scene24.net
Spaanse Pyreneeën, zomer 2001
Thursday, June 26th, 2003
Deze reis markeert mijn eerste kennismaking met de sport canyoning in het schitterende decor van de Spaanse Pyreneeën en de Sierra de Guara. Ben en Tim waren mijn ideale mentors tijdens deze drie weken. Bovendien trek ik sinds lange tijd nog eens de bergen in. Een oude liefde keert terug, dubbel zo sterk als voorheen. De start van een nieuwe reisstijl, op mijn 22ste.
Dinsdag 30 juli 2001
In de auto: Ben, Frederik en Tim. Het wordt een bloedhete dag in heel Frankrijk. Mijn linkerarm verbrandt tijdens de rit door hem uit te auto te laten hangen. Op een nogal kritiek moment (Tim was op de achterbank bezig aan een ‘dessertje’) houdt een politiepatrouille ons tegen in het Centraal Massief, maar na controle van de papieren mogen we verder rijden.
Tegen 18.00 zoeken we een plekje op een kamping nabij Florac aan de Tarn. Tim wil ons verblijden met zelfgebakken pannekoeken. Dat lukt hem aardig, al is er van een typische pannekoekenvorm weinig te merken aan de bol gesuikerde deeg die we even later naar binnen werken. Na een korte sessie pootje baden, vallen we onder het geluid van het ruisende water slaap. Tim en Ben gebruiken hun North Face Westwind; ik een geleende tent van de scouts.
Woensdag 1 augustus 2001
Terwijl een heuse zomerstorm zich ontwikkelt boven Florac, huren we een kayak om de Tarn af te varen. Het dametje aan de kassa verklaart ons voor gek. Een korte busrit later langsheen de ultranauwe steegjes in de canyon, bakken we in onze bootjes op het verfrissende water. Het onweer is het even snel weer afgedropen als dat het gekomen was. De afdaling van de Tarn bevalt ons reuze. We genieten volop van de natuur (Ben ziet zijn eerste Grote gele kwikstaart), we pauzeren meer dan regelmatig, plonsen wat… Om half zeven bereiken we tenslotte het eindpunt van de afdaling: een idyllische brug over de rivier waar heel wat toeristen verzamelen. We zien er stuk voor stuk uit als volrijpe zomertomaten.
Na de busrit terug naar Florac rijden we onmiddellijk verder. Ruim voor valavond bereiken we de hoogvlakte van de Cevennen boven Florac. Duizenden krekels bezingen er de nakende zonsondergang. We zijn er helemaal alleen. Boven de velden zweven talloze kiekendieven en vlak bij ons kunnen we een koppeltje Grauwe klauwieren van dichtbij bewonderen.
In het holst van de nacht horen we herhaaldelijk geweerschoten in de velden nabij onze (illegale) kampeerplek langs de weg. Dat spelletje duurt uren, wat me enkele afschuwelijke nachtmerries oplevert. En als klap op de vuurpijl moeten we later schuilen in de auto voor een goddeloos onweder. We hadden ons niet de moeite getroost een tent op te zetten…
Donderdag 2 augustus 2001
Al om half zes geven we ons gewonnen. De slaap vatten zit er niet meer in na die vreselijke nacht. Wij rijden de hoogvlakte af en ontbijten in een dorpje een uurtje verderop. Tim schenkt ons een kopje hete chocomelk uit. Het is een troosteloze dag: de hemel zit potdicht en het regent quasi onophoudelijk. Radio Nostalgie doet nog een poging om ons op te fleuren, maar veel kan het niet baten. Pas voorbij de tunnel van Bielsa, de toegangspoort tot Spanje, krijgen we de zon weer te zien. Wat een contrast met Frankrijk! Aan de oevers van het grote blauwe Lago di Barosona in Pueblo de Castro plaatsen we onze tent op een kamping met uitzicht op de bergen en het meer. Ben en ik zwemmen nog wat, maar al vroeg gaan we weer slapen. We kunnen het best gebruiken.
Vrijdag 3 augustus 2001
We verlaten de kamping en rijden verder, dieper Spanje in. Langsheen een smalle bergweg vindt Tim een plekje om wat te klimmen. Tegen 14.00 moeten we vluchten voor de hitte op de rotswand en rijden dan maar definitief door naar onze eindbestemmming. In Ainsa kopen we wat mondvoorraad. Ik ga ook op zoek naar een betere slaapzak voor de bergtocht die we later zullen maken. Tim heeft me schrik aangejaagd met zijn verhalen over vorst op 2500m hoogte.
We besluiten onze eerste canyon op te zoeken wanneer de hitte iets draaglijker wordt. Tim kiest een klein, onbekend exemplaar uit zijn gidsje. De ingang van de canyon is bezaaid met grote ronde keien en diepe poeltjes, daar waar het water in kleine watervalletjes naar beneden komt. Al gauw slaan we rechts af om de rechteroever te beklimmen. Er loopt een heel onduidelijk pad, vol struiken en losse stenen. Na een half uurtje stappen, krijgen we opnieuw zicht op de canyon beneden. We zien een groepje jongeren naaktzwemmen. Prettig. Nu we bijna de top van een kleine berg bereikt hebben, is Tim het spoor bijster. We moeten nog een uur zoeken naar de start van de afdaling. Het is 20.00. We hebben dus nog drie uurtjes om beneden te geraken.
Het is duidelijk dat dit geen druk bezochte canyon is: veel pitons ontbreken en hier en daar moeten we ons behelpen door het touw aan bomen en rotsen te bevestigen, zo ook voor één rappel van wel 30 meter. Dat kan tellen. Voor mij is dit mijn allereerste contact met een canyon. Ik ben erg onder de indruk van de door erosie verweerde rivierbedding in het dorre Spaanse landschap. De kwellingen van de wandeling van daarnet zijn zo weer vergeten.
Twee uur later bereiken we de auto. We rijden nu door naar Boltaña, waar we de bende van Don Bosco College (DBZ’ers) ontmoeten op de lokale kamping. Ze zien er erg moe uit. We houden ons voor de rest afzijdig.
Zaterdag 4 augustus 2001
De tweede canyon op het programma is de Gloçes, te vinden op weg naar Broto. We zijn nog steeds met ons drieën. Aan de ingang van deze canyon slaat de twijfel toch even om onze harten. Ook bij Tim, en dat wil wat zeggen. Voor ons davert een luidruchtige waterval een donker gat in van zowat dertig à veertig meter diep. Ik voel hoe de lucht mee naar beneden wordt gezogen. Naast ons begint een groepje stevig uitgeruste Spanjaarden aan de afdaling: tweedelig pak, speciale schoenen, handbescherming. Ze vragen of wij van plan zijn hetzelfde te doen. Wanneer we bevestigend antwoorden, lacht één van hen ons ons terug met de woorden “Poco loco?”. Veel te koud zonder pak! Echter, naar goede gewoonte laat Tim zich niet zomaar afschrikken. Ik zwijg, maar moet toch wel twee keer slikken wanneer we onze gordels gereedmaken.
De eerste afdaling is spectaculair, zeker voor mij als groentje. Je daalt af met je voeten in de snelle stroming en eindigt in een ondiepe ronde kom waar de waterval om je heen klettert. Vanuit de kom volgt onmiddellijk de tweede afdaling, een peulschil in vergelijking met zijn grotere broer. Het water van de canyon is ijskoud, en in de schaduw van de diepe kloof wordt ons geen streepje zon gegund. Wat verderop houdt een groep ons op. Een half uur moeten we wachten. We rillen ons tandvlees bloot. We betalen de prijs voor onze stoutmoedigheid. De Spanjaarden van daarnet krijgen meedelijden en bieden Ben en mij een stuk van hun pak aan. Tim wil het nog wel even verbijten.
Dan is het eindelijk ons beurt om de canyon verder af te dalen. Er volgt opnieuw een spectaculaire afdaling in een diepe poel. De liefhebbers kunnen vanop een smalle richel rechtsboven zich aan een sprong wagen van acht meter. Niet mis! Ben en ik gaan voor de sprong. Tim — die nog met de resten van een oorontsteking worstelt — besluit wijselijk zich aan het touw te laten zakken. De arme ziel kan nu amper nog op zijn voeten blijven staan, zo hard is ie aan het rillen. Maar het einde is in zicht, al vormt de laatste rappel beslist de kers op de taart. Het is opnieuw een huzarenstukje in een waterval, dertig meter de dieperik in. Wanneer we een half uurtje later opnieuw de zon op onze huid voelen aan het einde van de canyon, bedanken we de Spanjaarden voor hun hulp en bijstand.
We rijden terug naar Boltaña en maken een korte uistap naar een van de verlaten spookdorpjes aan de Rio Ara. Intussen zijn we weer heerlijk opgewarmd door de vroege namiddagzon en zoeken zelfs wat verkoeling in de brede bedding van de rivier. We zijn er helemaal alleen, op een nieuwsgierig koppeltje Blauwe rotslijsters na. In het piepkleine kerkje, waarvan het dak van naar beneden is gekomen, zien we enkele vervaagde muurschilderingen. Het is moeilijk om je bij deze ruïnes nog een levendig dorp voor te stellen, al kan je je ergens wel de tragiek voelen van de plek en de mensen die er vroeger moeten geleefd hebben.
‘s Avonds zonderen Ben en ik ons andermaal af van de grote groep. Tim heeft wel zin in een babbel en gaat iets drinken in de bar. Klaas en Bever brengen ons een kort bezoekje voor het slapengaan.
Zondag 5 augustus 2001
Tim kiest vandaag opnieuw voor een onbekende canyon, en misschien ook wel wat gemakkelijker dan het monster van gisteren. Pas tegen 15.00 parkeren we de auto. We bevinden ons aan de voet van het Nationaal Park, op redelijk grote hoogte. Over wat volgt kan ik kort zijn. Gedurende vijf uur gaan we op zoek naar de canyon, maar moeten daarna toegeven dat ons dat helaas niet gelukt is. Pijnlijk. Niet alleen geestelijk zwaar om dragen, maar des te meer voor de arme voeten van Ben, die de zoektocht vol doornige struiken en distels op zijn open sandaaltjes moest afleggen. De talrijke dazen doen er zelfs nog een stukje bovenop. Teleurgesteld en afgemat druipen we tegen de avond weer af met de auto.
Tim wil het goedmaken en leidt ons naar een nieuwe canyon om het avontuur weer op gang te brengen. Tegen valavond parkeren we de auto langs de weg. We rapen alles samen voor een nachtje kamperen in de bedding van deze nieuwe onbekende canyon. Als dat maar goed afloopt. Ik vind het in elk geval bijzonder spannend. Geen tien minuten later, wanneer de eerste vleermuizen zich al laten zien tegen de donkere hemel, staan we opnieuw voor een grote jongen: minstens 25 meter. Geen evidente afdaling: je kan niet over de rand kijken naar de bodem van de canyon en weet dus niet of het touw dat we uitwerpen wel grond raakt. Wanneer Tim zich tastend een weg baant naar beneden, blijkt bovendien dat het om een volledig vrijhangende rappel gaat. Maar echte grote moeilijkheden zijn er verder niet. Ben en ik dalen af met ons hoofdlampje op. De nacht is nu wel echt begonnen. Een hallucinante ervaring!
We vinden een relatief platte rots in de bedding van de canyon om onze matjes uit te rollen. Instinctief houden we onze stemmen wat gedempt, al denk ik niet dat er een levende ziel op dit uur tot op deze plek kan geraken om ons te berispen. We doen ons tegoed aan wat brood en olijven en genieten met volle teugen van een panoramische sterrenhemel. Het is hier prachtig en bevreemdend stil. We houden een lang gesprek en moeten af en toe goed lachen, o.a. met de behoefte van Ben die na de ‘feiten’ terug de helling afrolt richting zijn baasje.
Maandag 6 augustus 2001
Om 9 uur worden we gewekt door een lawaaierig koppeltje raven, zwevend boven de canyon. Gelukkig heeft het vannacht niet geregend, anders konden we wel eens weggespoeld geweest zijn. Zonder ontbijt dalen we, nog ietwat houterig van de slaap, de canyon af. Al snel stijgt de temperatuur. Dat belooft voor de komende middag! De rest van de canyon heeft weinig te bieden. We moeten ons voortdurend onder overhangend struikgewas worstelen. Op een gegeven moment vinden we zelfs een autowrak in de canyon. Die moet ooit van de weg naar beneden gedonderd zijn. Wat verderop ontdekken we enkele diepe poelen waar het heldere water uit de canyon zich langzaam in heeft in opgewarmd. Aan eentje ervan blijven we enkele uurtjes plakken om te genieten van de natuur en het water. Wat een luxeleven. Later, aan een brugje komen we de canyon weer uit. Het is al flink na de middag. Ben gaat als vrijwillig slachtoffer met de sleutels op pad om de auto te halen. Drie kwartiertjes later zijn we alweer op weg naar de kamping. De rest van deze uitzonderlijk hete dag slijten we aan het zwembad met Liesbeth, die met haar gebroken been ons gezelschap best op prijs kan stellen.
Dinsdag 7 augustus 2001
Een rustig dagje. Vandaag experimenteren de DBZ’ers met puenting, zeg maar benji-schommelen onderaan een brug. Met ons drieën zakken we laat op de dag af naar een barranco (droge canyon) in de Sierra de Guara. Het donkerrode, korrelige gesteente is er heel anders dan in de typische Pyreneeën-canyons. Het is doorspekt met talloze onherkenbare fossieltjes. Hier en daar moeten we over stilstaande, stinkende poeltjes klauteren. Erg veel spectaculairs heeft de canyon echter niet te bieden, met slechts enkele rappelletjes van niet meer dan drie meter. We wandelen terug naar de auto over een uitgestrekte heuvelkam vanwaar we genieten van de omgeving. Het is al vroeg in de avond en het landschap kleurt nu donker-oranje. Daarna keren we tevreden terug naar de kamping. Morgen beginnen we aan de bergtocht samen met de DBZ’ers.
Woensdag 8 augustus 2001
We staan op met onverwachte regen. Nog goed dat iedereen zijn rugzak de avond ervoor heeft ingepakt. Desondanks vertrekt de groep later dan verwacht van de kamping richting het Nationaal Park. Op weg naar de Añisclo canyon in het Nationaal Park van Ordesa en Monte Perdidois een deel van de weg afgesloten door het noodweer: de regen heeft er grote stenen losgespoeld die op de weg terecht zijn gekomen. Een alternatieve route zorgt alweer voor vertraging.
Wanneer de groep uiteindelijk gepakt en gezakt de canyon intrekt, houdt de regen het voor bekeken. Het eerste gedeelte van de steile klim leidt ons door een dicht loofbos. Iedereen zweet zich te pletter in de vochtige, windstille lucht. Wanneer het pad uiteindelijk horizontaler loopt, klaar de hemel langzaam op. We passeren machtige beuken en hoppen over verschillende vrolijk ruisende riviertjes die, zwanger van het regenwater, de canyon indonderen. Wanneer we de boomgrens bereiken, is de hemel helemaal uitgeklaard. De rest van de dag genieten we van de uitzonderlijke schoonheid van de Añisclo canyon tot we uiteindelijk tegen de vroege avond Fon Blanca bereiken. Het is er heel wat frisser dan we gewoon zijn tot nu toe. De verschillende tentjes gaan de hoogte in en iedereen kookt zijn potje. Samen met Ben en mijn verrekijker kan ik hoog in de lucht een Lammergier onderscheiden. Mijn geluk kan niet op. Deze idyllische plek zal me wel altijd bijblijven.
Donderdag 9 augustus 2001
Van regen is geen sprake meer. Op Fon Blanca laat de zon zich nog niet zien, maar de blauwe hemel geeft iedereen veel zin in deze tweede dag. De groep slingert zich na het ontbijt omhoog naar de Collado de Goriz, een breed zadel dat Ordesa met Añisclo verbindt. Onderweg bezeert een van de meisjes haar knie. Ze loopt een diepe snijwonde op en kan niet meer verder. Hendrik besluit om met haar terug af te dalen. De groep trekt verder. Het hoogteverschil is heel bescheiden, maar de sterk geaccidenteerde klim zorgt ervoor dat de groep maar traag vordert. Op de col verrast een Rotskruiper zowel mij als alle anderen met zijn kleurrijke verschijning. Op nog geen tien meter scheert hij ons voorbij. Zij die er zin in hebben beklimmen de Punta Custodia vanwaar al eens kan geproefd worden van het zicht dat de Monte Perdido ons morgen zal gunnen op de beide zustercanyons. Vroeg in de namiddag dalen we langzaam af naar de refuge van Goriz, de populairste hut van de Pyreneeën. Daar aangekomen, kan je er de koppen tellen. Tegen de avond is de hele vlakte volledig gevuld met tentjes. Wanneer de nacht valt, verzamelt een kleine groep rond Bever, Pieter en Stockman die een schier eindeloze reeks moppen en vertelsels afsteken.
Vrijdag 10 augustus 2001
Vandaag staat de hoogste kalkberg van Europa op het programma: de machtige Monte Perdido, de ‘verloren berg’ zoals de men hem oorspronkelijk in Frankrijk noemde omdat men hem van die kant van de Pyreneeën niet kan zien.
Erg vroeg zijn we niet op pad. Rijtje schuiven is overdreven, maar er is wel behoorlijk wat volk op de been naar de top. De klim naar het kleine, half bevroren Lago Helado, neemt het grootste en minst interessantste gedeelte van de klim in beslag. Enkelen voelen zich niet goed van de inspanning op deze hoogte (o.a. Klaas) en blijven achter bij het meertje. Vanaf hier moeten we over een dunne kam in rechte lijn naar de top. De laatste tweehonderd meter gaat over een omvangrijk puinveld waarop het bijzonder lastig stappen is. De klim eindigt bij een klein sneeuwveldje om op de eigenlijk uitzichtstop te geraken. Ook hier is het bijzonder druk. Het uitzicht is echter met geen woorden te beschrijven. De afdaling, na een uurtje genieten en een pak groepsfoto’s, verloopt langs de zelfde weg. Tegen de namiddag bereiken we opnieuw de refuge. Iedereen voelt de gewonnen meters goed in de voeten en knieën. Wat een dag!
Zaterdag 11 augustus 2001
Via goed uitgetreden paden dalen we af van Goriz in de Ordesa vallei naar de Cuello de Suaso waar Klaas, ikzelf en enkele anderen een duik nemen in de plas onderaan de Paardenstaartwaterval. Hoog in de canyon zweven steenarenden tegen de rotswanden. Hoe dieper we daarna afdalen, hoe meer toeristen ons pad kruisen. Ik ben gechoqueerd wanneer het wandelpad opeens overgaat in een breed geplaveide laan langsheen de watervallen in het gebied. Kinderwagens, scholen, chinezen,… het is niet mooi om te zien. Op het einde van de canyon duiken we een bos in en volgen een breed pad tot beneden waar we de bus nemen op een parking terug naar de auto’s. De tocht zit er op en het is mooi geweest.
Terug op de kamping rusten we even uit, maar maken ons dan klaar voor een lokale fiesta in een van de naburige dorpen. Kunnen we dat nog wel aan? Tegen 23.00 verschijnen we met de hele groep ten tonele, maar er is geen kat te bespeuren. Zijn we een dag te vroeg? Of te laat misschien? Groot is onze verbazing als op geen half uur het kleine dorpsplein volstroomt met lokale jeugd, als was er een signaal gegeven dat het gebeuren officieel kon beginnen. In een mum van tijd wordt er gedanst, gelachen, gedronken en geschoten (in het schietkraampje welteverstaan). De locals halen in het bijzonder hun hart op aan een of ander werpspelletje waarbij ze ijzeren silhouetjes moeten neerkogelen met een balletje. Wat een macho-gedrag krijgen we daar te zien! We amuseren er ons kostelijk mee. Enkele pogingen tot imitatie van mezelf en Bever lopen op niets uit. Later die avond vertrekt de grote massa terug naar de kamping, maar met ons drieën blijven we nog even hangen. Nuja, Tim blijft hangen. Hij heeft het dienstertje van onze kamping aan de haak geslagen die ook was komen opdagen. Een en ander zorgt er voor dat we te voet terugwandelen naar de kamping. Ben en ik gaan voorop in de nacht terwijl we Tim en het meisje hun verhaal laten doen op een afstandje achter ons. Laat, heel laat, ploffen we neer in de tent.
Zondag 12 augustus 2001
Kater van niveau. Zon op de tent. Bloedheet. Vluchten. Halfzat, halfbewust, matje buiten gelegd. Verder slapen. Dorst. Dorst. Pijn. Vloeken. Slapen. Tegen de avond pas komen we erdoor. Een dag in de vuilnisbak. Van harte overigens.
Maandag 13 augustus 2001
Terwijl wij gisteren onze nachtelijke escapade duur betaalden, hebben de DBZ’ers van de vorige dag gebruik gemaakt om hun bezittingen bijeen te vergaren. Vandaag gaan ze immers terug richting België. Alleen Bever en Tompie blijven achter om ons te vergezellen tijdens onze laatste dagen in Spanje.
Een of ander virus heeft zich de afgelopen dagen meester gemaakt van de darmen van de arme DBZ’ers. Niet alleen onze twee nieuwe recruten, maar de hele groep onderweg naar het thuisland zal de komende 24 uur de ziel uit het lijf kakken. Voor iedereen wordt het de ergste rit huiswaarts ooit. Hier wordt anno 2006 (wanneer ik dit verslag schrijf) nog blozend over gesproken.
Na het vertrek van de groep verlaten ook wij de kamping. We kopen wat eten in Ainsa en rijden dan door naar de Sierra de Guara voor meer canyonplezier. Het verhaal van onze overnachting in een canyon spreekt Bever en Tompie wel aan. Hetzelfde willen we overdoen in de bedding van de Rio Vero. Tegen de avond zoeken we de ingang op van de Bassender in de buurt van Portiaca, een gigantische geërodeerde kom in de rotsen van de rivier. Na een korte wandeling en enkele eenvoudige rappels in de beginnende schemering vinden we een geschikte slaapplaats onder een kolossale overhangende richel.
Dinsdag 14 augustus 2001
De volgende dag breekt alweer een prachtige dag aan, althans zo lijkt het. We dalen af in de droge canyon naar de oevers van de Rio Vero langs enkele mooie, lange rappels. Vooral de laatste is erg bekoorlijk, al moet ie natuurlijk onderdoen voor Portiaca zelf, dewelke nu zichtbaar is aan de overkant van het water van de Rio Vero. Via het water stappen we terug naar de auto die geparkeerd staat onder een afdakje aan een bar. Dan breekt de hel los. Machtige onweerswolken hebben zich verzameld bover de Sierra de Guara en laten nu onomkeerbaar hun gesels neer op de verhitte aarde. Net op tijd kunnen we vluchten in de auto, na een haastig ontbijt van kaas en oud brood.
In de gietende regen rijden we naar het prachtige middeleeuwse dorp Alquezar. Enkele uurtjes daarna bevinden we ons in het toeristische centrum en drinken er wat op een tarrasje. Bever slaat overigens uitzonderlijk veel drank in, de reden waartoe zal ons ten gepaste tijde worden geopenbaard. Het regent niet langer, maar het is nog steeds flink bewolkt. We laten ons verleiden om het kerkje bovenaan het dorp te bezoeken. We kunnen binnen zonder te betalen en lopen een rondje in het bijhorend klooster. Hier is het dat de film In the Name of the Rose werd gefilmd enige jaren geleden. We begrijpen waarom: het stadje ademt gewoon ‘Middeleeuwen’, of toch het beeld dat wij ervan hebben.
Wanneer de lucht engiszins opklaart, verzamelen we onze moed en besluiten een nieuwe canyon te tackelen. En waarom niet onze bekende canyon waar we al eens een nacht in doorbrachten? We herhalen het scenario van in het begin van de vakantie, maar deze keer met z’n vijven en een hoop alcolhol als extra bagage. Bever organiseert — hoe kan het ook anders — een bescheiden feestje. Alleen hijzelf gooit later nog roet in het eten door enkele acute aanvallen van buikkramp en, kort daarna, het kletterende lawaai van het legen van zijn darmen dat ermee gepaard gaat.
Woensdag 15 augustus 2001
Wakker worden in een canyon, zonder water, met vreeeeeselijke dorst! Er bestaan geschiktere omstandigheden om een kater te verwerken. We dalen de canyon af zoals voorheen, maar blijven deze keer minder lang hangen bij de warme poeltjes. Na afloop keren we nogmaals terug naar Alquezar om er te eten en nog wat rond te hangen. ‘s Avonds parkeren we de auto langs de hoofweg en slapen er op de grond. De laatste cocktails worden gemixt.
Donderdag 16 augustus 2001
Ben, Tim en Tom gaan voor nog een laatste canyon in de Sierra de Guara. Bever gaat de hele dag fietsen in de streek, maar ik blijf alleen achter in Ainsa om wat te bekomen en het thuisfront op de hoogte te stellen van mijn betrekkelijke welzijn. Ik schrijf mijn laatste, lange brieven aan Julie.
Tegen de avond besluiten we gezamelijk om het voor bekeken te houden en terug te keren naar België. Net voorbij de tunnel van Bielsa slapen we in de auto. De volgende dag zijn we thuis.
