scene24.net
Vierdaagse langs de Semois
Sunday, May 8th, 2005
De voorbije snipperweek leek ons ideaal voor een avontuurlijk eindje stappen. Met tent en rugzak trokken we van zondag 1 mei tot woensdag 4 mei door het (naar Belgische normen) ongerepte rivierdal van de eeuwig kronkelende Semois (zie ook dit overzichtskaartje). We maakten gebruik van een stukje van de 200km lange GR AE (Grande Randonnée Ardenne-Eifel) die er de verschillende dorpjes met elkaar verbindt aan de hand van de bekende rood-witte streepjes.
Onze tocht begon in Menuchenet; vandaar ging het naar het leuke toeristenstadje Bouillon; dan naar Membre, het voorlaatste Semoisdorp voor de Franse grens om dan tenslotte te eindigen in Orchimont. Geen wandeling in lusvorm, waardoor we de eerste dag gebruik moesten maken van een lift. Onze tocht komt grotendeels overeen met deze uit een wandelboek van Sjef Vandepoel, dat ik mezelf deze winter cadeau had gedaan.
Alles bij elkaar een goede 65km, niet echt veel voor vier dagen stappen. We hebben het echter heel rustig aan gedaan en veel tijd uitgetrokken voor een boterham in het zonnetje, pootje baden, bloemetjes determineren en alles wat daar verder bij hoort. Heel ontspannen en ontspannend. Bovendien was het voor Julie de eerste keer dat ze met een (relatief) zware rugzak (12kg) ging stappen, dus we gingen niet meteen voor een medaille of een afstandsrecord.
Voor de stuk langsheen de Semois gebruikten we de speciale (groene) stafkaart Bouillon-Rochehaut van het Nationaal Gegrafisch Instituut, op schaal 1:25.000, dat een aantal standaard (blauwe) stafkaarten deels overlapt. Te verkrijgen in elke deftige kaartenwinkel, zoals Atlas Zanzibar in Gent. Voor het deel vanaf Membre vertrouwde in volledig op de GR aanduidingen, zonder kaart. Niet zo verstandig, zou ik achteraf inzien.
Zondag, 1 mei 2005
We parkeren de auto rond de vroege middag aan het station van het gehucht Gedinne-la-gare, het beoogde eindpunt van onze vierdaagse en versieren een lift richting het verkeersknooppunt van Menuchenet 25km verderop. Een Vlaams koppel dat die dag toevallig ook ging wandelen in de streek pikt ons met plezier op. Een weinig later staan we er weer alleen voor. Rugzak op de schouders, de Leki-stokken op de juiste lengte, een fantastisch lentezonnetje… die eerste meters hebben altijd weer iets bijzonder als het een tijdje is geleden dat je bent gaan stappen.
Tijdens de vroege namiddag passeren we twee stille, vergeten zusterdorpjes op weg naar het dal van de Semois: Sensenruth en Curfô. Het landschap bestaat hier uit een lappendeken van kleine bosschages, akkers, weiden met koeien en enkele schaarse heuvels met wat villaatjes ertegen. De echo’s van de drukke verbindingswegen rond Menuchenet maken plaats voor het gefluit van een zwartkop, roodborstjes, winterkoninkjes en het vrolijke gekwetter van talloze zwaluwen. Al snel duikt het pad de dichte bossen in die de oevers van het Semoisdal bedekken. Het is er opvallend koeler dan op het bewerkte land. Uit de vochtige bosgrond stijgen geuren op die ik al een hele tijd niet meer geroken had. We worden vergezeld van groepjes zondagswandelaars wanneer we de ijzeren uitzichttoren (‘belvedère’) naderen die uitkijkt over het 150 meter lager gelegen Bouillon. Beslist de moeite!
Het fort van de beruchte kruisvaarder Godfried van Bouillon waakt strategisch over het kleine stadje, prachtig omarmd door een meander van de Semois. We duiken nu naar beneden langs de steile helling van het rivierdal en pauzeren even aan één van de drie bruggen die naar de stad leiden. We steken even onze neus binnen in het fort, maar besluiten onze euro’s toch maar liever uit te geven aan een streekbiertje voor mezelf en een crèmeke voor Julie. Op minder dan een uur tijd zien we het kleine stadje volstromen. Het lijkt wel alsof zowat iedereen met een motor in West-Wallonië had besloten er op dat moment een pint te gaan drinken. We kopen nog snel een cramique (een soort suikerbrood met rozijnen) en vluchten weg uit dit Ostende-à-Semois. Even buiten de stad leggen we ons anderhalf uurtje te soezen aan de oevers van de Semois met de voetjes in het water. Wanneer de zon langzaam haar kracht verliest, stappen we verder langs de rivier tot bij het ietwat vreemd ogende klooster Notre-Dame de Clairefontaine. Het is half zeven. We bellen aan, want we zijn moe en zien een slaapplaatsje in de tuin van het klooster best zitten. Een lief nonnetje van rond de dertig is heel begaan en wijst ons een plekje aan onder een oude linde met zicht over het rivierdal. Onze dag is compleet. Genietend van een warme zonsondergang maak ik een stevige trekkersmaaltijd klaar voor Julie die nog geen tien minuten later als een blok in slaap valt.
Maandag, 2 mei
Het regende wat tijdens de nacht, maar de ochtend begint nu even stralend als de dag voordien. De cramique uit Bouillon doet uitstekend dienst als ontbijt samen met een warme chocolademelk. We installeren ons op een bankje in de zon. De dag kan al niet meer stuk, zo lijkt het. Een half uurtje later zijn we weer op weg. We dalen af in het dal van het klooster langs de Semois en worden spoedig omarmd door versgroene loofbossen waaronder uitgestrekte tapijten van bloeiende Daslook hun bijzondere geur verspreiden.
Euh, ja, een uitgesproken lookgeur. Een uurtje later houden we halt bij een open plek onder de zon waar een vrolijk ruisend beekje zich samenvoegt met het rustige water van de brede Semois. Nu beginnen we aan de eerste kuitenbijter van de dag. We moeten de helling op die uitkijkt over Le Tombeau du Géant, waar we zonet zijn langsgelopen. Deze ‘graftombe van de reus’ dankt zijn naam aan de bijzondere vorm die een meander van de Semois in het landschap heeft uitgesleten. Dit zou een van de meest gefotografeerde plekjes van de Ardennen moeten zijn, lezen we in onze topo-gids.
We besluiten onze eerste beklimming van de dag te vieren met een streekbiertje in het nabijgelegen dorpje Botassart terwijl het lentezonnetje van daarnet volledig verdwijnt achter een onheilspellend grijs wolkenplafond. Wanneer de eerste druppels vallen zetten we koers naar Rochehaut en passeren daarbij een oude kampplaats van de scouts aan de voet van le Gros Bois. De regen houdt het hierna gelukkig voor bekeken. Dit stuk van de GR AE is zondermeer spectaculair. Je gaat er deels over de beruchte Promenade des Echelles. Zoals de naam doet vermoeden moeten we ons geregeld langs trapjes en rotswanden over het pad bewegen. Speeltijd! Naarmate we Rochehaut naderen slingert het pad verder kriskras omhoog en worden daarbij getrakteerd op unieke doorkijkjes over de Semois. In Rochehaut aangekomen slaan we wat proviand in en besluiten nog een eind door te stappen, onze pijnlijke voeten ten spijt. Frahan (‘han’ betekent ‘bocht’ by the way), een sprookjesachtig dorpje op een steenworp afstand van waar we ons bevinden, lokt ons terug naar beneden vanuit alweer een nieuwe meander van de Semois. Het leek aanvankelijk niet eenvoudig een slaapplaats te vinden in het kleine dorp met het charmante wandelbrugje dito kerkje. Dan maar de boer op? In Frahan woont er één. Veel keuze is er bijgevolg niet. Maar we hebben geluk! Een Vlaams koppel dat er een vakantiehuis huurt, doet een goed woordje voor ons. De boerin staat aarzelend toe ons tentje voor één nacht in haar voortuin op te zetten, al riskeert ze hiervoor wel een bekeuring.
Dinsdag, 3 mei
Tijdens een groot deel van de nacht en de vroege ochtend gaat Frahan gebukt onder het geweld van een voorjaarsstorm. Ons tentje houdt gelukkig stand. Helaas kan ik hetzelfde niet zeggen van mijn Thermarest slaapmatje dat opeens lek blijkt te zijn. De harde ondergrond herinnert me aan de tijd waarin we het nog deden met ouderwetse kunststoffen matjes. Vroeger was niet alles beter! Toch ben ik blij dat mijn inmiddels vijf jaar oude Thermarest het hier laat afweten, en niet tijdens één van onze winterescapades. Dat zou dramatisch geweest zijn! We ontbijten bij het koppel dat ons gisteren aan een slaapplaats had geholpen. Ze vertellen ons wat meer over de recente geschiedenis van Frahan, de streek en de mensen. Nog niet zolang geleden had de Waalse regering beslist dat het uitzicht op het dorp geklasseerd moest worden. Bijgevolg viel de bijl voor de talrijke campings die zich aan de oevers van de Semois rond Frahan hadden genesteld (ze staan nog op de stafkaart!). De volledige middenstand, die leefde van het toerisme ging kopje onder. Al wat rest is die éne boer met zijn boerin, een ongastvrij restaurant en een dertigtal Vlaamse en Nederlandse gezinnen die hier een vakantiehuis huren… en de leegstaande huizen van de autochtone bevolking.
Maar we laten dit dorpsdrama niet aan ons hart komen en genieten met volle teugen van het eerste deel van onze tocht van vandaag dat over de Crêtes de Frahan loopt: de dicht beboste, rotsachtige heuvelrug die het dorp van de wereld afsnijdt. We passeren onwetend een kasteelruïne en profiteren van een aantal mooie doorkijkjes op het Semoisdal. Na een uurtje wandelen priemt de zon alweer door het wolkendek. Het ziet er goed uit. Uiteindelijk naderen we het relatief grote dorp Alle waar we ons eerste terrasje van de dag doen (leeggangers!).
De GR gaat vanaf hier een zeer steile boshelling op om dan weer af te dalen naar Mouzaive, een piepklein straatdorpje met alweer een enig wandelbrugje over de Semois. Onderweg botsen we op het kadaver van een wild zwijn waar de oren zijn van afgesneden. Bizar. Meteen volgt een tweede zware klim naar de Point de vue de Naglémont, dat een fenomenaal uitzicht biedt over Mouzaive, Alle, en, heel in de verte, Rochehaut vanwaar we gisterenavond naar Frahan zijn afgedaald. Het uitzicht is er dermate indrukwekkend dat we er een uurtje blijven plakken en de aanval inzetten op ons verse lading paté, brood, worst en olijven die we in Alle hadden gekocht. Ik haal zelfs mijn vuurtje boven om thee te maken. Het GR pad daalt nu langzaam terug naar beneden. We passeren Chairière en duiken even snel de bossen weer in. De zon moet even wijken en een drukkende stilte daalt neer over de natuur. Na een lange lus raakt het pad opnieuw de oevers van de Semois, die nu in quasi loodrechte lijn richting Vresse loopt tot aan het fotogenieke oude voetgangersbrugje. In Vresse zijn tal van restaurants, winkels en cafeetjes. We laten ons opnieuw verleiden en vleien ons op een terras waar we na enig aarzelen allebei een wafel met ijs en slagroom bestellen. Dan nog een Orvalleke, en daarna nog één. Schandalig, ik weet het. Maar fervente wandelaars zullen het wel weten: zwaar bier kruipt in de benen en haalt de wandeldrift flink naar beneden. Ons laatste stukje van de dag, een aantal kilometer tot in Membre, wegen dan ook erg zwaar. Bovendien zijn we vergeten water bij te tanken in Vresse! In Membre vinden we op het eerste gezicht geen geschikte kampeerplek en we overwegen om op de tanden te bijten en nog eens stuk door te stappen naar Orchimont. De avond valt. Ik doe een gok: ik bel aan bij een huis met een grote weide ernaast. Tot ons grote verbazing worden we opnieuw in het Nederlands aangesproken. Jeannine is de naam, en het is geen enkel probleem om daar te overnachten. Zeker niet ‘omdat jullie Vlamingen zijn’, voegt ze er nog aan toe. We konden zelfs een kamer krijgen als we dat wilden.
Woensdag, 4 mei
Julie wordt die nacht ziek. Alles eruit. Net op tijd uit de tent. Fiew! Iets verkeerd gegeten? Die paté wellicht. Het blijft regenen, ook ‘s morgens wanneer we rond half acht opstaan om koffie te drinken bij onze gastvrouw. Jeannine is een kranige weduwe. Haar man had het huis voor haar gebouwd, maar overleed enkele jaren erna. Voorlopig lukt het haar om het hele huishouden zelf te bestieren. Zij vertelt ons ook wat meer over de streek, waar ze intussen al twee decennia vast verblijft.
Volgens haar laat de kwestie Brussel-Halle-Vilvoorde zich voelen tot in deze uithoek van België. De spanningen tussen Vlamingen en Walen zijn er nog nooit zo scherp geweest, meent ze. Je merkt het aan kleine dingen: een gedempte snauw van de garagist, of een ‘sales Flamands‘ die komt overwaaien uit de tuin van de buurman die met zijn vrienden tijdens een barbecue de actualiteit bespreekt. De streek lijkt wel een Vlaamse kolonie, zo gaat ze verder, sommige dorpen bestaan uit 40 tot 50% Nederlandstaligen (dat zijn er verhoudingsgewijs meer dan in Brussel), en meestal zijn het deze met de grootste villa’s, de restaurantuitbaters en de grotere zelfstandigen. Anderzijds werkt op andere plaatsen meer dan 80% van de ‘inheemse’ bevolking voor de gemeente: boswachters, politie, bestuur… De mentaliteit is er al te vaak één van ‘fatigué, congé payé, creveré, gevoed door het decennia lange wanbeleid van de Waalse socialisten. Toeval of niet: op onze tocht tijdens de laatste drie dagen zijn we meerdere keren geholpen door Vlamingen, terwijl we nog geen woord Frans hebben moeten spreken. Laat ons dat houden op toeval.
Terug naar de tocht. De niet aflatende regen doet ons twijfelen of we toch niet beter een bus zouden nemen naar Gedinne, waar de auto op ons wacht. Ik wil liever nog even doorbijten tot Orchimont. We verlaten de GR AE die de Semois verder volgt richting Frankrijk en wisselen deze voor de GR 126 die naar het noorden loopt. Orchimont is een uniek dorp, heel anders dan wat we tot nu hadden gezien. Het rust als een adelaarsnest op een hoge beboste heuvel en is slechts te bereiken via een hoofdbaan die steil omhoog slingert. In het dorp hangt een griezelige stilte, enkel doorbroken door het druppelen in dakgoten en waterplassen. Er brandt een enkel licht in een klein hotelletje, uitgebaat, zo blijkt, door alweer twee Vlamingen. We worden erg vriendelijk onthaald en krijgen een flinke boterham voorgeschoteld. Wanneer we terug opstappen, duwt de waardin ons ok nog een grote fles drinkwater in handen. Op naar Gedinne nu. Nog 15 km. Maar dan gebeurt iets dat ons alle zin om onze tocht te beëindigen zal ontnemen. Na alweer twee uur stappen komen we uit in… Orchimont. Verkeerd gelopen, volledig gedesoriënteerd door de dichte bossen en het ontbreken van de zon. Dat zal me leren om zonder stafkaart te stappen! Een pijnlijke les. Het is twee uur. We zijn kletsnat en besluiten de rest van de tocht te liften. Dat lukt. Een vriendelijke dame pikt ons op en dropt ons mooi weer af bij de auto in Gedinne-la-gare. U mag drie keer raden welke taal ze sprak.
Na afloop…
Behalve de laatste dag misschien, hebben we er een zeer geslaagde tocht opzitten. Een aanrader voor iedereen die de dagelijkse beslommeringen even wil ruilen voor een brok puur natuur in één van de mooiste plekjes die Wallonië te bieden heeft. Zo goed als gratis, je hebt genoeg met een lang weekend en het is niet ver!
Voor de geïnteresseerden: hier nog wat meer fotootjes.









Comments
Mich op May 8th, 2005
Mooi! Dit geeft me opnieuw de onaangename indruk dat iedereen leuke dingen doet behalve ik.
Maar zo goed als gratis? Dan wil ik wel eens weten voor hoeveel euro aan materiaal je meehad ;) ‘t Wordt dringend tijd om met de Lotto te winnen. Of, euh, beginnen te werken natuurlijk.
Fre op May 8th, 2005
Even kijken. Tent, slaapmatje, slaapzak, rugzak, goede stapschoenen: daarmee zou je het in principe kunnen doen. Het was Julie haar eerste wandeltocht, dus zij heeft inderdaad wel wat moeten uitgeven. Maar dit zijn stuk voor stuk dingen die je jaren aan een stuk kan blijven gebruiken… Deel de prijs dus door het aantal reizen en je komt aan ‘bijna gratis’ ;-)
Wouter op May 8th, 2005
Wat ik hier vooral van onthou is het heerlijke dichtbij-verweg gevoel (ondanks de taal) en het feit dat ik er beter ook eens aan zou beginnen ipv wijn te slirpen achter mijn computer, zoals nu.
Arjen op May 9th, 2005
Erg leuke foto’s en een fantastisch verhaal! Wij waren eind maart ten zuiden van je wandelgebied. Nu ik die heerlijke daslook zie, zou ik zo weer terug willen…
Anneleen op May 10th, 2005
Mooi! En mooi weer ook, blijkbaar. Heel wat anders dan de grijze mist die wij hadden in het eerste weekend na de paasvakantie. En ook wij zijn niet veel ‘echte’ Walen tegengekomen. Een restaurantje in Alle werd zelfs uitgebaat door Nederlanders! Maar je kan er wel stevig stappen.
Veerle Pieters op May 11th, 2005
Alweer een schitterend verhaal en dito foto’s met als resultaat dat het nu ook hier kriebelt om er eens op uit te trekken ;-)
Wim de Gier op May 25th, 2005
Je hebt hier een super-geweldige site met ongelooflijke foto’s. Chapeau monsieur :)
Peter op July 25th, 2005
Kwam toevallig op deze site terecht.
Ben je grafisch vormgever?
Wat een klasse doorvoering van typografie en vormgeving. Echt een verademing.
Ga zo door!
En die Mac houden!
Sabine op June 19th, 2006
Hallo,
Ik heb hier echt zitten genieten van je mooi verslag en de prachtige foto’s.
Je was op wandel in mijn favoriete streek, gelukkig staat de vakantie voor de deur en mag ik straks drie weken lang genieten van al het mooie en het goede dat de semoisstreek te bieden heeft.
Ook wij hebben al dikwijls ondervonden dat je in die streek meer vlamingen dan walen ontmoet, mogelijks daarom dat we ons daar zo thuis voelen.