scene24.net

Aanleveren voor druk

Denk even na voor je een document of een beeldbestand aan de layouter geeft. Maar al te vaak krijgt deze arme man (of vrouw) te maken met typografische nachtmerries en pijnlijk pixelverdriet. Zo gaat veel tijd verloren aan herscannen of aan de ‘opkuis’ van slordig opgemaakte documenten.

1. Teksten opstellen

  • Gebruik Microsoft Word of een andere tekstverwerker (sla op als .doc, .rtf of .txt).
  • Maak enkel gebruik van basisopmaak: vet, cursief - that’s it!
  • Maak geen gebruik van opmaakprofielen.
  • Gebruik Arial, Times of een ander standaard lettertype en hou het bij één corpsgrootte (10 of 12pt).
  • Gebruik geen automatische (al dan niet genummerde) lijsten. Gebruik streepjes (-) in de plaats.
  • Gebruik zo weinig mogelijk tabs! Als het echt niet anders kan (lijsten bv.), plaats er dan nooit twee na elkaar.
  • Maak geen tabellen in je tekstverwerker.
  • Plaats geen afbeeldingen in je document! De opmaker krijgt die er nooit meer uit.
  • Gebruik aub geen spaties om tekst op de juiste plaats te krijgen! We zijn intussen 2002, nietwaar?
  • Gebruik geen HOOFDLETTERS voor je titels: die moeten allemaal opnieuw getikt worden door de opmaker!
  • Na een punt volgt één spatie: geen twee! Een hardnekkig artefact uit het typemachiene tijdperk.

2. Beelden scannen

  • Elk scanprogramma, elke scanner, elk scherm is anders … dat maak het opstellen van een concrete scanhandleiding onmogelijk. Ik kan je wel een paar richtlijnen meegeven: hoe je die bereikt, zal je zelf moeten uitpluizen.
  • Een beeld dat je scant met de standaardinstellingen van je scanprogramma is zelden goed voor druk. Meestal krijg je dan een 72dpi beeld met dezelfde printgrootte als het origineel (100%).
  • Over het algemeen kan je stellen dat als de verhoudingen van je gescand beeld minder dan duizend pixels bedragen, je beeld kwalitatief niet voldoet (bv. een jpg van 650*450 pixels). Wil je zeker van je stuk zijn, zorg dan dat zowel de hoogte als de breedte van het gescande beeld boven de 1250 pixels uitkomen. Moet je foto op de voorpagina van een A4-tijdschrift, dan mag je rekenen op een verhouding van 2500*3800 pixels. Het is maar om u een idee te geven… Denk dus niet in cm, maar in pixels!
  • Scanprogramma’s hebben de onhebbelijke neiging je beelden tijdens het scannen te ‘corrigeren’. Probeer de instellingen die daarvoor verantwoordelijk zijn uit te schakelen. Het geeft niet als je beeld wat ‘donker’ uitvalt: Photoshop klaart die klus veel nauwkeuriger dan je scanprogramma.
  • Probeer ook zelf zo weinig mogelijk ‘verbeteringen’ aan te brengen in de foto, de opmaker heeft er veel beter tools voor (daar vallen ook onder contrast, helderheid, kleurzweem, …). Als je denkt dat je zelf wel weet hoe het allemaal precies moet, kan je natuurlijk zelf je beelden bewerken, en opslaan als tif, want jpg is uitgesloten.
  • Hoedt u voor het gebruik van ‘verscherp’ filters: vaak betekenen ze het einde van een goede scan.
  • Als je tevreden bent met je scan, sla je het beeld op als een tiff (eventueel met lzw-compressie). Dit bestand kan je later probleemloos opnieuw openen en bewerken. Let op: deze bestanden kan je niet mailen omdat ze veel te omvangrijk zijn. En layouter werkt het liefst met tiff-bestanden, maar als het niet anders kan, mag je een jpg-versie van je tiff-bestand maken om te verzenden via e-mail.
  • Voor alle duidelijkheid: sla je gescand beeld eerst op als tiff, later pas als jpg!
  • Vergeet niet dat je een jpg beeld nooit meer mag bewerken als het eenmaal is gesaved! Telkens je het opent en opnieuw opslaat verviervoudigd (!) het compressieniveau, met dramatische gevolgen voor de beeldkwaliteit. Een tiff kan je zoveel openen en bewerken als je wil.

3. Digitale camera’s

  • Neem, indien mogelijk, foto’s in de allerhoogste resolutie en met de laagste vorm van jpg-compressie. Het ‘raw’-formaat dat enkele hoogwaardige digitale camera’s aanbieden is kwalitatief superieur, maar de verschillen zijn erg miniem met een jpg-foto in de hoogste kwaliteit. Zelfs op een ‘full page’ afdruk zie je de verschillen niet.
  • Trek je niets aan van 72dpi, 300dpi of printgroottes. Zolang je beeldverhoudingen boven de 1200 pixels uitkomen (en dat is zo vanaf een 2 Megapixelcamera) zijn je foto’s groot genoeg.
  • Heel eenvoudig: wil je de hoogste kwaliteit voor de afdruk van je foto? Geef hem dan aan de layouter zoals hij uit de camera kwam. Vergeet niet dat je een jpg-foto nooit mag bewerken en opnieuw opslaan (zie hierboven).
  • Wil je slechts een detail uit de foto afdrukken, zeg dan aan de opmaker welk stuk je wilt. Hij ‘cropt’ dat stukje er uit en slaat het op als tiff-bestand.
  • Ben je een pro? Dan kan je natuurlijk zelf je beelden bewerken en opslaan als tiffs. Weet dan wel dat je de bestanden op cd zal moeten branden, want mailen is uitgesloten.

4. Hoe materiaal aanleveren?

  • Geef je teksten en beelden een logische naam en plaats je initialen vooraan (bv. FVA_wilde-eend01.tif). Zorg dat je aan de naam van het bestand kan zien wat het voorstelt (dus niet: FVA-dcsn0025.jpg).
  • Zet in geen geval je eigen naam in het beeld! Dat wordt in het opmaakprogramma gedaan.
  • Teksten kan je probleemloos mailen of op een diskette schrijven.
  • Beelden kan je enkel mailen als jpg-bestanden (het veel betere tiff-formaat is te omvangrijk).
  • Eén e-mail mag nooit groter zijn dan 1,5Megabyte (1500Kb). Als je zes jpg’s moet mailen van 800Kb, doe je dat best per twee in drie aparte e-mails (van dus elk 1600Kb of 1,6Mb).
  • Natuurlijk kan je niet alle beeldmateriaal mailen. Als je een 4 Megapixel camera (of hoger) hebt, mag je het al vergeten. Een goede kwalitatieve scan: onmogelijk! In dat geval zit er niets anders op om ze op cd te branden.
  • En andere methode, die wel toelaat grote bestanden via het internet te versluizen, is het plaatsen van je materiaal op je webspace bij je internetprovider. Pandora gebruikers hebben tot 50Mb plaats!