scene24.net

Trekking en Canyoning in de Mediterane Alpen (FR)

Saturday, September 18th, 2004 | Tags:

Mijn arme reisgenoten van deze zomer wachten er al meer dan een maand op. Maar hier zijn ze dan: de foto’s en het verslag van onze viertiendaagse naar de Zuidelijke Alpen (een week bergwandelen en een week canyoning).

Pointe des Angelieres

Maandag 9 Augustus 2004

Voor dag en dauw zijn we op weg naar Italië. Het is een grijze dag, maar diep in Frankrijk komt de zon erdoor. Na een filevrije doorrit via de Mont Blanc tunnel, arriveren tenslotte ‘s middags in Aosta. We eten wat en moeten op zoek naar een vervangstuk voor Pieter’s gasbrander. Daarna rijden we door naar Cogne, een klassieke uitvalsbasis voor veel dagjestoeristen. Ook hier doen we de nodige inkopen en genieten zelfs van een ijsje. Tegen de avond gaan we nog iets dieper de vallei in tot aan Valnontey. Het begint flink te regenen. We zoeken een plaatsje op een camping en kruipen vroeg onder de veren, na het degusteren en het ‘handnosen’ van een van Pieter’s traditionele bergwhisky’s.

Dinsdag 10 Augustus 2004

OntbijtHet is een heldere ochtend. We ontbijten gezapig in het zonnetje met zicht op de hoge wanden die we straks zullen beklimmen. Alta Via, here we come! We parkeren de auto even buiten de camping op een grote toeristenparking en beginnen daarna aan de eerste klim van de dag. Een steil pad leidt ons langzaam kronkelend door dichte bossen uit de vallei. We passeren een ronkende waterval. Er is behoorlijk wat volk, maar niemand draagt zoveel gewicht als wij met onze rugzakken. Eenmaal boven de beboste helling verpozen we aan enkele grote zwerfstenen in een bloemenweide. De eerste besneeuwde troppen zijn in zicht. Frederik demonstreert hoe krekels best lekker kunnen zijn. We lopen nu in meer open, vlakker terrein en gaan aan enkele vervallen huisjes voorbij. We houden voor een tweede keer halt wanneer we de rivier weer oversteken. Na een laatste, kort en energierovende stukje, komt de Rifugio Vittorio Sella (2584m) in zicht. We zijn niet van plan hier te blijven en overleggen enige tijd waar we best onze tent kunnen opzetten. Hier in de buurt van de refuge of een aantal kilometer verderop? We opteren voor het laatste. Het is intussen laat aan het worden en enkele dichte wolken sluipen de hoge vallei binnen. Na nog een half uur klimmen langs talrijke bloemen (huislook) en alarmerende alpenmarmotten, komen we oog in oog te staan met een grote kudde mannetjessteenbokken. Ze zijn helemaal niet schuw en laten zich goed benaderen. Maar dan gebeurt het: uit de mist duikt een parkwachter op met zijn herdershond. Hij is duidelijk niet goed gezind. We kunnen hier niet verder, maar moeten terugkeren naar de refuge op straffe van… Er is geen compromis mogelijk. Bastard! Er zit niets anders op: we nemen een vierpersoonskamer en koken later die avond ons potje onder een afdak buiten de refuge. Het is weer gaan regenen. De waard biedt ons een lokale likeur aan, die we moeten drinken uit een ruwhouten pot. We nestelen ons even later nog in het café, en kruipen er dan maar in.

Woensdag 11 Augustus 2004

Domper! We staan voor een moeilijke keuze. Of we doen de Alta Via uit mét onze zware rugzakken en slapen in refuges, of we keren terug en wagen onze kans elders. Een uur en veel gediscussieer later, vertrekken we pas als laatsten aan de refuge om dan toch terug op onze stappen terug te keren. Weer beneden aan de parking tegen de middag, bestuderen we een van de infoborden aan de ingang van het park. Er staat dat “kamperen enkel is toegelaten op de daartoe voorzien plaatsen”. Wat ze er niet bijschrijven is dat die plaatsen er gewoon niet zijn! Zeg dat dan meteen, verdorie! Tompie spreekt een vloek uit over alle Italianen. We verlaten het land. Vive la France! Als nieuwe uitvalsbasis kiezen we het sympathieke Franse grensstadje Briançon, bekend om z’n grappige toiletten. We ontdekken een fijn restaurantje in de hoofdstraat waar een al even sympathieke Angélique onze vier harten steelt. Ze verwijst ons later die avond door naar een camping iets verderop. Het is al laat en volstrekt duister als we er arriveren. Gelukkig mogen we nog binnen. We installeren de tent en praten nog tot een stuk in de nacht over trivia als geopolitiek en globalisatie onder een heldere sterrenhemel. Frederik ontdekt Tom Waits (Watch her disappear).

Donderdag 12 Augustus 2004

Na een mooie avond gaan we er nu echt voor: een twee- of driedaagse rond en over de Mont Thabor. Helaas moeten we ook hier opteren voor overnachtingen in refuges, maar zo lang er geen Italianen meer aan te pas komen, lijkt Tom er vrede mee te kunnen nemen. We verlaten de camping en gaan richting Névache. De auto vertrouwen we toe aan een boom langs de weg. Het is bloedheet. We kruipen de helling op langs de weg door allerlei struiken en kruiden. Een paadje brengt ons al spoedig parallel aan een vrolijk bruisende rivier, met langs de oevers duizenden bloemen en vlinders (Apollovlinder!). Heerlijk! Na een flink uur stappen bereiken we de kleine Chapelle Saint-Michel en houden er een korte pauze. De vallei die naar de Col du Vallon (2645m) leidt, biedt vanaf hier een heel verschillende indruk. Na nog een uur stijgen door de kale, bloemenarme weides, enkel bevolkt door enkele schapenkuddes, bereiken we de col. Hier beleven we onze eerste grandioze ‘wow’. Het panorama is fantastisch en er staat een extreem harde, maar warme, wind. We schreeuwen het uit! Vanaf hier kunnen we in het Noordoosten de Mont Thabor zien, ons doel voor morgen. In het zuiden zijn de toppen van het Ecrins-massief zichtbaar.
Nu volgt een lange afdaling, langs zeer gevarieerde landschapstypes. Aan een boswachtershuis vullen we onze flessen. Het is al behoorlijk laat en we maken ons zorgen om een plek in de refuge. Deze keer hebben we geen tent bij! Een telefoontje stelt ons gerust. Als we maar niet te laat aankomen, luidt het. We dalen verder tot we bij de Pont de la Fonderie uitkomen. Dit idyllische brugje tussen dennenbomen ligt op ongeveer dezelfde hoogte als onze startplaats. Maar de 1500 pas afgedaalde meters laten zich niet zomaar terugwinnen. Vooral het eerste deel van de klim op weg naar de Col de la Vallée Etroite is een kuitenbijter. Het wordt later, enkele druppels vallen. We passeren een uitgestrekte bergvallei en moeten daarbij een ondiepe rivier over. Nog een hele tijd gaat voorbij tijdens de klim onder een grijs plafond in een schraal landschap. Maar uiteindelijk is ze in zicht: de Refuge du Mont Thabor! Een alsmaar dreigender mist- en regenoffensief sluit de deur achter ons dicht. De refuge zit nokvol en het is er tropisch warm. Ideaal om een depressietje te ontwikkelen. Nog nooit hebben we de tent zo hard gemist. Zeker als dan ook nog eens blijkt dat in dit park kamperen wel mag, “onder bepaalde omstandigheden”. Kan iemand klaarheid scheppen, alstublieft? We bereiden een maaltijd op een van de tafels en nestelen ons dan op de brede gemeenschappelijke stapelbedden tussen de andere gasten. Bloedheet, gesnurk, koolstofmonoxide…

Vrijdag 13 Augustus 2004

De ochtend aan de refuge doet de wolken uit het dal omhoog kruipen. Het is een toverachtig tafereel in het ijle zonlicht. We nemen de tijd voor een ontbijt. Frederik houdt zijn digitale schatten nauwlettend in de gaten in aanwezigheid van een bende rehabiliterende delinquente pubers (sic) die met ons de tafels delen. Onze tweede dag beginnen we vol goede moed. We moeten een stukje terug voor we aan de beklimming van de Thabord kunnen beginnen. We passeren het staalblauwe Lac du Peyron en enkele kleinere plassen waarbij her en der bosjes veenpluis bloeien. Na een lange aanloop langs de rotsen van Chanches du Peyron naar de Col des Méandres (2727m) bevinden we ons dan tenslotte aan de voet van de hoofdbeklimming. Vanaf nu gaat het zeer steil omhoog. Ons groepje valt uiteen en iedereen stijgt naar eigen godsvrucht en vermogen. Tom is dé man: hij schiet ons als een pijl voorbij. In het zuiden dreigen de indrukwekkende tanden van de Grand Seru. Minstens evenveel indruk laat een kortgebroekte Italiaanse schone na. Het allerlaatste stukje over steenpuin naar de Chapelle du Mont Thabor is echt afzien. Er is heel wat volk op de top. Iedereen geniet met volle teugen van de magnifieke vergezichten. Er staat ook hier een stevige wind! Frederik spelt de naam van zijn geliefde op de flanken van de top met losse stenen. Ellen flasht het volledige massief.

Ons volgende doel is de uitgestrekte Vallée des Muandes. De weg daalt via een adembenemende kom vanaf Mont Thabor langs de Pointe des Angelières over een uitgestrekte puinhelling. Na enig aarzelen, moeten we zelfs enkele honderden meters over een sneeuwvlakte, waarbij Tom ongelukkig zijn wandelstok naar de eeuwige jachtvelden verwijst (althans het onderste stukje). Het gesteente op de richel waar het pad op uitkomt is pekzwart. In de verte blijven de toppen van Les Ecrins ons gezelschap houden. We zien – heel ver – twee gemzen op een sneeuwvlakte. We volgen de richel over de Roche du Chardonnet (2950m) naar de Col des Muandes (2828m), het begin de Valle des Muandes. Deze vallei herbergt vele kleine en grotere meren. Hoever is het nog naar ons eindpunt Refuge des Drayères? Of zouden we de voorspelling dat die volgeboekt is geloven en proberen rechtstreeks naar Névache te gaan? De gids zegt: “Mensen met masochistische neigingen zouden kunnen doorploeteren naar Névache”. De vorige nacht in gedachten, kiezen we unaniem voor ‘doorploeteren’. De omweg naar Névache is bovendien ook esthetisch gezien meer dan de moeite waard. We slikken omdat we nog meer moois en nieuws mogen meemaken. Na de allerlaatste afdaling uit de vallei bereiken we de autoweg waar we een lift terug naar de auto aangeboden krijgen van een sympathiek koppel uit Corsica. Ze komen speciaal naar deze streek om frambozen te plukken. Ze vertellen ons dat ze aan de oogst goed kunnen merken dat de natuur zich nog niet geheel hersteld heeft van de hittegolf van vorig jaar. We keren terug naar de camping van twee dagen geleden en maken ons klaar om, ondanks onze vermoeide benen, nog een stapje in Briançon te wagen. We vermijden bewust een nieuwe confrontatie met de bevallige Angélique. De avond gaat over in de nacht als een cocktail van Franse chansons, Belle Hélène, (te) veel Afflighem-bier, één chartreuse, een kloon van een oude bekende en een lift naar een bijzonder dubieuze karaoke-bar. In het holst van de nacht strompelen we op de tast de camping weer binnen. De auto moeten we helemaal vooraan laten staan.

Zaterdag 14 Augustus 2004

FluffyWe moeten voor elf de camping uit, willen niet nog een dag extra betalen. Het wordt vechten tegen katers. Wasted day ahead. Wij rijden naar Briançon, waar Pieter en Ellen zelfs de kracht niet meer bezitten om zich van de achterbank te hijsen. Tom en Frederik schikken zich op een zonnig terras om er – pastisnippend – de voorbijgaande françaises naar waarde te schatten. Vier uur later zoekt ons nu licht beschonken duo de pas ontluikende slapers op. Samen gaan we op zoek naar een winkel waar men kaarten en boekjes verkoopt ter inspiratie voor een volgende tocht. Dan volgen zeer uitgebreide boodschappen in de lokale supermarkt om dan uiteindelijk nieuwe zuidelijkere oorden op te zoeken bij het massief van de Mercantour. Menig uren achter het stuur later landen we ter hoogte van XXX waar we niet al te kieskeurig een plaatsje uitkiezen voor de nacht aan de ingang van de camping.

Zondag 15 Augustus 2004

We verlaten onze bivak-camping behoorlijk vroeg in de ochtend. Een uurtje later parkeren we de auto op de Col de la Cayolle (2326m). We ontbijten ter plaatse op enkele zwerfstenen in het zonnetje. Rond half negen beginnen we aan de klim. Er is behoorlijk wat volk op de been wanneer we de eerste top naderen. Bovenaan hebben we zicht op een blauwe parel van een bergmeer, iets lager gelegen. Er is geen zuchtje wind en het is zeer heet. We dalen af langs het meer. Na enkele meters houdt Ellen het voor bekeken wegens pijnlijke knieën. Ze gaat terug naar de auto. Wij dalen verder af en wisselen de ene bergflank voor de andere. Het gaat nu definitief omhoog richting Mont Pélat. Na een tijd valt de flora weg. Het is bakken op de kale stenen onder de vlakke hand van de zon. In het park van de Mercantour gaat de erosie stevig te keer: je ziet haast alles afbrokkelen. Hier en daar staan bordjes die je vragen de paden niet te verlaten omwille van de erosie. De laatste eindspurt naar de Mont Pélat lijkt, vanop een afstand, een niemendalletje, maar dat is slechts bedrog. Het is stevig klimmen, maar niet voor lang.

Boven genieten we op het arendsnest een tijdlang van de zonovergoten omgeving: de richels, de kammen, de rotsen, de verre meren… prachtig. Er scheert een zweefvliegtuigje langs onze hoofden voorbij. We dalen af langs een lichtjes andere weg waar we even verpozen aan een watervalletje. Later naderen we opnieuw het blauwe meer nabij de top van deze morgen. We verfrissen ons aan het koele water. De kleren gaan af, er worden gekke foto’s genomen. Er is ook een filmpje (op aanvraag verkrijgbaar). De zon boet langzaam in aan kracht terwijl we weer bij de auto komen. Samen met Ellen eten we wat. We rijden de col af en houden halt bij het dorpje XXX. We zoeken een restaurant waar we de avond over ons heen laten vallen. In het dorp is een feest aan de gang. We gaan even kijken, maar het lijkt ons maar niets. Een degelijke camping zoeken blijkt niet eenvoudig. We belanden uiteindelijk op een vreselijk geval waar ze bovendien te veel geld voor vragen. Pieter is razend. Vroeg in bed.

Maandag 16 Augustus 2004

Als de bliksem doeken we onze bivak aan de ingang van de camping op. We rijden Zuidoostwaarts richting Sospel, onze uitvalsbasis voor het tweede gedeelte van onze reis: canyoning in de Maritieme Alpen! We bezoeken onderweg een grote sportwinkel en een gigantische supermarkt (met 3D schermen). In de loop van de namiddag bereiken we Sospel en zoeken een camping op aanwijzingen van Klaas en Johan die hier eerder al waren (zij het heel kortstondig). In afwachting van de groep die ons weldra zal vervoegen, rijden we naar een winkeltje waar ze canyonmateriaal verhuren en verkopen. Tom en Frederik geven groot geld uit. Een tweedehandspak voor Frederik en elk een canyon rugzak. ’s Avonds begroeten we eindelijk de nieuwelingen (Ben, Luc, Lieven en Lincy) in een restaurant in de hoofdstraat van Sospel. Het is al donker. Dan gaan we samen naar de camping waar we een mooi plekje voor hun tenten hebben gereserveerd.

Dinsdag 17 Augustus 2004

‘s Morgens gaan Lincy, Luc en Ellen een pak huren in de canyonwinkel. Helaas zijn er geen tweedehandspakken meer te koop: die kosten vaak evenveel als vier dagen huren. Frederik heeft geluk gehad gisteren. Vandaag doen we onze eerste canyon! We achten de Vallon du Guiou een waardige starter. Bovendien ligt deze op slechts een kwartiertje rijden van de camping in Sospel, en dat is echt luxe voor canyonliefhebbers! De beide auto’s gaan aan de kant van de weg bij een brugje. Alle materiaal wordt deskundig verdeeld: musketons, gordels, helmen. Iedereen neemt zijn (gehuurd, gekocht of geleende) canyonpak mee op de schouders. Het is een behoorlijk eind stappen langs een hete beboste helling tot we na een uurtje aan een beschaduwde wandelbrug uitkomen over het stomende water van de canyon. Nu pas gaat alles aan: de spanning stijgt! Eenmaal in het water gedragen we ons als kleine kinderen: ploeteren, spetteren en luidkeels lachen en spelen. Het prettig kolkende water werkt aanstekelijk, zeker na een week in de bergen of een dag in de auto. Er zijn heel wat kleine sprongetjes en plaatsen waar je vanaf een hoek of een kant verschillende keren een duik kan wagen. Het is op en top genieten. ‘s Avonds kokkerellen de dames op de camping.

Woensdag 18 Augustus 2004

De tweede canyon op het programma is de Rio Barbaira, op Italiaanse bodem. Tom wordt overhaald. De auto moeten we parkeren in de straten van Ventimiglia, om dan langs het dorp heen de flanken naast de canyon te bereiken. Zo lopen we verder, het traject van de rivier volgend. Naar goede gewoonte zweten we liters onder de blakende zon terwijl we diep in de canyonkloof mensen horen joelen in het koele water. Uiteindelijk bereiken we een smalle brug over de rivier. Het stenen ding is acht meter hoog en je kan er een sprong wagen in het diepe water. Lincy gaat als eerste: de hoogte is echt wel ontzagwekkend! Als dan blijkt dat er eentje de spong heelhuids heeft overleefd, is het gedurende een half uur een op en af lopen van kandidaat springers die telkens opnieuw een ander kunstje ten tonele voeren. Beneden kijkt de rest toe, gezellig dobberend in hun canyonpakken. Maar goed: we moeten dringend verder. De canyon is heel open, een brede kloof met slechts een schaarse begroeiing. De afgeronde kalkstenen blinken uitnodigend in de namiddagzon. Een van de watervallen vormt een uitdaging voor de beginnelingen in ons gezelschap, maar alles verloopt vlot. Frederik beleeft het genoegen een private photoshoot te mogen verzorgen voor beide dames uit het gezelschap (foto’s niet op aanvraag verkrijgbaar). Aan het eind van de canyon staat een grote betonnen constructie vanwaar je opnieuw kan duiken. Er liggen nog enkele late dagjestoeristen te zonnen. Vandaar moeten we te voet terug naar het dorp. Onder een veelbelovende avondhemel rijden we tenslotte terug naar Sospel. ’s Avonds gaan we eten in een van de restaurantjes in de oude stadskern.

Donderdag 19 Augustus 2004

Een pijnlijke rug speelt Lieven parten en Lincy en Ben willen het even rustiger aandoen. Zij blijven op de camping. Pieter, Frederik, Luc en Ellen kiezen een kleinere canyon uit voor vandaag: de Vallon de Basséra. De auto gaat langs de baan aan een bruggetje en voor we het beseffen, trotseren we alweer de hitte langs beboste paden. De feature bij uitstek van deze Basséra is de zeer lange tobogan of glijbaan helemaal in het begin. Erg plezierig. De smalle, overschaduwde canyon heeft voor de rest geen spectaculaire afdalingen te bieden, maar moet het vooral hebben van zijn stille schoonheid onder de overhangende takken en bomen, de verborgen hoekjes, de ruwheid van het terrein en de subtiele verlichting door een voor de rest afwezige zon. Onderweg helpen we een lokale johnny die met twee van zijn bimbo’s aan de canyon was begonnen zonder touw, zonder pak. We komen uiteindelijk samen bij de auto’s, waar Pieter zich van zijn lichtzinnigste kant laat zien.

Vrijdag 20 Augustus 2004

Houd u vast aan de takken van de bomen! Het beste hebben we voor het laatst bewaard: él horribile Clue de la Maglia. Het was in deze canyon dat Bever, één van onze vrienden, deze zomer nog met de heli moest gerescued worden uit een wel zeer penibele situatie. Zijn volledige rechterbeen was verbrijzeld na een slecht ingeschatte sprong in het onbekende. We vragen ons af of we uit zijn beschrijvingen zullen kunnen opmaken wanneer we de precieze plek des onheils naderen in de canyon. Is het daar echt zo gevaarlijk? Dit monster vraagt wel enige logistieke voorbereiding: zo moet je beschikken over twee auto’s, één aan het begin en een op het einde van de canyon. Rond de middag zijn we er allemaal klaar voor: we bevinden ons hoog aan de canyon, op een parking die slechts te bereiken is via een nauwe, aarden weg langs een afgrond. Nog geen kwartier later zitten we met onze voeten al in het kolkende water.
En dan is er slechts plaats voor superlatieven… De Maglia is een echte must! Voorbij het midden van de canyon stort het water een 10 à 15m lange koker in. Wij volgen, maar missen daardoor een kleine omweg die naar verluidt zeer de moeite loont. Niets aan te doen. De grillige wanden van de grot zijn prachtig gekleurd. Het geraas van het water overstemt alles terwijl je je aan het touw laat zakken. De Maglia eindigt als een metershoge waterval in een diepe vijver. Frederik en Ben wagen een duik vanaf de rotswanden. Frederik haalt daarbij zelfs een canyonhelm op tot zijn grote (financiële) vreugde, maar moet die terug afgeven aan de rechtmatige eigenaar tijdens de wandeling terug naar de auto. Wat een dag! Hélène aan de plageTerug aan de camping wordt er gekookt. ‘s Avonds op zoek naar etablissement. Luc haalt zware toeren uit met auto in smal steegje, later vreemde nachtelijke figuren aan het zwembad. Later op de avond ontdekken Frederik en Tom zowaar een schorpioen in de tent.

Zaterdag 21 Augustus 2004

Weemoed. Onze laatste dag. We ruimen op en betalen een flinke rekening. Daarna de baan op, meerbepaald de Italiaanse autostrades op zoek naar een strandterras aan de beroemde kuststreek aldaar. Vandaag is toeristendag: denk hierbij aan het geluid van aanstekelijke Italiaanse strandaerobics voor kleuters, huisvrouwen en niet zo erg goed validen. Of nog: Lieven en Pieter die zich uitleven op een hobbelpaard na het drinken van enige bieren op een jaren tachtig strandcafé. Tegen de avond eten we zeer uitgebreid in een visrestaurant. De aangeboden schotels (groepsmenu) zijn enorm én lekker. Na dit laatste avondmaal in een Italiaans kuststadje zonder naam, vertrekken we ’s nachts huiswaarts.

Bekijk ook het volledige fotoalbum.


Reacties

Pieter Schepens op September 19th, 2004

Ik ben m’n best aan het doen. ‘Druk druk’ is een modewoord. Ik zou dringend wat minder modieus moeten worden…

Ra! op September 20th, 2004

Woow, de bergen zagen er wel serieus de moeite uit. iel schuun.

Walter op January 23rd, 2007

Wat een Prachtige foto’s! Complimenten voor de maker, ik heb er enorm van genoten. Ik heb er eentje als achtergrond op m’n PC ingesteld (die witte bloemen met de bergen er achter).

Gebruik [b][/b] en [i][/i] voor opmaak. Links moet u rechtstreeks plaatsen.
Reacties op artikels ouder dan twee weken worden gemodereerd (tenzij voor leden).