scene24.net
Wintertrekking Berner Oberland
Thursday, October 30th, 2003
Ahhh, wat deed dat alweer deugd! Vijf dagen met tent en rugzak door de sneeuw ploeteren in de Alpen (Berner Oberland) om zo nu en dan uit je sokken geslagen te worden door een adembenemend panorama.
Het was wel even spannend. Geen van ons vieren wist precies welke tol de ijskoude bergnachten gingen eisen. Ik kan jullie nu echter met een gerust gemoed vertellen dat zelfs -15°C zonder noemenswaardige problemen te overbruggen valt.
Hieronder samengevat, de routebeschrijving van dag tot dag. Zie ook het overzichtskaartje voor wie de tocht (of delen ervan) wil overdoen.
- Dag1: Stechelberg (910m), Schurbode (1379m)
- Dag2: Schurbode (1400m), Tal (1259m)
- Dag3: Tal (1259m), Schiltalp (1946m)
- Dag4: Schiltalp (1946m), Sausläger (1618m)
- Dag5: Sousläger (1618m), Sulsseewii (1920m)
Vrijdag 25 oktober 2003
We besluiten om ‘s nachts te rijden. We zijn met z’n vieren: Pieter, Tom, Lieven en ikzelf. Om één uur vertrekken we in Gent en rijden via Luxemburg, Metz, Strasburg, Basel, Bern, Interlaken. Tegen acht uur zijn we (onfris) ter bestemming in Lauterbrünnen.
In de ochtendschemering had het Zwitserse landschap er gruwelijk koud uitgezien. De hele wereld leek wel bevroren. Op de radio hoorden we onduidelijke, maar desalniettemin zeer verontrustende berichten in het Duits over zware sneeuwval, lawines en verongelukte skiërs. We houden allemaal de woorden van Ben in onze gedachten die ons vannacht nog had uitgewuifd: “You’re gonna die.” Wat staat ons te wachten? Alle vier zijn we wintertrekking-maagdjes. Nog nooit heeft iemand van ons de vrieskou getrotseerd in zijn slaapzak.
In Lauterbrünnen heeft de zon zich nog niet laten zien. We troosten ons met een hete kop koffie in de warmte van een klein café. Op een parking sorteren we ons materiaal en verdelen we het eten. Iedereen is een beetje zenuwachtig. Als we de bergtrein naar Grütschalp willen nemen, volgt een teleurstelling. Er is te veel sneeuw gevallen: alle verkeer naar boven ligt stil. Plan B? We rijden door naar Stechelberg, het uiterste bereidbare puntje van deze lange vallei van Berner Oberland, om daar de wandeling aan te vatten. Het zonnetje piept intussen over de bergranden. We geven de auto een plekje en in een mum van tijd zijn we aan het stappen — voor Tom en Frederik meteen de eerste keer dat ze hun splinternieuwe getten kunnen uittesten. Het is de bedoeling dat we vandaag aan Obersteinberg (1778m) geraken. We zullen zien.
Een ondergesneeuwd baantje slingert langzaam omhoog door de nauwe vallei. We genieten volop van de zon die de vrieskou nu volledig teniet doet. Aan een verlaten zomerhuisje houden we even halt. Er is in de verste verte geen andere ziel te bespeuren. Pieter doezelt weg. Frederik maakt een snow angel. Iedereen is uiterst goed gemutst!
Nu gaat het voor het eerst steil omhoog. We moeten de stapstokken ten volle benutten. De eerste tekenen van onze oneindige bewondering voor de getten steken de kop op. Hier en daar gaat het pad over een verijsde trap, waar vooral Tom’s knie niet zo gelukkig mee is.
Na de klim lopen we over een uitgestrekte helling met allerlei puin van een oude steenlawine, zoals ook beschreven in onze gids. Toch zijn we hier even het spoor bijster. Het is even zoeken voor we allemaal heelhuids hergroeperen aan de Schurbode (1379m).
Het is intussen vier uur en de zon verdwijnt achter de bergkam. Genadeloos overvalt de vrieskoude ons opnieuw. Wat nu? Het is nog minstens 400 meter stijgen naar Obersteinberg (1778m). Dat halen we nooit. Er zit niets anders op dan hier te kamperen.
De extra tijd die we winnen door de vervroegde stop is meer dan welkom. De tent opzetten op sneeuw, het koken,… allemaal nieuwe ervaringen. Wanneer de nacht onafwendbaar lijkt en de zon de bergen aan de overkant van de vallei in vuur en vlam zet, kruipen we in onze slaapzakken. Het is amper zes uur. We zijn er absoluut niet gerust in. Pieter leest nog wat voor uit Gogol (‘De neus‘) om de gemoederen te sussen.
Zaterdag 26 oktober 2003
9u30. Hoera! We hebben het overleefd! Onze tenten zijn aan binnen- en buitenkant bevroren. Vooral aan de binnenkant is onze adem gecondenseerd tot ijsvlokken, die je een bijzonder onaangename start van de dag bezorgen eenmaal je in de tent begint te rommelen. De zon is nog niet van de partij, waardoor we met bevroren vingers en tenen moeten ontbijten onder een grote den. De hete sneeuwkoffie is godendrank.
We verlaten onze kampeerplek bij Schurbode en dalen een flink stuk terug af in de vallei. De bergkam van Obersteinberg halen, lijkt immers onzinnig.
Na een tweetal uurtjes stappen kunnen we opnieuw niet aan de verleiding weerstaan om een zonnepauze te organiseren bij een ander verlaten vakantiehuisje. Daarna stijgen we opnieuw flink naar een hoger gelegen pad op de bergflank. Onze ongetrainde kuiten trillen onder de inspanning. Het nieuwe pad leidt ons nu via een uitgestrekt loofbos in een nieuwe vallei. Wanneer de zon alweer achter de bergkammen verdwijnt, naderen we het dorpje Gimmelwald (1363). We kloppen we er aan bij een van de huisjes. Een uiterst vriendelijke, goed gezette man doet open. Hij nodigt ons uit binnen en trakteert ons op chocolade en koffie. Zijn naam is Oeggimann en hij is leerkracht — correctie: dé leerkracht — van het kleine bergdorp. De hele jeugd passeert er door zijn handen. Hij vertelt ons uitgebreid over zijn ervaringen in de Alpen,
maar lucht ook zijn hart over enkele brutale toeristen die soms zijn dorp aandoen (“Is jullie kraantjeswater drinkbaar?”). Hij bezocht zelf de USA enkele jaren geleden, waarbij hij in één zin zowat al zijn verzuchtingen samenvat: “Too much, too loud, too fast.” Het is gezellig keuvelen in zijn luxueuse blokhut.
Uiteindelijk wijst hij ons een slaapplaats aan voor de nacht en geeft ook nog wat tips voor de komende dagen. We nemen hartelijk afscheid en dalen af naar de plaats, even buiten Gimmelwald, waar we onze tenten zullen opzetten: de zomer-picknickplaats Tal (1259m). ‘s Avond kruipen we allemaal samen in één tent om te koken: het is een flink stuk kouder dan vorige nacht.
Zondag 27 oktober 2003
Vandaag staat alles in het teken van het bereiken van ‘Le Paradis‘, een koosnaampje die onze gastheer gisteren bedacht voor een prachtige plek in de bergen boven Gimmelwald. In een aangenaam zonnetje stijgen we over de half-besneeuwde alpenweiden van het dorp tot aan de eerste bomen. De dennen staan hier redelijk ver uit elkaar waardoor het geheel en het uitzicht op de witte reuzen om je heen goed zichtbaar blijft. In dit decor stijgen we een aantal uurtjes. Het is opnieuw flink klimmen. Eenmaal boven de boomgrens passeren we een verlaten skigebied. Hier is het op-en-top genieten van een weids panorama. We zijn hier trouwens op de hoogte genaderd van Schiltalp (1946m), onze aangeduide eindbestemming voor vandaag. Aan een half bevroren drinkfontein bij enkele verlaten fermettes vullen we onze flessen en houden een uitgestrekte pauze onder een stralende zon. Er wordt ook wat onnozel gedaan, als ik het zo vrij mag uitdrukken.
Tegen de late middag installeren we ons in het arendsnest met een werkelijk goddelijk uitzicht. Hier zitten we betrekkelijk hoog (voor de winter) en dat laat zich ook voelen. Wanneer de zon verdwijnt achter de westelijke flanken (op spectaculaire manier overigens) valt de koude als een mes. Zo scherp en pijnlijk hebben we het nog niet gevoeld. Heel lang duren de gesprekken niet meer voor we ons bibberend verhullen in onze slaapzakken.
Maandag 28 oktober 2003
Jawel, ook op deze hoogte en in deze koude overleven we de vriesnacht. Een pluim voor onszelf. Voor de derde ochtend op rij staat ons een staalblauw hemelgewelf boven het hoofd. Tijdens het ontbijt op Schiltalp drinken we niet alleen onze hete chocomelkjes, maar des te meer de laatste blikken op een uniek panorama. De sneeuwtrekking kan onmogelijk nog stuk.
Vandaag wordt een dag van fait divers. We dalen langzaam af naar het skidorpje Sonnenberg (1835m). Het laatste stukje asfaltweg is spekglad.
In Sonnenberg slaan we wat proviand in (lees: gedrochtelijk gevormde worsten) in een kleine supermarkt en zoeken een leuk plekje in de hoofdstraat om ons te goed te doen aan een frisse pint en een vette blok kaas. Intussen vallen nieuwsgierige Alpenkraaien ons lastig, al dulden we het met de glimlach. Later in de middag nemen we vanuit Sonnenweld de bergtrein naar Mürren (1638m), de plaats waar we eigenlijk de eerste dag wilden starten. Van Mürren nemen we nog een trein naar Grütschalp (1486m), waar we uiteindelijk tegen twee uur onze tocht voortzetten. We steken het uitgestrekte, sprookjesachtige Sorissenwald over en belanden tegen de late middag op een aantal kilometer van het dorpje Souslager (1618). Hogerop in de vallei vinden we een idyllische plek aan een heel klein meertje tussen de bomen. Nu we geen last meer hebben van de snijdende bergwind, profiteren we van de gelegenheid om een bescheiden vuurtje te maken. We blijven ‘s avonds nog lang napraten.
Dinsdag 29 oktober 2003
Ons krediet bij de weergoden is opgebruikt: vandaag is een grijze, bewolkte dag. We leggend de lat niet te hoog en kiezen voor een blitsbezoek aan een bergmeertje nabij de Lobhornhütte (1955m). Toch blijft het een kleine 300 meter stijgen in ruw terrein. Vreemd genoeg is het meertje, dat compleet omhuld wordt door mistflarden, niet bevroren. Laat de berghut hier de beerput inlopen? Wie weet? Op onze terugweg worden we geconfronteerd met het helse lawaai van een bevoorradingshelicopter die aan- en afvliegt van en naar de hut. Wellicht gaan ze er iets renoveren en dient de cement vanuit het dal, ver beneden, te worden opgehaald. Hij passeert wel tien keer boven onze hoofden, steeds opniew het jongensachtige enthousiasme in elk van ons aanwakkerend.
Maar nu zit het er bijna op: we nemen hetzelfde treintje van gisteren terug en dalen tenslotte van Grutschalp af naar Lauterbrünnen. In het lokale café vieren we onze behouden terugkomst met een stevige pint — op het terras overigens. Vier dagen in de vrieskou jaagt een mens uit elke verwarmde ruimte. In Lauterbrünnen nemen we de bus naar Stechelberg waar de trouwe Volkswagen Caddy ons opwacht. Fin.
Bekijk ook het volledige foto-album!



Comments
Chapo op October 30th, 2003
Zalige foto’s die me toch ook even laten wegdromen …
Mich op October 31st, 2003
Zucht…
Euh, ik ben een dagje naar de zee geweest. ‘t Was ook wel leuk.
Stefan op November 2nd, 2003
Dat leek me een te fijne trip, zo een dingen zoek ik ook nog te doen. Da is zo enorm “vrij”.
Pieter Schepens op November 8th, 2003
Valt het je niet op dat de foto’s met naakt erop meest bekeken worden?
‘t Zegt iets over des mensen aard…
Fre op November 11th, 2003
Ja, is me ook al opgevallen ;-)
elja op November 11th, 2003
*zucht*
Schitterend.