scene24.net
Provence, Frankrijk 2002
Thursday, October 21st, 2004 | Tags:
Heerlijk ontspannende, maar ook inspannende natuur/cultuur-reis met ons tweetjes van 16 tot 26 juli 2002. Van camping naar camping met de tent en onze witte Volkswagen Caddy (ideaal!). Dit was voor ons beiden toch één van onze mooiste reizen ooit. In die heerlijke Provence hebben we nu al — zoals zovelen — ons hart verloren.
Dinsdag 16 juli 2002
Vertrek om 6.15u in Zingem. Reims, Tonnere, Bourges, Clermont-Ferrand, St. Flour en tenslotte Florac. Rond 20 uur zijn we beginnen zoeken naar een camping. Uiteindelijk kwamen we terecht in Ispagnac op camping L’aiguebelle. Zeer mooie, rustige, niet toeristische camping langs de Tarn. Zeer goed ontvangen. Goedkoop (11 euro per nacht).
Woensdag 17 juli 2002
Opgestaan om 9.15 uur. Fre is croissants gaan kopen op de camping. We hebben alles opgeruimd en parkeerden onze auto op de parking van de camping. Om 11 uur zijn we vertrokken naar het dorp met de bus om te gaan kanovaren (19 euro). Hoewel we eerst geopteerd hadden voor de tocht van 15 km hebben we uiteindelijk toch maar beslist om die van 6 km te doen omwille van het slechte weer. Tot onze grote spijt hadden we onze fototoestellen en de verrekijker in de auto laten liggen want bleek dat we een waterdichte ton meekregen. Het was een korte maar zeer mooie tocht. Om 13 uur kwamen we al aan in Prades. Er was echter één probleempje; de organisatie kwam ons pas oppikken om 15 uur en dus brachten we een bezoekje aan Prades. Gezien: azuurblauwe kevers, grote mierenhoop, oude vervallen ruïnes. Rond 15.30 uur vertrokken we richting Florac.
Eens in Florac kochten we brood en een zeer lekker geitenkaasje. Vanuit Florac reden we helemaal omhoog richting Causse Méjean. Het panorama Rocher de Rochefort gaf ons een prachtig uitzicht over Florac en de Parc National des Cévennes. We hebben daar 2 à 3 uur rondgereden. Af en toe had Fre geluk met zijn zoektocht naar vogels: Slangenarend, Tapuit, Grauwe klauwier (‘zoro’). We verlieten Causse Méjean richting Meyrueis. We zochten naar de camping die op onze kaart aangeduid stond maar bleek dat die niet bestond. Het begon laat te worden dus besloten we om op de camping in Ayres te verblijven. Zeer toeristisch, kotjescamping met weinig privacy, toeristisch dorp, prijs: 14 euro. Die avond maakte ik een lekker home made slaatje.
Donderdag 18 juli 2002
Route: Meyrueis - Le Vigan (D 986-D48) doorheen Parc des Cévennes. Gestopt aan parkeerplaats en wat foto’s genomen van de citroenvlinder en een blauwe hommel. De kolibrievlinder hebben we helaas niet kunnen vastleggen op foto. Mooi panorama… De fauna en flora waren na onze stopplaats helemaal anders: Le Vigan, Ganges, Nîmes, Arles, Saintes Marie de la Mer (Camargue)
Naarmate we de Camargue naderden steeg de temperatuur enorm. Naast de hittegolf was er ook een toeristengolf. Bij het binnenrijden van Saintes Marie de la Mer — een historisch omstreden dorpje aan de Middellandse zee — veranderde de architectuur.
Er waren veel haciënda-achtige huizen met rijen wachtende paarden waarmee je een wandeling kon maken. We zijn doorgereden naar het centrum waar de massa mensen langs de dijken liep op zoek naar een plaatsje op het strand. We zochten naar campings maar vonden er slechts één. En wat voor één. Een massacamping en verschrikkelijk duur. 20 euro per nacht voor 2 personen met wagen. We waren eerst van plan om naar Arles terug te rijden maar we wilden absoluut de tellines proeven, een typisch streekgerecht (platschelpen met look en peterselie of aîoli). Maar de restaurants gingen pas open rond 19 uur. Na wikken en wegen besloten we om toch onze tent op de toeristische camping op te slaan. We trokken naar het centrum waar we wat hebben rondgelopen. We zijn een knap winkeltje met streekproducten tegengekomen waar we aîoli en een geitenkaasje kochten (5.35 euro). Het geitenkaasje, Le Besace, was een hard parmezaanachtig brokkelig kaasje maar zacht van smaak. Na wat rondslenteren gingen we eten. We namen allebei een menu. Julie: kirr, tellines, gambas grillées, aardbeienijsje. Frederik: pastis van de streek, tellines, steak de torro en citroensorbet. Deze menu’s samen met een heerlijke frisse rosé-streekwijn kostte slechts 50 euro. Na ons restaurantbezoek bezochten we het stadje ietwat grondiger. Er was een heel mooi kerkje in mooi beige natuursteen. Fre proefde het lavendelijs maar vond het niet lekker. We namen dan maar cassis-papaya (2.40 euro). Rond 21 uur trokken we richting camping. We passeerden de prachtige haven en een mooi avondpanorama over de Camargue met zonsondergang en de vele flamingo’s. s’ Avonds op de camping vlogen vleermuizen ons rond het hoofd met op de achtergrond een muziekje van krekels en kikkers. Jammer genoeg konden we niet lang blijven zitten want de muggen trokken zich weinig aan van de muggenmelk en de essence de citronelle. Gespotte vogels die dag: onder andere enkele wouwen, een zwartkopmeeuw, flamingo’s en zilverreigers.
Dag 4 - Vrijdag 19 juli 2002
Het eerste typisch provençaalse dorpje waar we zijn gestopt na de Camargue was Le Paradou, gevolgd door Maussane-Les-Alpilles. Daar zagen we voor het eerst de typerende dorpslanen met platanen en ook een statig gemeentehuis dat tegelijkertijd dienst doet als school.
Dan reden we door naar Les Baux de Provence: een authentiek, historisch dorp gelegen op een hoge rots met uitzicht over de streek. De rots en de architectuur lopen in elkaar over, waardoor het geheel een magisch karakter krijgt. Hoewel het vreselijk is om te parkeren — de meeste plaatsen zijn betalend en meestal allemaal bezet — en het stikt van de toeristen, is het een stadje dat je moet gezien hebben. Mooi kasteel (ingang 6.50 euro per persoon) van waaruit je een prachtig uitzicht hebt over het Pays d’Aix, de Montagne Sainte-Geneviève en de Cevennes. Smalle middeleeuwse winkelstraatjes met knappe winkeltjes waar ze typische provençaalse producten verkopen maar nogal duur. We kochten een zak zeer lekkere koekjes bij bicuitier La Cure Gourmande.
Later, in Saint-Remy-De-Provence hebben we gezocht naar een camping maar alles was reeds volzet. We zijn doorgereden naar Saint-Étienne-Du-Grès. Daar botsten we op een gemeentelijke camping. Zeer goedkoop en deftig, 15.40 euro voor twee nachten. Niet te veel toeristen en heerlijk veel schaduw dankzij de vele platanen die een soort dak vormden. We hebben de tent opgezet en zijn teruggereden naar Saint-Remy om een plaatsje te reserveren voor de oehoe-tocht (10 euro) en enkele boodschappen te doen. We zijn daar in een onhygiënische epicerie terechtgekomen.
De oven was al in jaren niet meer gekuist en de kazen hadden een dikke croute door uitdroging. We gingen terug naar de camping waar we genoten van ons zelfgemaakte maaltijd: meloen met Italiaanse ham, spaghetti en een lekker flesje rode wijn. Na wat rusten vertrokken we naar Eygalières.
Eygalières ligt in het hart van het massief van de Alpilles en is omringd door amandel- en olijfbomen en wijngaarden. Het was er bijzonder rustig en stil. Geen toeristen (behalve wij dan) te bespeuren. Smalle straatjes, mooie pittoreske huisjes en een onbeschrijflijk adembenemend panorama bij zonsondergang. We genoten… Dit was tot nu toe één van de mooiste dorpjes die we gezien hadden.
Zaterdag 20 juli 2002
Een beetje rust ingelast. We stippelden de route uit voor de komende dagen. Het was heerlijk koel onder de platanen. Frederik deed een dutje terwijl ik nog wat in de Trotter las en wat heb opgeruimd. Rond 15 uur vertrokken we naar Saint-Rémy de Provence. Daar was er een marktje met artisans en hun producten. We konden de verleiding niet weerstaan, proefden aan elk standje van de lekkernijen en haalden ons geld boven. We kochten: een geitenkaasje (2 euro), heerlijke tapenade van groene olijven van het merk Moulin de Calanquet (3.15 euro), een rosé-wijn (Cuvée Pétrarque et Laure Cabenet, 2001, mis en bouteille à la propriété S.C.A. Cellier De Laure, Bouches-Du-Rhône, 2.75 euro), een gigantische worst met provençaalse kruiden (18 euro), rode wijn AOC Bouches-Du-Rhône (4.5 euro), rosmarijnhoning (3 euro) en last but not least koekjes met chocoladesnippers. We hadden geen tijd meer om te gaan eten dus bestelden we een pizza die we op straat opaten.
We trokken naar l’Office du tourisme voor de oehoe-tocht. De gids was aan de late kant en er waren veel kinderen. De goesting verminderde maar we gingen toch mee. En het was de moeite waard. Door de hitte was er een verandering in de planning. We zijn met de auto naar een zone rouge (brandgevaar) gereden waar we meer kans zouden hebben om oehoe’s te zien. Daar wandelden we een stukje tot op de top van een berg. Daar hadden we een prachtig uitzicht over rotsen. We aten wat in afwachting van de zonsondergang. We hoorden een viertal oehoe’s en zagen er eentje in de verte. We konden ook nog een boomvalk heel goed observeren en Frederik flipte door toen hij plots het geluid van een nachtzwaluw opving. We waren wel de muggenmelk vergeten en hielden er zeer veel beten aan over. Het was een zeer interessante wandeling. Ik had blijkbaar iets wat insecten aantrok want tot tweemaal toe kwamen er zich vreemde beestjes op mijn T-shirt neervlijen. Na veel moeite hebben we er toch eentje kunnen fotograferen. Aan de auto van de gids beluisterden we een aantal geluiden en kregen we een klauw van een oehoe te zien. Toen we aan de camping kwamen vond ik een bidsprinkhaan (mannetje). Gigantisch wijs beest! Spijtig genoeg konden we geen foto nemen. Frederik hoorde bij het ontwaken een Wielewaal zingen.
Zondag 21 juli 2002
We stonden om 8 uur op en vertrokken met volle moed naar l’ Isle-sur-la-Sorgue. Daar hebben we de rommelmarkt gedaan die slechts uit één straatje bestond. Het was een beetje teleurstellend want veel mooie meubeltjes waren lelijk gepatineerd en afschuwelijk duur. Er was wel een heel grote markt (braderie). Daarnaast was er ook een folkkloreshow op het water waar ze de vroegere visvangsttechnieken demonstreerden. En inderdaad, l’ Isle heeft zijn naam niet gestolen met het Venetië van het graafschap Venaissin. Kuierend door het oude stadsgedeelte ontdekten we een oude watermolen en huizen met een terras aan de rand van het water. Jammer genoeg was er verstikkend veel volk.
Desalniettemin worstelden we ons erdoor en kochten we enkele zaken: meloenen, zeep, look, bordje om look fijn te malen, kaas, frans brood en notebrood. We hadden nood om uit te blazen en namen plaats aan een gezellig terrasje tussen de menigte waar we genoten van een frisse pastis. De massa groeide alsmaar aan en de hitte werd quasi ondraaglijk. We kregen ruzie en besloten om te vertrekken vooraleer de dag om zeep was. Maar Frederik beloofde me om ooit nog eens terug te komen in een laagseizoen.
We vertrokken naar Fontaine de Vaucluse in de hoop daar wat minder volk te treffen. Pech: alle parkings volzet. We besloten eerst een camping op te zoeken en vonden er even later eentje nabij Rousillon, Camping Arc en Ciel. Prachtige gelegen in een bosje, lekker koel met een plezant plonsbad en goedkoop. We zetten de tent op en rustten wat. Tegen 16 uur vertrokken we terug naar Fontaine de Vaucluse. Er was al iets minder volk maar nog steeds geen mogelijkheid om te parkeren zonder te betalen (3 euro). Het was wel duidelijk dat dit een supertoeristische plek was maar we trotseerden de hitte en stapten naar de beroemde bron in de rotsen. Een kleine ontchoocheling: de bron was helemaal uitgedroogd door de hitte en de uitzonderlijke droogte.
Maar we gaven er een positieve draai aan en lieten onze voetjes in het ijskoude water van de rivier zakken: prachtig helder water dat een diepgroene tint kreeg door de waterplanten die de bodem bedekten. We zijn dan naar de Auchan in Cavaillon gereden om te tanken maar de kaart werkte niet. Dus dan maar naar een Total waar er service was. Naar Gordes gereden, enkele foto’s genomen maar iets te chiqué.
Het volgende dorpje op onze lijst was Rousillon. Prachtig! Dit is beslist het kleurijkste dorp dat we zijn tegengekomen. Terracottarood, okergeel, azuurblauw, dennegroen en dit in combinatie me de paarsblauwe hemel. Gezellige kleine straatjes, weinig toeristen, muziekje dat in de straten weergalmt, prachtige gevels en deuren, fijne klokketoren, prachtige huizen,… Bovendien genoot het dorp van een uniek zicht over de bergen van de Luberon en de gekleurde rotsen. Volgens de legende is deze aarde rood van het bloed va de mooie Sirmonde, die zich van de rotsen wierp omdat ze niet verder wilde leven zonder haar minnaar, een jonge knappe troubadour, die werd gedood door haar man Raymond d’Avignon. We aanschouwden de zonsondergang dat een prachtig lichteffect wierp op het kleurrijke dorp. We werden stil bij het zien van het Dal der Feeën (Le val des Fées: de rode rotsen in het westen).
Onder de indruk van het mooie Rousillon keerden we terug naar de camping waar we smulden van spaghetti, brood, tapenade, brie, geitekaas en onze lekkere rosé uit Saint- Rémy. We genoten met volle teugen van de rust en de natuur bij onze theelichtjes. We zagen er nieuwsgierige eikelmuizen en hoorden een nachtzwaluw. Frederik ging op zoek naar de vogel maar vond hem niet. s’ Nachts werd hij nog wakker in de tent en schreef zijn ervaring in mijn dagboek: “De stilte, de oorverdovende, zelfs beangstigende stilte… Geen krekel of cicade meer. Plots hoorde ik in de verte het gesnor van de nachtzwaluw. Maar anders niets. Mijn oren suisden. Ik durfde onze tent zelfs niet te verlaten om te plassen uit vrees de buren te wekken.”
Maandag 22 juli 2002
We sliepen tot 10 uur. Frederik nam een plons in het mini-zwembad en bleef een halfuurtje in het zonnetje liggen. Lekker genieten van het vakantiegevoel. Douchen zat er voor mij echter niet in want het water was koud. We ruimden alles op en vertrokken met een beetje spijt naar het volgende dorpje. Ménerbes strekt zich in de lengte uit over een steile bergkam. Heel charmant, maar verder niets bijzonders. We spotten enkele bijeneters en een putter.
We reden later door Lacoste om uiteindelijk in Bonnieux te stoppen. Daar gingen we eten in, door de Trotter aangeraden Café Clerici: La Flambée. Frederik at een pizza berger (geitekaas, tomatesaus, hesp en verse tomaten). Ik at ‘un pain au chèvre et salade verte’, een dubbelgeplooid brood gevuld met warme geitekaas en kruiden. Samen met wat wijn en water en een weids uitzicht over de Mont Ventoux (24 euro). Bonnieux op zich was een architecturaal zeer charmant dorp. Mooie oude deuren, bogen, kleine steegjes en vooral mooie winkeltjes die zich in kelders bevonden zoals je die in oude kastelen zou zien. Bij Pâtisserie Henri Tomas waagden we ons aan de galette provençale, gevuld met praliné en amandelcrème. Heel lekker behalve het bodempje gekonfijt fruit.
We reden verder en passeerden zonder verwijl de ietwat lelijke stad Apt en Saigon, alweer een typisch provençaals plaatje. Op de weg van Saignon naar Auribeau zagen we uitgestrekte lavendelvelden. De lavendel stond zelfs langs de weg. Ik plukt een trosje. Sivergues is één van de kleinste dorpen van de Luberon, dat aan het eind van een doodlopende weg ligt. Er staat een schattig kerkje uit de 16e eeuw. In Bûoux namen we een kijk op de duizelingwekkende rotswanden rond het dorp. Camping gezocht in Cadenet maar volzet. Gebeld naar Bonnieux maar ook volzet. Cucuron niet meer te bereiken. Doorgereden naar la Roque d’Anthéron. Camping gevonden maar wel duur en toeristisch (18 euro).
Dinsdag 23 juli 2002
Vroeg vertrokken. Richting Cavaillon gereden. Langs de weg gestopt om fruit te kopen maar het was niet lekker. We stopten in Cavaillon om in Auchan te winkelen. Gezocht naar een apotheek waar we compeed konden kopen. Naar Avignon gereden en ons geparkeerd buiten de stadswal in de parking Les Italiens (gratis en bewaakt). Pont d’Avignon gezien. Geslenterd in straatjes. Chateau des Papes gezien. Nog wat geslenterd. We gingen iets drinken op het grote plein bij de kathedraal, vooral omdat we allebei dringend moesten plassen. We konden genieten van enkele stunts van artiesten die er waren voor het Festival d’Avignon. Frederik kocht een poster en een t-shirt van het festival. Nog wat rondgelopen en dan terug naar de parking. Rondgebeld naar campings. Plaats in Bédoin. Camping Municipal la Pinède: rustig, in bos gelegen, gemeentelijk zwembad, goedkoop (11 euro per nacht) vriendelijke ontvangst, veel grote bosmieren en termieten.
Woensdag 24 juli 2002
Geslapen tot 9 uur. We besloten op deze camping te blijven vanwege de centrale ligging tussen enkele dorpjes die we nog wilden bezoeken en de Mont Ventoux.
Vaison-la-Romaine is een Middeleeuwse stad die zich uitstrekt over de beide oevers van de Ouvèze. Mooie beklimming langs de steile straatjes naar de top. Verdraagbaar aantal toeristen. Frederik ontdekte een mooi tuintje van een lokale bewoner maar werd weggejaagd. Naar Intermarché gereden om boodschappen te doen. Séguret is opnieuw een zeer gezellig, autovrij dorpje, ietwat geïsoleerd op een heuvel met mooi gerestaureerde straten en huizen. We bezochten een miniatuur potterie, een mooie fontein, bekeken er de bekende santons (kleine geschilderde poppetjes). Er waren echt weinig toeristen voor de vele souvenirshops.
We stopten even in Gigondas en later nog eens in Vacqueras, waar we langs de charmante straatjes omhoogklommen naar het kasteel. In Beaumes-de-Venise, bekend om zijn Muscat de Beaumes. De beste van heel Frankrijk naar het schijnt. Ik zou die de volgende dag in een restaurantje proeven en inderdaad… het is een zeer lekkere en fijne muskaatwijt.
In Lafare proefden we van het water van de rivier de Salette. Het had een heel lichte zoute smaak, een beetje Vichy-achtig. We bleven daar een tijdje en fotografeerden de prachtige libellen. Suzette zijn we gauw even doorgewandeld. Er was hier geen toerist meer te zien. Frederik nam wat panorama-foto’s terwijl ik het kerkhof bezocht en dennebollen en beige stenen raapte. Op de terugweg zagen we in de verte tussen het groen een gigantisch kasteel liggen. In Bédoin gingen we een pannekoek met suiker halen. We kropen vroeg in bed zodanig dat we vroeg konden opstaan voor onze nachtelijk uitstap naar de Mont Ventoux.
Donderdag 25 juli 2002
Om 4 uur opgestaan. De slingerende weg naar de top van de Mont Ventoux stond volgekladderd met namen van wielrenners. De heuvel is begroeid met ceders, groene en witte eiken, beuken, en hogerop sparren en lorken, die naar de top toe plaatsmaken voor stenen, om te eindigen in een soort maanlandschap. Even gestopt onderweg om tanden te poetsen en extra kleren aan te trekken. Daar aangekomen was het nog donker maar de dag brak langzaam aan. Ik ben nog even in de auto blijven zitten want het was verschrikkelijk koud. Frederik waagde zich naar de top. Ik ben eventjes uitgestapt en liep als het ware naar de top voor een foto om daarna terug te lopen naar de auto om mij te kunnen verwarmen. Tegen 6.20 uur kwam de zon op. Het was nogal bewolkt dus was het wachten om de zon te kunnen zien. Maar wanneer ze tevoorschijn kwam was het magnifiek: een fel oranje hemel over de ontwakende steden van de Alpen tot aan Notre-Dame-de-la-Garde. De berg heeft zijn naam niet gestolen want ik waaide bijna weg, zo sterk was de wind. Toen we naar beneden reden kwamen we een kudde schapen tegen. Tijdens de rest van terugweg heb ik geslapen. Frederik is vaak uitgestapt om bloemen te fotograferen en de uitgestrekte lavendelvelden. Hij bracht me zelfs een ontbijt van ovenverse croissants en brood. Op de weg naar les Gorges du Nesque fotografeerde Frederik een koppel zwarte wouwen door zijn verrekijker. De weg naar les Gorges was spectaculair, soms zelfs beangstigend. We zijn enkele keren gestopt voor foto’s. De vermoeidheid sloeg toe en die ging gepaard met onnozelheid. Op de camping rustten we uit. ’s Middags aten we spaghetteria en soep met brood. We sliepen en speelden en vochten en beten. Frederik kreeg buikpijn, ik belde naar mijn ouders om te weten welke medicamenten hij best zou nemen. s’ Avonds trokken we naar Bédoin om iets te eten. Daar troffen we een gezellig restaurantje aan Pasta e Basta.
Het werd een mooie afsluiter want het eten was uitzonderlijk lekker, de sfeer was gezellig en de bediening uitstekend. Frederik at het volgende: pastis, surprise du chef au fondant de chèvre chaud et son coulis de légumes, pavé d’agneau à la crème d’ail et vin rouge, assiette de fromage à l’huile d’olive et aux noix et raisins, coupe glace pistache-vanille-framboise. Julie: muscat de Beaumes-de-Venise, medaillon de foie gras maison sur lit de salade et magrets de canard, aiguillettes de poulet aux champignons et ses raviolis à la brousse truffée, assiette de fromage, nougat glacée au coulis chocolat, grappa. Een halve liter rode wijn. Prijs: 52.5 euro.
Vrijdag 26 juli 2002
Om 7 uur opgestaan. Alles opgeruimd maar het kantoor was nog gesloten dus gingen we eerst ontbijten op een terrasje in Bédoin. We kochten nog wat proviand voor onderweg, keerden terug naar de camping, betaalden en vertrokken huiswaarts.
Meer…
Tijdens de reis volgden we grotendeels de tips en raadgevingen van de Trotter (vertaald uit het Frans). We zijn erg tevreden over deze reisgids.
Alle foto’s van deze reis kan je bekijken op Flickr.
