strijkkwartetten van Bartók (3e), Beethoven (5e) , Mendelssohn (2e). Chique volk! De Hagens komen elk jaar eens langs in De Bijloke. Meestal zit er een Beethoven bij, en met een beetje geluk een Bartók, zoals ook dit seizoen. Ik ben zéér, maar dan ook zéér, curieus hoe hun uitvoering geëvolueerd is sinds hun grijsgedraaide opname van 1995. Verslaan ze de Zehetmairs?
- 19.02.2009 — ** Neue Vocalsolisten Stuttgart. Monteverdi, Gesualdo (16e eeuw) en twee hedendaagse vocale werken. Als groot bewonderaar van de gestoorde doch geniale toonkunstenaar Gesualdo (en in mindere mate van Monteverdi) ben ik heel benieuwd of deze ‘nieuwe vocalisten’ een waardevolle link kunnen leggen naar hedendaags werk voor meerdere stemmen. Een dubbeltje op zijn kant. Geen garanties.
- 06.03.2009 — *** Jean-Guihen Queyras. Hedendaagse werken voor cello solo van Veress, Kurtag, Britten en Kodaly. Stoer en gewaagd: stuk voor stuk technisch uitdagend hedendaags werk voor cello solo. Komaan Jean (we zien hem zo vaak tegenwoordig dat we hem toch mogen tutoyeren, zeker?), laat zien wat je allemaal uit dat ding kan toveren! Onze oren staan scherp.
- 14.03.2009 — * Fine Arts Quartet. Strijkkwartetten van Arriaga (1e), Shostakovich (1e) en Mendelssohn (3e). Een nogal braaf programma. Hopelijk wordt het concert spannender dan de foto op de site van De Bijloke.
- 16.05.2009 — *** Bartók+. 3 concerten, 2 dagen, 1 kwartet, 1 duo. Bartók madness! Mag er een tent opgezet worden in den hof van De Bijloke? Alle kwartetten — mijn absolute lievelingsmuziek — de duo’s en andere gedurfd werk. Ten-aha-aanval!
- 28.05.2009 — ** Antoine Tamestit. Werken voor viool solo van Bach, Ligeti en Reger. Een ongetwijfeld intiem sluitstuk van een overvol seizoen.
Arcanto Quartett (De Bijloke, 16.05.2008)
Monday, May 19th, 2008 | Tags:

In een overvol Kraakhuis van De Bijloke bracht het Arcanto Quartett op vrijdag 16 mei drie werken voor strijkers: 6 Moments Musicaux van Kurtág, een laat strijkkwartet opus 64 no.2 van Haydn en het vijftiende strijkkwartet van Shostakovich (ik weiger zijn naam met een ‘j’ te schrijven).
Het piepjonge (anno 2007) vierde strijkkwartet van György Kurtág (°1926) spitste meteen de oren van het publiek. De zes miniatuurtjes — naar analogie met Schubert — staan vrij los van elkaar maar delen dezelfde variatie in dynamiek en kleur. Ze voelen daardoor zeer licht, levendig en sprankelend aan. Samen vormen ze een sterk pleidooi voor de opwaardering van deze componist in de schaduw. Critici spreken trouwens nu al van een instant-klassieker. Ik was in ieder geval geïntrigeerd en had achteraf onmiddellijk zin om het werk een tweede keer te beluisteren. Helaas bestaat er nog geen uitvoering op cd.
Papa Haydn (°1732-1809) kreeg een plek toegewezen tussen de twee andere, ultramoderne werken. Zonder schroom overigens: Haydn is de absolute vader van het genre. Zonder hem geen Beethoven, geen Bartók of andere snotneuzen. Natuurlijk dient de luisteraar zijn oorschelp te plooien naar de tand des tijds. Maar wie vreesde voor ‘muziek voor bij de boterhammen‘, zoals een ex-directeur van Radio3 ooit zei, zat er naast. Hoe strenger de vorm, hoe groter de kunst. Hadyn bewijst met dit kwartet dat klassiek — in de eerste betekenis van het woord — niet saai hoeft te zijn.
De pauze was broodnodig om het gehoorde te laten bezinken, maar vooral om de geest te effenen voor wat komen zou. Je voelde wel dat iedereen een beetje gespannen liep. Ik had overigens de gelegenheid om Dirk Vermassen, mijn oud-leraar en duidelijk aanwijsbare oorzaak van mijn liefde voor de klassieke muziek, nog eens te begroeten. Which was nice.
Enkele kaarsen werden ontstoken op het kleine podium “op verzoek van de spelers”. De mensen zaten, de zon zonk, de spelers kwamen en ademden, ogen toe. En toen begon het.
Het langgerekte elegy van het 15e en laatste (anno 1974) strijkkwartet van Dimitri Shostakovich zette meteen de toon voor de rest van de avond. Deze 12 minuten durende, ingetogen klaagzang van een man zonder hoop, nu eens geïsoleerd, dan weer in fuga, bracht de zaal tot absolute stilte (met uitzondering van die verrekte neusfluiter naast mij, sterf!). De viool houdt aan en drijft de spanning op tijdens het zacht uitvloeiende rustpunt op het einde.
Enkele tientallen ronduit ijzingwekkende noten, nu eens viool, dan altviool, verscheuren de doodsrust. De toon is agressief, fel en bevreemdend en stort de luisteraar in het ongewisse. Een cynische serenade, een donkere dans vangt aan en drijft de spot, met de dood, met de componist. Of is het weemoed? Maar het dansende ritme wordt alweer aan flarden gescheurd met hetzelfde gevoelloze geweld als waarmee het werd aangekondigd.
Het intermezzo begint met een fel protest van de viool tegen de dreigende achtergrond van de cello en besluit met zes zéér uitgesproken noten die nu regelmatig terugkeren: een soort dies irae motief als het ware. De cello neemt de overhand. Rust keert terug.
De nocturne bouwt hierop voort en brengt opnieuw warmte in de muziek. Er is weer plaats voor het menselijke, berusting, nostalgie, herinneringen en zelfs enkele sprankeltjes moed. Maar erg lang duurt het niet… Een pizzicato-motiefje klinkt als “uw tijd is om” en herinnert aan wat hier gaande is: de dood.
De funeral march heft plechtig aan, alsof het een staatsbegrafenis betreft van een groot man. De cello brengt een uitgebreide hommage, de viool neemt over. Allen stemmen in. Het jammeren deint langzaam uit. De dynamiek van de muziek gaat naar beneden, de stiltes nemen de overhand. Tot opeens!
Wat is dit? Uit de droefnis stijgt een fel klinkende leeuwerik! De viool rilt van spanning. De cello gaat er achterna. Maar beiden storten al even snel weer neer. Enkele pizzicato-tonen veranderen de kleur en de stemming. Er is opnieuw berusting. Dan weer een opflakkering, stiller nu, korter. Weer pizzicato… Langzaam, heel langzaam, sterven de trillers uit in het absolute niets. Een briljant stukje, deze epiloog.
Was het de uitvoering? Ik ontdekte nochtans enkele schoonheidsfoutjes: wat snaren die werden overgeslagen, stemming die niet 100% gelijk zat. Of was het de sfeer: de aangename zomeravond, het gezelschap, de kaarsen, anything? Ik weet het niet.
Nog nooit was ik op deze manier geraakt door een life uitvoering van een strijkkwartet. Ik was was er compleet ondersteboven van. Elke noot, elke seconde had ik op het puntje van mijn stoel gezeten. Alles geabsorbeerd, mij volledig ingeleefd. Ik was echt van mijn melk.
Een beetje verdwaasd sputterde ik nog enkele weinig zeggende woorden tegen mijn oud-leraar en verdween toen met Pieter — voor wie dit overigens zijn kwartetinwijding was — in het Gentse nachtleven. Mijn arme hersenen, nog ten volle ontvankelijk voor de fijnste prikkels, werden genadeloos verdronken in liters bier. Dat ik heb ik mij de volgende ochtend om half zeven in de beenhouwerij beklaagd. Maar mét de glimlach van iemand die net iets bijzonders heeft meegemaakt.
Fascinatie voor Bartók’s SQ’s
Friday, October 19th, 2007 | Tags:
Waarom blijft de muziek van Bartók me zo boeien? Ik ken zijn strijkkwartetten nu al zo’n vier jaar, maar er gaat nauwelijks een seizoen voorbij zonder dat ik zijn bevreemdende klankwereld nog eens opzoek. Zoiets doe ik meestal wanneer ik het huis voor mezelf heb, of nog liever in de auto (bij voorkeur ’s nachts). Julie wordt knettergek van ‘modern klassiek’ in huis, ziet u. Ik neem het haar niet kwalijk.
Bartók’s strijkkwartetten zijn revolutionair, geniaal. Minstens zo sterk als die van Beethoven, als je’t mij vraagt. Zo anders dan alles wat voor hem was en na hem zou komen. Elk kwartet, elke beweging is doorspekt met grillige vormen, schimmen, kleuren en klanken (ik noem ze patterns) uit bizarre werelden waar we het bestaan niet van afwisten. Die onvoorstelbare hoeveelheid ervan vormt een abstract en onlosmakelijk weefsel dat bij tijden organisch aanvoelt, als een schaduw die kan ademen, dreigen, dansen, doden.
Bartók breekt met conventies en gewoontes om met de brokstukken iets nieuws te creeëren op de fundamenten van het verleden. Er is geen melodie, geen refrein, geen thema. Er komt geen noot een tweede maal onveranderd terug. Toch schuilt er structuur, orde en dialoog in de muziek, meer dan je na enkele keren luisteren zult vermoeden. Dat is meteen ook de reden waarom deze muziek nooit verveelt: er valt altijd wel iets nieuws te ontdekken. Het is een puzzel met zoveel stukjes, in zoveel lagen… en ik heb de onderste nog lang niet bereikt. Een mens kan zich erg klein, nietig en vergankelijk voelen tijdens het beluisteren van de zes.
Dat de 6 gedurende een tijdsbestek van drie decennia ontstane strijkkwartetten van Bartók een van de belangrijkste bijdragen aan de Westerse muziek vormen, staat al tijden vast. (…)
Ze omspannen zijn hele creatieve leven. Het eerste kwartet dateert uit 1908, het tweede uit 1917, het derde uit 1927, het vierde uit 1928, het vijfde uit 1934 en het zesde uit 1938.
Net als Beethoven en Sjostakovitsj vertaalde Bartók zijn diepste en persoonlijkste gevoelens in zijn strijkkwartetten en elk stuk van dit zestal is meteen een zuiver distillaat van zijn ervaringen op het gebied van de volksmuziek. Het middelste tweetal bevat de minst toegankelijke muziek, maar mede daardoor vormen ze de grootste uitdaging om te beluisteren. Het derde is een korte, heel geconcentreerde studie in expressionisme aan de grens van de atonaliteit.
Hoewel Bartók zelf geen strijkinstrument bespeelde, wist hij een verrassende verscheidenheid aan beklemmende en geheimzinnige klanken voor te toveren; deze culmineren in de felle, een catharsis brengende finale. De onderdelen van de eendelige structuur van het derde kwartet vormen een palindroom en dat patroon wordt voortgezet in het vierde kwartet dat uitgebreider is en minder introspectief van aard. Het middendeel is weer zo’n typische nachtmuziek, vol wilde natuurgeluiden – ruisende bomen, vogelzang en krioelende insecten. Dit deel wordt gevolgd door een kort scherzo dat uitsluitend pizzicati laat horen. De finale met zijn tomeloze vaart en zijn dissonante karakter is een van de merkwaardigste stukken uit de hele kwartetliteratuur. De vier omringende kwartetten zijn een stuk toegankelijker.
Bron: Actueel nieuws uit de wereld van audio, muziek en video, Jan de Kruijff, december 2006.
Het eerste contact met Bartók’s SQ’s (String Quartets) had ik in februari 2004 via een Klara opname van het Oostenrijkse Hagen Quartet. De critici waren vol lof. Ik begreep er geen snars van (hoewel ik er toch na-apend over berichtte). Desalniettemin kocht ik prompt de cd met de integrale opnames. Kwartet na kwartet ploegde ik me er doorheen tot ik na een maand of drie (ik ben een muzikale diesel) het plaatje begon te snappen. Het was voor mij het begin van een lange ontdekkingsreis langs Janacec, Ligeti, Shostakovich, Hartmann, Hindemith en vele andere.
Lange tijd heb ik de opname van het Hagen Quartett als superieur ervaren, de gouden standaard waaraan iedereen zich diende te meten. Ik was blij dat zelfs Jan de Kruijff het daarmee eens was, of toch bijna. Tot de naam van een zekere meneer Zehetmair met zijn gelijknamig kwartet opdook in tal van internationale prijsuitreikingen en cd-besprekingen.
In tegenstelling tot de Hagens brengt het Zehetmair Quartet Bartók’s strijkkwartetten fragmentair uit: elk op een aparte cd, met enkele jaren tussen, telkens aangevuld met een kwartet van een andere componist (tot nu toe: Hartmann en Hindemith).
Het is vreemd dat een zelfde werk zo anders kan klinken wanneer het door verschillende uitvoerders wordt gebracht. Hoewel het verschil uiteindelijk slechts zit in tempo, ritme, klankleur en wat accenten her en der, lijkt het soms alsof je naar andere muziek aan het luisteren bent. De uitvoeringen van de Zehetmairs hebben in mijn hoofd moeten opboksen tegen het ideaalbeeld van de Hagens, maar het is ze na veelvuldige luistersessies toch gelukt. In het begin lijken hun uitvoeringen minder gearticuleerd, haastig en slordig, maar na een tijd begin je de dynamiek en de energie te voelen die van het samenspel uitgaat. Ik zag ze eenmaal life aan het werk in De Bijloke (geen Bartók, maar het laatste kwartet van Beethoven en eentje van Hindemith dat ook op een van hun cd’s staat). De altviool ging toen zodanig tekeer dat het microfoontje dat op haar instrument bevestigd was eraf sprong!
Ik zou nu volledig kunnen ontsporen in lyrische bewoordingen met tal van metaforen om de interpretaties van de Zehetmairs verder te omschrijven, maar ik bespaar u en mijzelf de moeite door u beide cd’s vlakaf aan te bevelen (met de nadruk op bevelen).
Ondoordringbaar niemandsland?
Monday, April 4th, 2005 | Tags:
Een nogal zwaarmoedige André Posman, Voorzitter VZW De Verenigde Cultuurfabrieken (De Rode Pomp, Gent), in zijn editoriaal van maart 2005.
“Zoals wij ondertussen te velde hebben vastgesteld, is er de laatste 20, 30 jaar een gapende kloof gekomen tussen ten eerste de consumenten van de makkelijke extraverte geïndustrialiseerde popmuziek in al zijn honderden genres, en ten tweede de consumenten van moeilijker, meer op introvertie gerichte klassieke muziek, oud, romantisch, twintigde-eeuws, nieuw. Het is eigenlijk zelfs geen ‘kloof’ meer, maar eerder een uitgestrekt ondoordringbaar niemandsland waar weinigen nog doorheen raken en waar je zeker niet meer overheen kunt kijken. Groot probleem, waar wij het niet willen over hebben, omdat het zo triestig is. Er dient iets te gebeuren. Wat dient te gebeuren?”
“Nu, de consument van het tweede heeft doorgaans geen probleem om te genieten van het eerste. Het bevredigt hem echter niet, en hij zal steeds terugkeren naar het tweede, omdat het hem dieper raakt. De consument echter van het eerste, voornamelijk wat de jongste garde betreft, die nu zijn b.v. studies heeft aangevat aan de universiteit of aan de hogeschool, waagt de tocht niet meer door dat niemandsland. Hij blijft rustig aan zijn kant, en de toestand is nu zo ver dat voor hem die andere kant gewoon niet bestaat. Van dat soort lopen er steeds méér rond: klassieke muziek is een onbestaande existentiële regio. Vreemde en beangstigende zaak, want dicht ook komt de tijd dat die mannen het muziekleven totaal gaan managen…”
Beetje zwart-wit wellicht, maar beslist geen volslagen onzin.
« Ouder
Tags
1 ster 2 sterren aannemer actualiteit adobe agenda airdisk airport alias apple arcanto aws barnaby bartok bbc beethoven belgië bezoek bijloke blog blogging boeken cartografie cijfers classical cms computer concert conditie courier css dbz debian distiller dns druk dvorak dyndns email entourage fantasy feestje fietsen film fotografie gadgets gavere gedachten gent gezondheid gmail google guide hagen haydn howto id3 imac impositie indesign internet iomega iphone ipod itunes jazz kaarten kater kerst kinepolis klassiek klimmen kommer kultuur kurtag lezen linux logo longhorn lorem ipsum lossless lotr mac maya meeting microsoft mp3 music muziek natuur nerdisme netwerk ngi office oss outlook palin pc pdf planten pmachine politiek quark quartett radio rdc reiskriebels reisverhalen remote roken samenleving scouts seizoen series shostakovich sport stokje strijkkwartet stubru switch sync synchronisation tables tagging tags tolkien tuin tutorial typografie updates urban legend verbouwen verhuizen verveling vnc vriendschap welden werk windows zeldman ziek
Archief
August 2008 (1) May 2008 (3) April 2008 (1) October 2007 (2) September 2007 (1) August 2007 (1) June 2007 (2) March 2007 (5) February 2007 (1) November 2006 (1) October 2006 (1) September 2006 (2) July 2006 (1) June 2006 (1) May 2006 (2) March 2006 (6) February 2006 (1) January 2006 (4) November 2005 (1) October 2005 (2) September 2005 (1) August 2005 (4) July 2005 (4) June 2005 (1) May 2005 (2) April 2005 (4) March 2005 (4) February 2005 (4) January 2005 (15) December 2004 (5) November 2004 (10) October 2004 (13) September 2004 (7) August 2004 (4) July 2004 (5) June 2004 (7) May 2004 (4) April 2004 (7) March 2004 (7) February 2004 (11) January 2004 (15) December 2003 (7) November 2003 (18) October 2003 (11) September 2003 (14) August 2003 (18) July 2003 (17) June 2003 (9) May 2003 (11) April 2003 (14) March 2003 (25) February 2003 (22) January 2003 (21) December 2002 (19) November 2002 (2)



