scene24.net

Spaanse Pyreneeën, pasen 2003

Monday, April 14th, 2003

Zaterdag 5 april 2003

Om half zeven ‘s morgens vertrekt Frederik vanuit Ename. Lieven, Pieter en tenslotte Björn worden opgepikt. Dit is de gevolgde route: Parijs, Orlean, Chateaurouge, Limoge, Montoban, Toulouse, Lammem, Bielsa. Tegen zes uur ‘s avonds krijgen we de eerste uitlopers van de Pyreneeën te zien vanuit Frankrijk. Na de klassieke rit door de tunnel (waar nog een hoop ijs en sneeuw aan de ingang te zien was) arriveren we tegen half negen in Ainsa. Het is een heldere, warme avond. We vieren onze voorspoedige heenreis in de lokale tapasbar. Een half uur later bevinden we ons aan de ingang van kamping La Gorga, maar die blijkt gesloten. Het is negen uur en het begint al wat te schemeren. We besluiten dan maar onze vertrouwde kamping op te zoeken, maar ook daar bevindt zich niemand aan het loket. We rijden hoedanook de grotendeels verlaten kamping binnen, plaatsen de tenten hoog bovenop de helling en gaan in stilte slapen. Pieter probeert nog even de scotch whiskey en wordt enkele dagen later misselijk.

Zondag 6 april 2003

Tegen tien uur worden we wakker. Het is half bewolkt, niet echt koud. Frederik hoort een hop, veel europese kanaries, staartmezen, vinken en meesjes allerhande. Er hangt ook een vroege slangenarend hoog in de lucht! Dat begint goed. We slaan onze boel op en rijden ongemerkt de kamping uit zonder te betalen. Meteen ons laatste bezoek ooit. In het zondagse Ainsa is alles natuurlijk potdicht. Gelukkig krijgen we bij de Belg-bakker in de hoofdstraat wat brood en enkele (heel lekkere) chocoladekoeken.

In de voormiddag brengen we een bezoek aan Hilde en Peter Vanquaile. Ze hebben zelf een huis gerenoveerd in Santa Maria de Buil op een machtig mooie plek met uitzicht op de Pyreneeën. We krijgen een rondleiding, waarna we samen ontbijten en onze plannen voor de komende dagen overlopen. Peter vertrekt de volgende dag al op één van zijn missies in het buitenland voor het Rode Kruis. Buiten spot Frederik zeer duidelijk en van redelijk dichtbij een adulte Slangenarend. We zeggen vaarwel. In de omgeving bloeien gele tapijten van wilde narcissen. Tegen vier uur beginnen we pas aan onze eerste wandeling naar de top van de Azba. Onderweg ontdekken we een eenzaam meertje in een vlak grasland. Het stikt er van de groene kikkers. De bloemenpracht moet hier wel uitzonderlijk zijn binnen enkele maanden; nu staan er enkel dorre plantenresten van vorig jaar. Frederik spot een bonte vliegenvanger in het struikgewas. Op de top hebben we een zeer duidelijk zicht op de ‘tres sorores’: de drie grote zuster-toppen van het Ordessa massief. De hemel is staalblauw. Pieter kan met de verrekijker de Breche de Roland opmerken waar hij al heeft gewandeld. In het beboste gedeelte van de terugweg zien we sporen van de vraatzucht van enkele evers: diepe kraters die ze met hun neus hebben omgewoeld. Tegen negen uur bivakeren we op de plaats waar we de auto ‘s middags geparkeerd hebben. Het is een uitzonderlijk rustig plekje, vlakbij het gehucht Betorz. Aan de kerk is een kraantje waar we onze flessen kunnen vullen. ‘s Avonds is het sterren kijken.

Maandag 7 april 2003

Van Betorz gaat het nu naar Rodellar. We tanken onderweg in Alquezar, eten stokbrood, bellen huiswaarts, doen behoeftes. Vlakbij de ingang van het dorp verzamelen en verdelen we het materiaal uit de auto: de canyonpakken, het klimmateriaal en enig proviand.
Een lang slingerend pad brengt ons vanaf het dorp tot aan de bedding van de rivierbedding, een vijftig meter lager. We passeren de beruchte klimmuren waar tijdens de zomermaanden menig schoon jonkvrouwen zich tegenaanvleien. Lieven wordt lyrisch. Onze voeten ontmoeten nu het water van de Mascun supérieur. Een avontuurlijk gevoelt welt in ons op tussen de hoge muren van de brede canyon. We stappen nu richting Otin. Nu moeten de helling weer op aan de linkerflank. Bij het zigzag klimmen cirkelt een enorme troep Vale Gieren (50-100) ons boven het hoofd. Je kan ze vaak heel dicht overzwevend bewonderen. Slecht voorteken? De hitte stijgt. Eenmaal de schaduw van de canyon uit worden we in minder dan geen tijd gegrild. Kuiten verbranden. Onze canyonpakken dragen we los over het hoofd om de zon te mijden. Zweet.

Bovenaan de helling zijn we het spoor bijster. Twee uur gaan voorbij en we moeten zelfs even op onze stappen terugkeren. De gieren tonen interesse. Uiteindelijk vinden we de ingang van de canyon: de snoodaard ligt al de hele tijd, onooglijk verborgen tussen lage struiken, aan het beginpunt van onze vruchteloze omzwervingen! Toch zijn we nog wat onzeker. Is het deze wel? We hijsen ons in de pakken en stappen het stroompje af. En dan… bam! Een monster-afdaling! Een uit de kluiten gewassen jongen van maar liefst veertig meter langs een flinke waterval. Het is een enorm windgat en we moeten roepen om elkaar te verstaan. Frederik pist in zijn pak. Dat kan tellen als opwarmertje. De gids beschrijft deze natte toestand van de canyon als uitzonderlijk (beauté exeptionelle). Na het monster volgen nog twee rappels van 30 meter en een hele resem kleintjes. We zijn laat: de zon laat zich niet meer gelden in de diepe kloven van de Otin. Even kunnen we er nog van genieten, maar dan resten ons slechts de wind en het ijskoude water. Lieven laat zijn touw vallen in een diepe poel. Frederik slaagt erin van het op te vissen. Dit zal later een van zijn specialiteitren worden. We stappen nu de Mascun weer af op zoek naar ons beginspoor. We hebben veel te weing eten meegenomen. Er kon nog een enkele snicker van af. We voelen de suikers hun ding doen. Maar erger: al het water is op! Dat mag niet meer voorvallen. Weer in het dorp aangekomen, doen we ons te goed aan een bron. De hemel kleurt inmiddels avondrood. We zijn alle vier completely wasted. Alle fut is eruit. De benen doen pijnlijk zeer.
Met de auto rijden we naar de zeer nabijgelegen kamping El Punté, voorzien van een bijzonder mottige ondergrond van zand en stenen. Het is er schreeuwlelijk, maar de douches zijn paleizen. We zijn er bovendien als enigste. Lekker gegeten.

Dinsdag 8 april 2003

Aiaiai, de wraak van de Otin laat zich gevoelen in de benen. We betalen een zure prijs voor zijn beauté exeptionelle. We breken de tenten af en rijden onmiddellijk door naar Ainsa. Ook de weergoden zijn ons niet goed gezind: er hangt een hardnekkig grijs wolkendek boven onze hoofden. We zijn zo stom geweest geen water te tappen aan de kamping waardoor we enkele uren later als dorstige wilden de tapasbar in Ainsa bestormen. Het weerbericht en de weerman op het kleine tv-scherm zijn elkaar waardig qua mottigheid. We zitten de siesta van de Spanjaarden uit en doen dan beperkte inkopen in de supermakt (water!). We ontmoeten opnieuw Hilde aan de Belgische bakker, die ons een korte update geeft van de oorlog in Irak die nu in alle hevigheid moet zijn losgebarsten. Peter is inmiddels al het land uit. Tegen half vier rijden we richting La Penilla, ergens tussen Ainsa en Campo. We slagen er opnieuw in de weg te verliezen en doen een slecht onderhouden aarden baantje in the middle of nowhere wel vier keer op en af. Uiteindelijk komen we toch terecht bij de ruïnes van een oud gehucht waar de ingang van onze volgende canyon zich zou moeten bevinden. Het is een bizarre plek, inclusief het vervallen kerkhof, de absolute stilte, de bloemenpracht en de vraatsporen van wilde zwijnen. Wegens te laat besluiten we alsnog terug te keren; nu nog aan de canyon beginnen zou te gevaarlijk zijn. Bovendien voelt Pieter zich nogal zwakjes. Hij pompt zich prompt vol sedergine. Onderweg naar knalt Bjorn de achteruitkijkspiegel van de Caddy eraf tijdens het kruisen van een tegenligster. Boven ons trekt een groep van meer dan 80 zwarte wouwen voorbij.

Terug in Ainsa om om zeven uur doen we nu uitgebreide inkopen. Op zoek naar een kaming blijkt La Gorga nog steeds gesloten. De uitbater verwijst ons door naar Camping Montañesa (bij het benzinestation op grote baan naar Ordessa). Schoon madam, goede ontvangst. We aperitieven uitgebreid: olijven, kaas, brood, wijn, tomaten. We zijn bijna allemaal voldaan. Weetje: het woord ‘bistro’ is Russisch en betekent ‘snel’, aan onze taal overgeleverd via de Russische soldaten die na de herrovering van Parijs snel iets voor hun hongerige magen verlangden. Na deze culinaire aanzet op de kaming slenteren we nu naar oud Ainsa voor een decadent gelag. We vinden een gezellig restaurant waar een vuile, vieze dienster de plak zwaait. Perfect! Het worden entrecotes en gamba’s. Lieven leert Frederik hoe ie moet pellen.

Woensdag 9 april 2003

We worden in alle vroegte geprikkeld door sperwerachtige geluiden (enfin, vooral Frederik dan). Later bij het ontbijt (heerlijk frans brood op deze kamping!) blijkt het om draaihalzen te gaan! Er zitten er minsten drie rond onze tent. Ze laten zich met de verrekijker goed bewonderen in het ochtendzonnetje. Verder zijn er ook veel putters en zwartkoppen. De hemel is vandaag trouwens helemaal opgeklaard. We hebben er allemaal zin in ondanks het niet aflatende gewicht der zak (nvdr). Op de weg naar de nog-te-veroveren canyon spotten we geelgors, grijze gors, grauwe gors, maar ook roodborsttapuit en tapuit. Later aan de ruïnes trekken we onze pakken aan onder een alsmaar heter schroeiende zon. Even voorbij het dorpje naar rechts begint de canyon als een onnozel stroompje tussen een kleine kloof. Hij begint rustig, al is toch behoorlijk wat sop van de partij. Er volgen veel toffe afdalinkjes, doch niet al te spectaculair, ook niet qua decor. Op het einde zit er wel een klepper tussen. De canyon eindigt in een traditionele brousse vlakbij het grote meer in een boomgaard. Er is een duidelijk pad terug de berg op waar de auto geparkeerd staat. De hitte pleegt ons tijdens de klim. We zijn fair game voor honderden vliegen, maar zien ook een hagedisje of twee. ‘s Middags rijden we terug naar Ainsa en doen alweer wat boodschappen. Terug op de kamping steekt een hevige wind op. Een bescheiden storm zit eraan te komen. Pieter geeft forfait, maar met z’n drien maken we nog een kleine wandeling in de gedeeltelijk droge rivierbedding bij de kamping. Het is woest terrein, niet vrij van menselijke. Er hangt een bijzonder sfeertje zo vlak voor de storm. Honderden zwaluwen scheren rakelings boven onze hoofden en over de rivier. De avond valt. Tenten dicht. De storm doet haar ding.

Donderdag 10 april 2003

Vandaag staat de Fornocal op het programma. Het is een spectaculaire canyon met fantastische glijbaantjes en bizarre stenen sculpturen. Het decor is er een om de vingers van af te likken. Een grote schilderachtige waterspeeltuin. Er zitten ook een aantal serieuze kleppers tussen. De canyon eindigt uren later in een overgroeide kloof, waar je voortdurend over stammen en stenen moet klauteren. Uiteindelijk kom je weer tot bij de brug waar je vertrokken bent. De Fornocal is een behoorlijk lange canyon. Het is dan ook al redelijk laat als we terug zijn bij de auto. Frederik voelt zich niet goed. Tijdens de rit terug naar kamping Boltaña kraakt hij. ‘s Avonds gaan Pieter, Lieven en Björn opnieuw eten in oud-Ainsa. Frederik doet het met twee daffalgans, twee sedergines en een slok whiskey in de tent.

Vrijdag 11 april 2003

De jongens zijn moe. Het alweer vergrijsde wolkendek weegt op de gemoederen. Nu nog aan een trektocht beginnen is onzin, maar na de Fornocal hebben Pieter en Bjorn het wel gehad. Alleen Frederik en Lieven voelen er nog iets voor om iets te proberen. Omdat Frederik de alombekende canyon van de Portiaca nog nooit gezien heeft, besluiten ze daarvoor te gaan. De droge canyon van Portiaca is heel kort en eigenlijk niet zo bijzonder, ware het niet dat ie eindigt in één reusachtige afdaling. Stof voor de boekjes. Na deze magnifieke rappel vervoegt een avontuurlijk groepje fransen Frederik en Lieven tijdens de terugtocht langs de rivier. Het weer wordt dreigender. Even later barst de hel los. Regen komt met bakken naar beneden. Onze franse vrienden spelen hun kleren uit en leggen een stuk van de weg al zwemmend af in het ijskoude water. Ze zijn flink gek. Lieven in Frederik balanceren op enkele kritieke stukken over de dammetjes langs de alsmaar wassende rivier. Een val betekent het einde van Frederik’s fototoestel. In de gutsende regen bereiken we uiteindelijk de auto, waar Pieter en Bjorn boekjes zitten lezen. Van hier rijden we terug naar de kamping voor een hele avond chill in de bar.

Zaterdag 12 april 2003

De volgende ochtend, zaterdag, vertrekken we heel vroeg terug naar huis. De regen is verdwenen en we kunnen nog genieten van een prachtige decor dat de Peña Montañesa ons biedt in zijn paarse ochtendmantel. Vaarwel geliefde Pyreneos. Tot later.

Bekijk het volledige fotoalbum.

Belgisch frietkot

Bookmark and Share

Comments

Sir Psycho op April 16th, 2003

Wow!

Pieter Schepens op April 16th, 2003

ik beloof plechtig meer commentaar bij de foto’s te zetten. De eerste 24 zijn de revue al gepasseerd, binnenkort de rest…

Fre op April 16th, 2003

En hoe! Mooi werk: ik kijk uit naar het vervolg. Misschien kan je als je klaar bent de mensen van onze scouts ook eens uitnodigen om een kijkje te nemen. Kwestie van wat harten te winnen voor een mogelijke paasreis.